Verzoek om een dwangsom van Ä 100.000 tot max. Ä 100.000.000 tegen de Gebr. van Aarle


EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens

't Achterom 9a
5491 XD
Sint Oedenrode
Tel. 0413-490387
Fax. 0413-490386

Afgegeven met ontvangstbevestiging.

Sint Oedenrode, 29 maart 2004.

Burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode,
Postbus 44,
5490 AA Sint-Oedenrode.

Tevens, excl. bijlagen, verstuurd per fax 0413 - 478060.


OPEN BRIEF


Ons kenmerk:  Aar/29034/bd.

Betreft: J.M. van Rooij v/d Heijden, A.M.L. van Rooij en J.E.M. van Rooij-van Nunen (cliŽnten)/

-         Bedenkingen tegen de vanaf 4 maart 2004 ter inzage gelegde ontwerp-beschikking (art. 8.4 lid 1 Wet milieubeheer) op de op 25 november 2003 ingekomen aanvraag van houtbedrijf Gebr. van Aarle B.V., Ollandseweg 159 te Sint Oedenrode.

-         Tevens verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

-         Tevens schadeaansprakelijkstelling.

-         Tevens oproep aan staatssecretaris P. van Geel van VROM om persoonlijk in te grijpen.

-         Tevens het wereldwijd openbaar maken van de hieronder beschreven vanuit het College van Procureurs Generaal aangestuurde zware georganiseerde milieucriminaliteit rondom dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V.

Geacht college,

Namens J.M. van Rooij v/d Heijden, A.M.L. van Rooij en J.E.M. van Rooij-van Nunen, hierna te noemen: cliŽnten, laten wij u hierbij onze bedenkingen toekomen t.a.v. opgemelde ontwerp-beschikking waarbij u voornemens bent aan houtbedrijf Gebr. van Aarle B.V. de op 25 november 2003 aangevraagde Wm-revisievergunning te verlenen.

Bedenking 1.

Op blz. 4 van de ontwerp-beschikking schrijft u dat wordt overgeschakeld op het toegelaten bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485. Dit is niet juist

Het bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 is al vanaf 1 oktober 2001 niet meer toegelaten. Bij besluit van 14 september 2001 heeft het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen de door Hickson Garantor Nederland B.V. aangevraagde verlenging van het bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 afgewezen ( zie productie 1).

Bij brief van 11 oktober 2001 heeft Arch Timber Protection B.V. te Wijchen (voorheen: Hickson Garantor Nederland B.V. te Nijmegen) daartegen bezwaar aangetekend bij het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen. Lopende de bezwarenprocedure is door Hickson Garantor Nederland B.V. niet tevens om voorlopige voorziening resp. schorsing verzocht bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Dit betekent dat vanaf 1 oktober 2001 het bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 niet meer is toegelaten en daarmee op.

1 oktober 2001 van rechtswege is beŽindigt. Tegen dit op 1 oktober 2001 van rechtswege beŽindigen van het bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 kan geen bezwaar en beroep worden aangetekend. Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen heeft hiervan bij beschikking van 14 september 2001 mededeling gedaan in de Staatscourant (zie productie 2).

Hiermee is feitelijk komen vast te staan dat het bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 al vanaf 1 oktober 2001 niet meer is toegelaten.

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven heeft dat in de overwegingen van haar uitspraak Awb 02/1506 van 26 juni 2003 niet meegenomen.

Had het College van Beroep voor het Bedrijfsleven dat wel meegenomen in hun uitspraak Awb 02/1506 van 26 juni 2003 dan had moeten worden beslist dat de toelating van Tanalith E 3485 op 1 oktober 2001 van rechtswege is vervallen.

Bedenking 2.

