Klacht bij de ombudsman tegen de Minister en de Staatssecretaris van Justitie


IRM . . Juristen . . EU Grondwet <===> SDN . . Klokkenluider . . N.C. Burhoven

    
    
    
    Per fax en per Post

    AAN:

      Prof. Mr. R. Fernhout
      De Nationale Ombudsman
      Het Bureau van de Nationale Ombudsman
      Stadhoudersplantsoen 2, Postbus 29729
      2502 LS den Haag


    BETREFT: klacht tegen de Minister en de Staatssecretaris van Justitie.

    Wassenaar, 14 februari 2000

    Geachte Ombudsman,

    Hierbij leg ik aan u voor een klacht over het optreden van de Minister en van de Staatssecretaris van Justitie.

    De kern van de kwestie in casu is het feit dat Mr. van Delden, via de Deken van Den Haag, mij mijn advocaat ontnam. Dit moge onwaarschijnlijk klinken, maar één en ander ligt geheel in feiten vast. De Telegraaf besteedde d.d. 6 februari 1999 een pagina aan dat gebeuren. Ik bied u compleet schriftelijk bewijs aan.

    Voor het overige moge ik verwijzen naar de bijgaande bijlagen; ik verzoek u de inhoud te beschouwen als geheel herhaald en ingelast. Ook op mijn laatste brieven d.d. 4 oktober 1999 aan de Minister en de Staatssecretaris heb ik geen enkele reactie meer ontvangen, welke dan ook. Taal noch teken.

    Het moge evident duidelijk zijn dat het ministerie niet wenst in te gaan op de door mij naar voren gebrachte ernstige zaken en slechts eigen macht wenst te misbruiken in een benadering van alles doodzwijgen. Dat lijkt mij een zeer ernstige zaak omdat het over uiterst bedenkelijke zaken gaat.

    Kennelijk wenst men deze kwesties van het kwalijke optreden van de President van de rechtbank van Den Haag volledig te negeren en onder het kleed te vegen. Daarmee heeft de Minister (en de Staatssecretaris) zich feitelijk opgezadeld met medeplichtigheid en al zeker voor een herhaling die voorkomen had kunnen worden indien hij zijn verantwoordelijkheden wél zou hebben genomen en zou hebben ingegrepen in een kwestie die in een land dat zich een democratische rechtsstaat wenst te noemen, eenvoudig niet voor mag komen. Een dergelijke situatie heeft zich dan ook herhaald in de zomer van 1999. Ik zal u daarover nader berichten.

    Al met al ben ik van mening dat hier aan de zijde van de Minister en de Staatssecretaris sprake is van grof misbruik van macht en van uitermate onbehoorlijk bestuur. Bij deze verzoek ik u met klem uw substituut Mw Mr Leig de Bruin geheel buiten de afhandeling van deze klacht te houden en wel om meerdere redenen:

    • de achtergrond wordt gevormd door de streek van Mr. Van Delden in het najaar 1998; naar mijn mening is daarbij sprake van criminele collusie. Maar Mr. Van Delden heeft gesteld dat hij haar beschouwt als zijn beste vriendin sinds tientallen jaren , ja sinds hun RAIO-tijd. Hij heeft er blijkens de feiten geen moeite mee bij herhaling de wet te schenden, kennelijk doordat hij zich gedekt weet door zijn contacten met de macht, zoals bijvoorbeeld in het kader van de Rotary.

    De indruk dringt zich op dat hij zich klaarblijkelijk bij voorbaat ook gedekt acht(te) door zijn mede-Rotarian Mr. Oosting, uw voorganger, die bovendien net als hijzelf lid is van de Haagsche Schouw, een intrigerend pseudo-geheim gezelschap der machtigen dat een indruk nalaat als van opvolger van de "200 van Mertens"

    • eerdere onaangename persoonlijke ervaringen met haar. Daarbij moge ik verwijzen naar de ingesloten tekst van mijn brief d.d. 16 oktober 1996; de inhoud moge voor zich spreken. Als rechter in Sovjetomstandigheden zou zij mij waarschijnlijk hebben laten opsluiten in een psychiatrische kliniek; arrogantie van de (rechterlijke) macht levert zo z'n eigen specifieke uitingen.

    • ik zou niet graag geconfronteerd worden met wraakzuchtige streken doordat zij hierover, direct of indirect zou "kleppen", hetgeen op basis van mijn eigen uitgebreide ervaring in haar natuur ligt. Het lijkt mij dat zulks ook de Nationale Ombudsman niet tot eer zou strekken.

    Teneinde veilig te stellen dat deze klacht u zonder meer en direct onder ogen komt, zie ik mijn genoodzaakt kopie van deze brief te sturen via uw huisadres. Kopie dezes zal ik doen toekomen aan de Sociale Databank Nederland; zie Internet http://www.mstsnl.net/burhoven/bur-omb4.htm

    Vanzelfsprekend sta ik tot uw beschikking voor nadere informatie.

    Hoogachtend, Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA


    Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA

    tel + fax: 31 70 5118922
    E-mail nburjas@planet.nl
    van Polanenpark 58
    2241 RS Wassenaar
    The Netherlands


    BIJLAGEN:

    brief d.d. 2 februari 1999 aan de Minister van Justitie (de bijlagen daarbij zend ik, gezien de omvang, over de post)
    brief d.d. 16 februari 1999 van de Minister van Justitie
    brief d.d. 24 augustus 1999 aan de Staatssecretaris van Justitie met notitie
    brief d.d. 4 oktober 1999 aan de Minister van Justitie
    brief d.d. 4 oktober 1999 aan de Staatssecretaris van Justitie
    brief d.d. 16 oktober 1996 aan Mr. Oosting


    Zie ook: