Drs. N.C. Burhove Jaspers was hoofdsamensteller van het IRM-rapport m.b.t. de bijbanen van juristen in Nederland

Mr. Schute, Deken te Middelburg wordt door drs. N.C. Burhoven Jaspers ingespannen

IRM . . Juristen . . EU Grondwet <==> SDN . . Klokkenluider . . N.C. Burhoven

Dit verzoek is door Mr. Wilgers ten onrechte bij u en uw Raad van Toezicht ingediend

drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA



per fax 0115 617764 en per aangetekende post

Wassenaar, 11 maart 2003

AAN:
    de Deken te Middelburg
    Mr. C.F.E.P. Galama
    Postbus 25
    4530 AA Axel

BETREFT: begrotingsverzoek van Mr. J.J.J. Wilgers d.d. 13 februari 2003


Geachte Deken,

Naar aanleiding van het bovengenoemde onderwerp breng ik enkele punten onder uw aandacht.

  1. ik neem aan dat genoemd begrotingsverzoek ook u heeft bereikt.(zie bijlage 1) en wel ook als tamelijk onleesbare afdruk -- flets en schots en scheef zodat data wegvallen. Naar mijn mening is dit verzoek door Mr. Wilgers volstrekt ten onrechte bij u en uw Raad van Toezicht ingediend; ik ben van mening dat ik hem geen stuiver schuldig ben, in de allereerste plaats omdat hij voor mij als advocaat optrad op basis van de afspraak 'no cure no pay'. Derhalve wijs ik de zogenaamde declaratie volledig van de hand.

  2. Mr. Wilgers begon de eerste week van maart 1999 en ging door tot eind juli 1999 (daarna heeft Mr. Wilgers in essentie slechts gesaboteerd); al met al 5 maanden. Resultaat: één zitting d.d. 30 juni 1999 en papier waarmee ik de muur niet kan behangen en waarin vooral zijn onervarenheid en onprofessionaliteit als advocaat geëtaleerd worden. Hij liet mij bruusk als cliënt vallen na en vanwege zijn privé-gesprekjes met Mr. Van Delden, president van de rechtbank Den Haag; zie bijlage 2 laatste bladzijde.

  3. de volgende advocaat Mr. Oomen te Den Haag verkreeg van Wilgers niet de dossiers. Mr. Oomen kan al jaren niets doen omdat de dossiers nog immer in het bezit zijn van Mr. Wilgers. Dit heeft vertraging opgeleverd vanaf september 1999 tot op heden in een boedelscheidingsprocedure die nu al 17 jaar loopt zonder dat er een eenduidig eindvonnis is, hetgeen verregaand in strijd is met arresten van het EHRM. De vertraging sinds 1999 kont geheel voor het conto van Mr. Wilgers. Ik kan niet ontkomen aan de conclusie dat juist deze vertraging het oogmerk heeft gevormd van het handelen van Mr. Wilgers, zulks op instigatie/verzoek van Mr. Van Delden. Eerlijk gezegd kan ik mij niet voorstellen dat u verantwoordelijk zou willen zijn voor nog verdere vertraging.

  4. het kernpunt van de situatie is de afspraak 'no cure no pay' die gemaakt is tussen Mr. Wilgers en mij. Mr. Wilgers heeft dat achteraf ontkend, maar na enkele jaren procederen is dit nu glashard bewezen middels een aantal getuigenverklaringen onder ede. Zie bijlage 2: uitspraak van de rechtbank Den Haag d.d. 22 januari 2003. Ook zelf heb ik die afspraak onder ede bevestigd. Mr. Wilgers werd helaas niet onder ede verhoord; ik betreur dat ten zeerste. Daarbij kan worden opgemerkt dat Mr. Wilgers op oneigenlijke wijze druk uitoefent als hem iets niet zint. Zo heeft hij over mijn huidige zeer ervaren en rustige advocaat Mr. Oomen pardoes een klacht neergelegd bij de Deken, heeft hij over de getuige Ir. van Heck een strafklacht ingediend bij het OM te Arnhem en heeft hij over getuige Ing. van Rooij een strafklacht neergelegd bij het OM te Den Bosch. Dit soort methoden van getuigen onder druk zetten lijken mij zeer kwalijk. Mijn huidige advocaat Mr. Oomen heeft inmiddels zich gericht tot Mr. Wilgers ; zie bijlage 3. De afwijzing door Mr. Wilgers dateert van 7 maart 2003; zie bijlage 3.

  5. tussen Mr. Wilgers en mij werd afgesproken dat hij zou gaan werken op basis van 'no cure no pay'. Dat houdt per definitie in dat betalingsverplichting pas kan ontstaan bij het behalen van een geldelijk positief eindresultaat en zeker niet eerder. Zie bijlage 2. Pas veel later heeft hij alsnog aanspraak gemaakt op betaling; dat riekt naar oplichting. Wellicht moet ik verdere actie in strafrechtelijk zin overwegen. Hoe kan ik te goeder trouw ooit verwacht hebben dat een afspraak 'no cure no pay' zou kunnen leiden tot het indienen van declaraties vóór een positief eindresultaat zou zijn bereikt? Het optreden van Mr. Wilgers beschouw ik als ronduit een vorm van oplichterij en ik kan mij eenvoudig niet voorstellen dat u en de leden van uw Raad van Toezicht - hoe dan ook -daarin zouden willen meegaan.

  6. Ik verzocht de Deken van Middelburg de dossiers ter beschikking te stellen. Deze wees dat af, naar ik vermoed omdat hij de stelling van Mr. Wilgers dat er geen sprake was geweest van 'no cure no pay', geloofde. De onwaarachtigheid van Mr. Wilgers is nu bewezen, evenals het feit dat hij zijn Deken onwaarheid vertelde. Aldus verzoek ik u nogmaals om Mr. Wilgers te gelasten de dossiers, volledig en zonder verdere vertraging, te doen toekomen aan mijn huidige advocaat Mr. Oomen te Den Haag of aan mij.

  7. De Deken adviseerde Mr. Wilgers verdere vertraging te vermijden en onverwijld een begrotingsverzoek in te dienen (brief d.d. 2 februari 2001; zie bijlage 5). Waarom is dat niet gebeurd?. Integendeel: de gehele verdere gang van zaken is er een van getraineer geweest.

  8. Zie ook bijlage 6 (brief van Mr. Bogaardt - de procureur en voorgaande advocaat - aan Mr. Wilgers d.d. 13 december 2000 en het antwoord d.d. 18 december 2000 van Mr. Wilgers.) Mr. Wilgers stelt daarbij: "het bedongen loon bedroeg fl 200 per uur ex. BTW." Dit is onwaarheid: voorzover mij bekend is er zó nooit loon afgesproken vanwege de wel gemaakte afspraak 'no cure no pay'. De verdere typische opgeblazen dreigementen heb ik terzijde geschoven.

  9. verwezen moge worden naar de volledige briefwisseling tussen de Deken van Middelburg en mijzelf. Ik verzoek u de inhoud daarvan te beschouwen als geheel herhaald en ingelast. Expliciet verzoek ik zulks ook ten aanzien van de leden van uw Raad van Toezicht die naast u betrokken zouden worden bij dit begrotingsverzoek.

  10. Naar ik meen begrepen te hebben is de wijze waarop Wilgers advocaat werd uitermate bedenkelijk. Zo ook de wijze waarop Mr. Wilgers heeft gemeend tegen het Huis van Oranje te ageren; zie eerdere correspondentie. Na anderhalf jaar stage werd Mr. Wilgers stante pede op straat gezet door zijn patroon, die de Deken liet weten dat Mr. Wilgers ongeschikt was voor het beroep van advocaat. Naar het schijnt wilde geen advocatenkantoor hem voor het vervolg van de stage-periode. Ondanks de daaropvolgende schorsing, en naar ik hoorde een strafrechtelijke procedure door de hoofdofficier Mr. Wabeke tegen Mr. Wilgers, verkreeg hij toch zijn stagebriefje van de Deken. Hoe dat alles ook zij: hij heeft niet de wettelijk verplichte stage-periode van drie jaar of meer met goed gevolg doorlopen. Dat wreekt zich nu. De Deken, die de beslissing nam Wilgers ondanks de dramatisch slecht verlopen stage-periode toch toe te staan te gaan opereren als zelfstandig advocaat, kan zich niet onttrekken aan verantwoordelijkheid in deze.

  11. voor het geval u het ingediende begrotingsverzoek toch au serieux neemt, maak ik - naar mijn mening onverplicht - enkele voorlopige opmerkingen over de nogal onleesbare declaratie van Mr.Wilgers.