Op blz. 4 t/m 6 van de ontwerp-beschikking schrijft U dat Tanalith E 3485 de actieve stoffen koper(II)carbonaat(hydroxide), boorzuur en tebuconazole bevatten en dat bij het impregneerproces bij onderhavige inrichting de volgende stoffen kunnen worden onderscheiden:

-         koper(II)carbonaat (hydroxide)

-         boorzuur

-         tebuconazole

-         2 amino-ethanol

-         di (2-ethyl hexyl)phtalaat

U heeft zich daarbij gebaseerd op de op 25 november 2003 ingekomen aanvraag van de Gebr. van Aarle B.V. opgesteld door MILON-milieu-onderzoek B.V. te Schijndel. Milon milieu-onderzoek B.V. heeft dat gebaseerd op het veiligheidsinformatieblad voor Tanalith E 3485 van Arch Timber Protection B.V. (voorheen: Hickson Garantor B.V.) die als bijlage 13 achter de aanvraag is gevoegd. Daarin staan echter niet alle risicovolle componenten opgenomen die Tanalith E 3485 bevat. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd een kopie van het verslag chemisch onderzoek van Tanalith 3485 van 22 februari 1993 van de Keuringsdienst van Waren te Groningen (zie productie 3). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.  

Uit die inhoud kunt u opmaken dat benevens de 3 actieve stoffen zo'n 6-tal andere stoffen met een dikke viltstift onzichtbaar zijn gemaakt, de methode van onderzoek deels onzichtbaar is gemaakt, een groot gedeelte van de opgegeven resultaten en het daarin bepaalde onzichtbaar zijn gemaakt.

Dat hier sprake is van opzet en misdaad blijkt ook uit het feit dat de naam van degene die binnen de Keuringsdienst van Waren dit chemisch onderzoek heeft uitgevoerd onzichtbaar is gemaakt. Voor het kunnen doen van een risicobeoordeling zullen wij alle onzichtbaar gemaakte stoffen moeten kennen. 

1e verzoek om informatie.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van het originele verslag chemisch onderzoek van Tanalith 3485 van 22 februari 1993 van de Keuringsdienst van Waren te Groningen zonder dat daarop iets onzichtbaar is gemaakt.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek. Met nadruk verzoeken wij u dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Nadat wij de hierboven verzochte informatie hebben ontvangen kunnen wij de risico's pas beoordelen. Wij verzoeken u ons daarvoor een nader termijn van vier weken te vergunnen na ontvangst van deze informatie en ondergetekende dat schriftelijk te bevestigen.

Bedenking 3.

Bijgevoegd vindt u het etiketteringadvies d.d. 14 september 1993 van Tanalith 3485 van de afdeling toxische stoffen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (zie productie 4). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Uit die inhoud kunt u opmaken dat met een dikke viltstift chemische stoffen, het kenmerk van de brief, de contactpersoon, het doorkiesnummer en de naam van de betreffende persoon die dit advies heeft uitgebracht onzichtbaar zijn gemaakt. Zover gaat de misdaad rondom dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V. Het moge u duidelijk zijn dat men dit doet omdat wat op de verpakking staat vermeld niet overeenkomt met wat erin zit. Het gaat hier dus om opzettelijk valse foutieve etikettering. Om te kunnen beoordelen hoe erg fout het is zullen wij de tekst achter de onzichtbare gedeelten moeten kennen.

2e verzoek om informatie.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van het originele etiketteringadvies d.d. 14 september 1993 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zonder dat daarop iets onzichtbaar is gemaakt.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Nadat wij de hierboven verzochte informatie hebben ontvangen kunnen wij pas beoordelen hoe fout het zit met deze valse etikettering. Wij verzoeken u ons daarvoor een nader termijn van vier weken te vergunnen na ontvangst van deze informatie en ondergetekende dat schriftelijk te bevestigen.

