|
Katholiek Nieuwsblad van 5 april 2002: 'Rechtsgeleerden moeten hoger mikken'
AAN :
Prof. Mr. A.S. Hartkamp Kazernestraat 52 Postbus 20303 2500 EH 's-Gravenhage Wassenaar, 31 maart 2002 KLACHT tegen :
Aard van de klacht :
Hierbij vraag ik uw aandacht voor een situatie die naar mijn mening in Nederland niet mag voorkomen.
1--INLEIDING 2--DE CASUS 2.1 Het betreft een WOB-procedure. Met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur richtte namens mij Ing. A.M.L. van Rooij zich d.d. 22 juni 2000 tot de Minister van Financiën Drs. G. Zalm met een verzoek tot overlegging van relevante documenten betreffende Mw. Mr. M.C.M. de Kroon. Zie bijlage 2. De Minister van Financiën handelde niet alleen niet in overeenstemming met de voorgeschreven regels, maar weigerde stelselmatig de gevraagde documenten over te leggen. Daardoor ben ik ernstig in mijn belangen geschaad en heb ik mij niet, c.q. niet voldoende kunnen verdedigen tegen de wijze waarop de Minister van Financiën jegens mij is opgetreden. 2.3 De minister van Financiën weigerde aan de rechter documenten over te leggen. Er is sprake geweest van een door de rechtbank gestelde comparitie d.d. 20 februari 2001 om de Minister te dwingen documenten over te leggen. De comparitie werd op het allerlaatste moment afgezegd. Hoe dit precies verliep en welke documenten het betrof is tot op de dag van vandaag volslagen onopgehelderd. Dat is zeer bevreemdend. 2.4 Na langdurig oponthoud waarvan de redenen niet duidelijk zijn, buiten kennelijk frustrerend optreden van de Minister van Financiën werd per schrijven d.d. 5 oktober 2001 door een anonieme griffier medegedeeld dat er zou op 4 oktober 2001 uitspraak gedaan was door Mw. Mr. M.D.J. Reenen-Stroebel, kennelijk in die zin dat door de Minister geëiste geheimhouding van gevraagde documenten gedekt werd. In de brief van de griffier N.N. d.d. 5 oktober 2001 is een soort wazige formulering ten tonele gevoerd die als motivering volstrekt deficiënt is. Zie bijlage 6. 2.5 Diverse brieven zijn door Ing. Van Rooij gericht aan Mr. H.F.M. Hofhuis, President van de rechtbank gedateerd 6 december 2001 (zie bijlage 7), 15 januari 2002 (bijlage 8) en 21 januari 2002 (bijlage 9). Maar alles is inhoudelijk geheel aan de kant geschoven. Mr. Hofhuis heeft er het zwijgen toe gedaan en verwijst zonder verdere inhoudelijke reactie naar een komende zitting op 15 april 2002, waarvan het precieze doel ook door Mr. Hofhuis in het midden gelaten wordt. 3--OVERWEGINGEN 3.1 briefwisseling tussen de rechtbank en de Minister van Financiën wordt "gewoon" achtergehouden, al is schriftelijk verzocht deze over te leggen 3.2 een griffier N.N. heeft vermeld dat er een uitspraak gedaan zou zijn op 4 oktober 2001. Aan Mr. Hofhuis is gevraagd om een kopie van die uitspraak en om een proces-verbaal van die zitting. De tekst van die uitspraak is niet verstrekt, een proces-verbaal evenmin. 3.3 van een zitting op 4 oktober 2001 zijn Ing. van Rooij en ikzelf ook niet verwittigd 3.4 het valt te betwijfelen of die beslissing wel op papier is gezet en eigenlijk wel in het openbaar is uitgesproken 3.5 ook een proces-verbaal is niet geleverd, ondanks verzoek daartoe 3.6 ook een motivering van acceptabele vorm is niet gegeven 3.7 voor welke documenten de Minister van Financiën geheimhouding eist en waarom, is niet duidelijk bekend. Mw. Mr. M.C.M. de Kroon werd door haar werkgever, dezelfde Minister van Financiën langdurig geschorst hangende een onderzoek door de FIOD. Blijkbaar wenst de Minister van Financiën onder geen beding het bewuste FIOD-rapport over te leggen. Dat geeft ten zeerste te denken, ook wat betreft de duistere projectgroep onder de Minister van Financiën Drs. G. Zalm, waarvan sprake is. 3.8 hier worden de meest elementaire rechtsregels met voeten getreden zoals zorgvuldigheid, de feitelijke basis, gelijke behandeling enz. Ook het basisprincipe van de openbaarheid van rechtspraak is op flagrante wijze geschonden. 