Drs. N.C. Burhove Jaspers was hoofdsamensteller van het IRM-rapport m.b.t. de bijbanen van juristen in Nederland

Brief (4-11-98) aan president mr. S.K. Martens, Hoge Raad der Nederlanden

IRM . . Juristen . . EU Grondwet <==> SDN . . Klokkenluider . . Jeugdzorg . . Burhoven

Dat u deze kwestie doorschuift naar juist die kamer waarvan ik
vier van de vijf raadsheren heb gewraakt, komt over als ronduit bizar

drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA

PER FAX en PER POST


AAN:
    De President, Mr. S.K. Martens
    Hoge Raad der Nederlanden
    Lange Voorhout / Kazernestraat 52
    Postbus 20303
    2500 EH 's-Gravenhage

Betreft:

  • mijn brieven aan u d.d. 4 en 5 oktober 1998
  • mijn brief aan u d.d. 13 oktober 1998
  • uw antwoord d.d. 15 oktober 1998
  • mijn fax/brief aan u d.d. 19 oktober 1998
  • uw brief d.d. 21 oktober 1998
  • mijn brief aan u d.d. 23 oktober 1998
  • uw brief d.d. 29 oktober 1998

Wassenaar, 4 november 1998


Geachte heer President,

Uw fax/ brief ontving ik in goede orde.

  1. Allereerst wil ik mijn waardering uitspreken voor het feit dat u uw ultimatum van 2 november herroepen hebt; dat getuigt van een zekere souplesse.
  2. over het arrest nr 836 van 28 juni 1985 rept u niet meer; dit lijkt dus een gepasseerd station te zijn.
  3. ik vroeg u om de wettelijke grond voor uw zo stellige standpunt dat de verplichte procesvertegenwoordiging geldt. Die onderbouwing is achterwege gebleven; ik kan dus slechts aannemen dat ook dat een gepasseerd station is en zie dat als een bevestiging dat de extra door de Hoge Raad gestelde voorwaarde van een handtekening van de advocaat die in de zaak optreedt een oneigenlijke is.
  4. dat u deze kwestie doorschuift naar juist die kamer waarvan ik vier van de vijf raadsheren heb gewraakt, komt over als ronduit bizar. U vraagt toch ook niet aan een hoertje te gaan bewijzen dat zij nog maagd is ? Bovendien verwijs ik naar mijn brief aan u d.d. 13 oktober 1998, waarop ik geen antwoord heb mogen ontvangen.
  5. merkwaardig is dat een week geleden een verslaggeefster mij wist te vertellen dat de Hoge Raad in deze wraking uitspraak zal doen op vrijdag de 13-e november. Daarvan heb ik geen weet, maar vrijdag de 13-e associeer ik met de dag van de frauduleuze bankoverval door mijn ex-echtgenote, uw ex-gerechtsauditeur fiscale zaken.
  6. feiten zijn feiten zijn feiten. Zo ook, als voorbeeld, het volgende. Mr. Roelvink uw VP, en in uw opdracht voorzitter van de genoemde gewraakte kamer , is bij de Hoge Raad werkzaam als raadsheer vanaf 1981. Mw. Mr. M.C.M. de Kroon werkte als gerechtsauditeur bij de Hoge Raad vanaf 1984 tot 1991 tot zij vanwege haar u bekende escapade met de fiscus vertrok. Ook u kent haar sinds 1984. Zij stond/staat met de President van de Hoge Raad op voornamenbasis.

    Evident is dat Mr. Roelvink zich had moeten verschonen, maar hij heeft dat nagelaten en heeft aldus zijn ambtseed geschonden. Dit valt ook onder uw verantwoordelijkheid. Daaraan verandert ook een of andere 'vondst' om mijn wraking achteraf "weg te denken" geheel niets. Hetzelfde geldt voor de eerdere cassatieprocedure. Dat ik pas laat aan de gegevens kon komen om mijn mening te onderbouwen dat alle 5 raadsheren zich hadden moeten verschonen, verandert niets aan één ding. Dit had nooit mogen gebeuren; dat arrest is niet alleen qua inhoud zeer twijfelachtig, maar het is ook onder uitermate dubieuze omstandigheden tot stand gekomen en u draagt daarvoor direct verantwoordelijkheid.

  7. het komt mij voor dat het meest redelijke alternatief wellicht zou kunnen liggen in de in de wet gestelde mogelijkheid voor rechters om in een wraking te berusten.
  8. van harte hoop ik dat u kunt begrijpen dat ik dit conflict dat begon met de Zwitserse bankoverval door Mw. Mr. de Kroon, niet gezocht heb.

Hoogachtend,

Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA


Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA
tel + fax: 070 5118922
van Polanenpark 58
2241 RS Wassenaar




KOPIE: Internet http://www.sdnl.nl/burhoven.htm

Zie ook:
Homepage drs. N.C. Burhoven jaspers MBA
Rechtmatigheid proces aan president Mr. S.K. Martens voorgelegd
Principiële analyse van recht en verantwoordelijkheid van de Hoge Raad der Nederlanden