bezwaren tegen Mr. A.H. van Delden zijn mijnerzijds duidelijk gesteld; zie de genoemde correspondentie. Ik vat samen zonder dat ik daarbij in enig opzicht volledig zou willen zijn:
2.1 hij kent mijn ex-echtgenote, ex-gerechtsauditeur van de Hoge Raad, Mr. M.C.M. de Kroon
2.2 hij kent al tientallen jaren en zeer goed (sinds de Raio-fase) Mw. Mr. L. de Bruin, de oudste en beste studievriendin van mijn ex-echtgenote. Hoe ik over haar denk moge blijken uit mijn relaas " Met Recht Rot " en uit de bijgevoegde kopie van mijn brief d.d. 16 oktober 1996 aan Mr. Drs. M. Oosting , Nationale Ombudsman.
Geruchten willen bovendien dat Mr. A.H. van Delden en Mw. Mr. L. de Bruin Mw. Mr. W. Sorgdrager, de vorige minister van Justitie, persoonlijk kennen en dat roept dwingend de vraag op of de uiterst twijfelachtige wijze, waarop de valsheid in geschrift waaraan mijn ex-echtgenote, ex-gerechtsauditeur fiscale zaken van de Hoge Raad, zich schuldig maakte werd afgedekt (zie mijn relaas "Met Recht Rot") daarmee samenhangt.
2.3 hij kent Mr. J.W.D. van Oldenborgh, de advocaat van mijn ex-echtgenote. Na tien jaar ligt nu eindelijk dat segment van mijn klachten dat te maken had met Mr. van Oldenborgh op tafel bij het Hof van Discipline. Mr. van Oldenborgh is niet slechts advocaat maar ook al tien jaar Raadsheer-plaatsvervanger in Den Haag in het gebouw waarin ook de rechtbank waarvan Mr. van Delden president is, opereert. Het is u bekend hoe mijn klachten in dit kader versnipperd en vertraagd werden en systematisch onder het kleed geveegd zijn, ook door u.
2.4 hetgeen nu bij het Hof van Discipline voorligt, is een beroep tegen de absurde beslissing van de
Raad van Discipline, dat na acht jaar ik als klager niet-ontvankelijk zou zijn (de wet laat niet eens de
mogelijkheid toe dat de klager (en niet de klacht) niet-ontvankelijk zou zijn).
Ik verwijs ook naar de door mij aan u gestuurde klachtbrieven over die voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, die ook door u stelselmatig niet, laat staan naar behoren, worden afgehandeld, maar ontweken. De voorzitter van die Raad van Discipline is Mr. F.C.H.M. Robbers, coördinerend vice-president van de rechtbank waarvan Mr. van Delden president is.
2.5 een element van mijn klacht tegen Mr. van Oldenborgh betreft het vaststaande feit dat hij in het
half uur voor het begin van een kort geding een privé-onderhoud had met de rechter die dat kort geding zou gaan voorzitten. Dat hoort absoluut niet voor te komen. Nergens in de beschaafde
wereld wordt dat acceptabel geacht. Maar wie was die rechter ? Mr. Holtrop, vice-president van de rechtbank waarvoor Mr. van Delden als president verantwoordelijk is. Ik breng in herinnering hoe u mijn klacht over dat kwalijke optreden van Mr. van Holtrop, de feitelijke werkelijkheid negerend, naast u neerlegde met een schijnargument.
2.6 verder is er ook de recente kwestie van Mw. mr Dil-Stork, vice-presidente van de rechtbank waarvoor Mr. van Delden als president verantwoordelijkheid draagt. Die Mw. Mr. Dil-Stork stelde zich zozeer op in het voordeel van mijn ex, dat ik mij genoodzaakt zag voor het eerst een rechter te wraken. Het is u bekend hoe Mw. Mr. Dil-Stork een proces-verbaal valselijk formuleerde. Ook die uiterst ernstige kwestie is door u onder het kleed geveegd. De bijeengeroepen wrakingskamer veegde de wraking aan de kant door bewust te weigeren de feiten te achterhalen en zich te baseren op die feiten.
er is nu de beslissing d.d. 5 oktober 1998 door het Hof van Discipline omtrent de wraking van Mr. A.H. van Delden. Die uitspraak, waarmee Mr. van Delden compleet wordt 'schoongewassen', is op evident
onrechtmatige wijze tot stand gekomen.
De essentiële truc die gebruikt wordt is tamelijk doorzichtig en raakt kant noch wal. De drogredenatie gaat ongeveer als volgt: de rechter IS onpartijdig, dus moet degene die wraakt gaan aantonen dat die rechter niet onpartijdig is. Die truc werd ook al gebruikt door de wrakingskamer van de rechtbank te Den Haag; zie mijn brief aan u d.d. 27 september 1998. Maar daarmee wordt de wraker opgezadeld met een oneigenlijke en onmogelijke bewijslast die niet overeenkomt met de wet ter zake.
Immers: de wet spreekt in artikel 29 Rv. van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke
onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. En daaraan wordt dan altijd vroom toegevoegd dat zelfs de minste schijn vermeden moet worden. Ook in dat geval van de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag hebt u de wet aan de kant geschoven.
Alle inspanningen van rechters als sofistische woordillusionisten ten spijt, zal iedere normale
Nederlander kunnen constateren, dat ten aanzien van Mr. van Delden ik een hele reeks goede redenen gegeven heb die absoluut vallen onder het begrip " feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden ". Wat hier gebeurt is in strijd met artikel 6 EVRM. Dat van mij verwacht zou mogen worden nog enig vertrouwen te hebben in de a priori onpartijdigheid van Mr. van Delden is evident ronduit absurd. Ik heb eerder de indruk gekregen van een corrupte schavuit.
Kortom: het afwijzen van deze wraking van Mr. van Delden is absurd en komt neer op misbruik van macht aan de zijde van het Hof van Discipline. Ook daarover beklaag ik mij bij u als hoogstgeplaatste van het O.M..