3.9 kennelijk, maar met een volstrekt misplaatste onderbouwing die geen motivering genoemd kan worden, wordt de eis tot geheimhouding van de zijde van de Minister van Financiën op alle mogelijke manieren onvoorwaardelijk gedekt 3.10 Hier is evident geen sprake meer van recht op basis van wet, waarheid en feit, maar ronduit van machtsuitoefening duidelijk gericht op het dienen van het belang van Drs. G. Zalm , thans Minister van Financiën. Met de benadering van "over u, maar zonder u", want wij Rechters en Bestuur regelen de zaken wel onderling, lijken wij terug te gaan naar de dagen van net voor de Franse revolutie. De rechtbank, c.q. de President ervan, heeft kennelijk verkozen zich te profileren als een politieke rechtbank in een soort nieuwe dictatuur van het proletariaat; de poldervariant dan. Zie ook bijlage 10. 3.11 Het moge evident zijn dat een groter kader van deze kwestie gevormd wordt door de "Drie van Arnhem", Mrs. Kooijmans, Valk en De Kroon en hun bepaald irreguliere benoeming tot raadsheer. Dat kan niet als ware het een soort staatsgeheim worden weggemoffeld. De kwestie van de Drie van Arnhem gaat ieder individueel belang te boven. Waar het hier gaat om functies van raadsheer, is het gebruik van het argument van "privacy of persoonlijke levenssfeer" door de Minister van Financiën misplaatst, ja zelfs absurd te noemen. Ook sluit de in deze brief beschreven situatie naadloos aan bij de al 15 jaar voortdurende onvoorwaardelijke bevoordeling van Mw. Mr. M.C.M. De Kroon en zelfs protectie ten aanzien van crimineel optreden, ook door u. Die zaak is al vele jaren bekend, ook bij u. Zie rubriek "Gerookte Zalm en harde Noten" op de Sociale Databank Nederland
3.12 Een en ander lijkt mij strijdig aan het EVRM
3.13 Deze zaak loopt nu al bijkans 2 jaar en komt op mij over als de zoveelste illustratie van getraineer ten faveure van het Bestuur. 4--VERZOEK Onder verwijzing naar de inhoud van artikel d.d. 25 mei 2001 in het Katholiek Nieuwsblad "De uitsmijter van de Hoge Raad", bijlage 11, zie ook http://www.sdnl.nl/kath-nb5.htm, verzoek ik u, als hoogste van het parket in Nederland deze kwestie, juist ook in de strafrechtelijke zin, tot op de bodem uit te zoeken en actie te nemen, zulks al dat niet in nauwe samenwerking met de Voorzitter van het College van Procureurs-Generaal aan wie ik kopie van het onderhavige schrijven doe toekomen. 5--TENSLOTTE In de onderhavige brief heb ik mij voor wat betreft de hoeveelheid bijlagen bewust beperkt, omdat het volume af zou kunnen leiden van de essentie van deze klacht. Natuurlijk zijn alle documenten voor u toegankelijk via de rechtbank te Den Haag. Het dossier dat ik tot mijn beschikking heb, is verre van compleet dank zij de President van de rechtbank te Den Haag. Ik verzoek u de inhoud van de bijlagen en documenten waarnaar is verwezen te beschouwen als geheel herhaald en ingelast. Indien u niet in deze zaak wilt treden, hoor ik dat gaarne ten spoedigste van u. Het komt mij voor dat een onverwijld antwoord in de rede zou liggen. Hoogachtend, Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA
C.c.: De voorzitter van het College van Procureurs-Generaal Jhr. Mr. J.L. de Wijkerslooth de Weerdesteyn |
Rubrieken SDN
Netwerk van juristen
Homepage drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA
Criteria voor de Integriteit van de Rechterlijke machtt
Recht op toegang tot de rechter moet in Europese grondwet
Juristen van het Ministerie van Financiën, Staatsalmanak 2000
Juristen van het Ministerie van Algemene Zaken, uit de Staatsalmanak 2000
Antecedentenregister van juristen om mogelijke belangenverstrengeling te ontwaren Terug naar het begin
Stichting Sociale Databank Nederland