    11.1 iedere claim van vóór 4 maart 1999 (zie "brief cliënt overname + brief Bogaardt") wijs ik totaal van de hand. Er was al enig contact voor 4 maart 1999 in verband met een kwestie die ik voorgelegd had aan het EHRM te Straatsburg en waarin Mr. Wilgers - volkomenvrijblijvend - geïnteresseerd was, zulks mede in verband met de Dombo-affaire.

    11.2 enkele punten worden door Mr. Wilgers in zijn declaratie niet vermeld:

    11.2.1 op dinsdag 29 juni 1999 wraakte hij namens mij Mr. Paris, Vice-president van de rechtbank Den Haag per fax

    11.2.2 hij dagvaardde mijn ex in een procedure rekest civiel

    11.2.3 volgens de "gegevens" van Mr. Wilgers is er tussen 30-06-1999 "Pleidooi"(datum zitting Hof Den Haag) en 13-10-1999 "Arrest" niets gebeurd; meer dan drie maanden!. In die periode vallen zijn privé-gesprekjes met Mr. Van Delden en bedenkelijk optreden van Mr. Wilgers die mij op bruuske wijze liet vallen. Zie ook: brief aan Mr. Bogaardt d.d. 15 augustus 1999 en bijlage 2 laatste pagina. Kennelijk had hij mij blijkens zijn "declaratie" op 30 juni 1999 als cliënt al afgeschreven.

    11.2.4 In ieder geval moge nu duidelijk zijn dat Wilgers' declaratie niet berust op een ook maar enigszins accurate boekhouding, maar eerder het karakter heeft van een serie slagen in de lucht.

    11.3 alle posten die Wilgers opvoert als "studie" wijs ik volledig van de hand:

    11.3.1 de kreet "studie" is ten onrechte inhoudelijk volstrekt ongedefinieerd en daarmee totaal ongeloofwaardig.

    11.3.2 misschien heeft hij zitten zonnen, of aan iets anders gewerkt of zomaar wat bedacht

    11.3.3 de opgevoerde aantallen uren "studie" zijn buiten iedere redelijke proportie en volstrekt oncontroleerbaar. Als cliënt moet ik er op kunnen rekenen dat de advocaat op professionele wijze en redelijk vlot, efficiënt en effectief een (pleit)nota kan voorbereiden. Ik zie niet in waarom ik zou moeten opdraaien voor geclaimde maar extreme incompetentie

    11.3.4 wellicht is zijn postorder-opleiding tot jurist zó eng geweest dat hij nog heel veel moet studeren in een poging om op een minimum-peil te komen, maar daarvoor hoef ik als klant niet de kosten te dragen

    11.3.5 waarschijnlijk wreekt zich ook gebrek aan ervaring als gevolg van de niet met succes doorlopen stage-periode, maar ook daar hoef ik niet voor op te draaien. Kennelijk heeft hij daarbij ook niet geleerd hoe naar behoren te declareren.

    11.4 voor een boekhouder zal wonderlijk kunnen zijn dat een reeds door mij betaalde zuivere kostennota fl 2.455,00 toch eerst meegerekend wordt in het honorarium, aldus doorwerkt in de BTW en in de geclaimde kantoorkosten, en pas aan het einde van de totale berekening weer afgetrokken wordt.

    11.5 Mr. Wilgers heeft één zitting gedaan inbegrepen een pleitnota/pleidooi en wel voor het Hof Den Haag op woensdag 30 juni 1999. Zijn pleidooi was zwak en door hem - tot mijn verbijstering - zacht mompelend uitgesproken. Ik vroeg hem na afloop daarnaar en hij stelde dat hij bij een pleidooi opzettelijk zacht mompelend spreekt zodat de rechters dan wel genoodzaakt zouden zijn extra goed naar hem te luisteren. Dit soort bizarre benadering kenmerkt Mr. Wilgers. Het Proces-Verbaal en/of de aantekeningen van de griffier van de bewuste zitting zijn nog immer niet beschikbaar. Hoe dat ook zij, een dergelijke zitting moet een advocaat kunnen voorbereiden en uitvoeren met een besteding van luttele uren. Zie ook brief d.d. 13 december 2000 van Mr. Bogaardt.

    11.6 bepaald curieus is dat Mr. Wilgers op verholen wijze in samenhang met deze ene zitting d.d. 30 juni 1999 in zijn declaratie op twee verschillende plaatsen kostenposten opvoert. In gewoon Nederlands heet dat: met dubbel krijt schrijven. In casu naar mijn mening meer dan dubbel vanwege de geïnflateerde uurtotalen, vooral voor diverse vormen van studie. Bijeenhalen van beweerde kostenposten (voorzover te isoleren en te ontcijferen) samenhangend met die ene zitting levert:


            12-06-1999 Studie                                        3.50
            22-06-1999 Telefonisch onderhoud cliënt                  0.50
            22-06-1999 Studie                                        6.75
            24-06-1999 Studie                                        8.50
            25-06-1999 Studie                                        3.00
            26-06-1999 Gesprek cliënt                                5.50
            (ik werd uitgenodigd bij de lunch een boterham mee te 
             eten, maar kennelijk waren dat zeer dure boterhammen)
            26-06-1999 Voorbereiding pleidooi                        5.75
            27-06-1999 Studie zittingsnota                           9.25 
            27-06-1999 Voorbereiding pleidooi                        3.20
            28-06-1999 Studie zittingsnota                           5.75
            28-06-1999 Voorbereiding pleidooi                        2.15
            29-06-1999 Studie zittingsnota                           8.75
            29-06-1999 Uitwerken pleidooi                            3.30
            30-06-1999 Zitting 2 x 1.25                              2.50
            30-06-1999 Pleidooi                                      3.00
            30-06-1999 Pleidooi RB (nee; niet rechtbank, maar Hof)   2.50
                       Nabespreken                                   0.25
                       Reistijd 50 % van 3.00 uur                    1.50
            Totaal                                    circa 75 uur.
            inclusief BTW                            circa fl 20.000  

    Deze absurde getallen tonen dubbeltellingen en hyperinflatie aan, en illustreren Wilgers' peil van betrouwbaarheid.

  1. Opmerkelijk is ook het tarief dat Mr. Wilgers hanteert. Tegenover een derde beweerde hij dat er sprake was van een tarief van fl 200 (zie punt 8 hiervoor), maar bij zijn declaratie hanteert hij - voorzover ontcijferbaar - fl 225 per uur. Dat is dan pijlsnel 12.5 % meegenomen. Ook dit demonstreert Wilgers' betrouwbaarheid.

    • voor het geval u zou besluiten het begrotingsverzoek toch met uw Raad van Toezicht in behandeling te nemen, verzoek ik u mij: aldus spoedig te berichten een wél goed leesbare kopie te doen toekomen van Wilgers' declaratie (niet flets en niet schots en scheef afgedrukt)
    • redelijk tijd te laten (bijv. 2 weken) om, indien u dat nog nodig zou vinden, nog verder inhoudelijk te reageren op de details van de zgn. kostenstaat/declaratie van Mr. Wilgers.
    • te laten weten welke vragen er bij u nog zouden leven ten aanzien van Wilgers' declaratie.

  2. ter illustratie van de context moge ik u en de leden van uw Raad van Toezicht verwijzen naar:

  3. de onderhavige brief heb ik ter registratie in kopie verzonden aan de Sociale Databank Nederland: www.sdnl.nl


Hoogachtend,

Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA


    Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA
    tel + fax: 070 5118922
    e-mail: nburjas@planet.nl
    van Polanenpark 58
    2241 RS Wassenaar


BIJLAGEN

  1. brief d.d. 13 februari 2003 met 3 bladzijden
  2. vonnis d.d. 22 januari 2003 van de rechtbank te Den Haag met 3 pagina's commentaar
  3. brief d.d. 5 maart 2003 van Mr. Oomen aan Mr. Wilgers
    brief d.d. 7 maart 2003 van Mr. Wilgers
  4. brief d.d. 15 augustus 1999 aan Mr. J.W. Bogaardt
    brief d.d. 26 augustus 1999 van Mr. J.W.Bogaardt
  5. brief d.d. 2 februari 2001 van Deken Mr. Cambier aan Mr. Wilgers
  6. brief d.d. 13 december 2000 van Mr. Bogaardt aan Mr. Wilgers
    brief d.d.18 december 2000 van Mr. Wilgers aan Mr. Bogaardt