Ook het huidige bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co van Hickson Garantor Nederland B.V. (thans: Arch Timber Protection B.V.) dat door de Gebr. van Aarle B.V. van meet af aan is gebruikt, is met toestemming van het ministerie van VROM al vanaf 6 april 1992 foutief geŽtiketteerd. Op de vaten Superwolmanzout-Co staat geschreven dat daarin 304 g/l arseenpentoxide zit, terwijl onderzoek uitgevoerd door de Keuringsdienst van Waren in Groningen heeft uitgewezen dat dit 384 g/l arseenzuur is. Recent nog is dit enorme schandaal door het televisieprogramma 'Twee Vandaag' naar buiten gebracht. Deze TV-uitzending kunt u bekijken bij de Sociale Databank Nederland op internet: http://www.mstsnl.net/video/wolmanzouten-2.wmv

De landelijke en Europese politiek sprak er schande van. Tweede Kamerlid Marijke Vos van Groen Links vertelde tegenover 16 miljoen Nederlanders dat deze valse etikettering onmiddellijk dient te worden aangepakt. Vervolgens doet er niemand iets. De staatssecretaris van VROM niet, Marijke Vos van Groen Links niet, de Tweede Kamer niet, de Eerste Kamer niet, het Kabinet niet, Minister Donner van Justitie niet. 

Arch Timber Protection B.V. te Wijchen (voorheen: Hickson Garantor Nederland B.V. te Nijmegen) en de Gebr. van Aarle B.V. gaan gewoon door met het vervoeren en het gebruiken van dit foutief geŽtiketteerde Superwolmanzout-Co. Niemand maar ook niemand treedt daartegen op. Hiermee hebben wij toch echt bewezen dat de Gebr. van Aarle B.V. samen met Arch Timber Protection B.V. in Nederland de dienst uitmaken.

Voor hen geldt geen enkele wet.

Zij hebben zich daarmee boven alle ministers, de Eerste en Tweede Kamer, Europese Commissie en Europese Hof gesteld. Daarmee is de gemeente Sint Oedenrode, met houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. als centrum, het Palermo van Europa geworden. Dit alles heeft zover kunnen komen omdat de politieke doofpot in Nederland geen grenzen kent.

Hoe erg deze doofpot is en hoever die gaat kunt u o.a. lezen in mijn bijgevoegd artikel 'Politieke doofpot kent geen grenzen' in Kleintje Muurkrant van 24 februari 2004 (zie productie 5) of lees op internet: https://www.stelling.nl/kleintje/388/Vanrooij.htm

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

In betreffend artikel staat letterlijk de volgende tekst:

===========================================================================

POLITIEKE DOOFPOT KENT GEEN GRENZEN 

Hickson Garantor B.V. te Nijmegen (thans: Arch Timber Protection B.V. te Wijchen) mag van verantwoordelijk minister drs. K.M.H. Peijs van Verkeer en Waterstaat (CDA) tot de zomer van dit jaar doorgaan met het vervoeren van het foutief geŽtiketteerde bestrijdingsmiddel superwolmanzout-Co naar o.a. houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode. Heeft Arch Timber Protection B.V. deze CDA-minister volledig aan de leiband?

Door Ad van Rooij

In mijn vorige artikel 'Justitie helpt georganiseerde misdaad' uit Kleintje Muurkrant van 23 januari 2004 heb ik kenbaar gemaakt dat op de vaten Superwolmanzout-Co van Hickson Garantor B.V. (thans: Arch Timber Protection B.V.) waarmee het houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. zijn hout impregneert, staat geschreven dat daarin 304 g/l arseenpentoxide zit terwijl onderzoek uitgevoerd door de Keuringsdienst van Waren in Groningen heeft uitgewezen dat dit 374 g/l arseenzuur is.

Ook staat daarin geschreven dat ik van deze foutieve etikettering al op 21 januari 1996 aangifte heb gedaan bij politiebeambte H. Valkis van de politie Brabant Zuid-Oost. Bij brief van 23 januari 1996 heeft de heer Valkis deze aangifte ter afhandeling doorgestuurd naar mr. A.M. Fransen milieuofficier van Justitie te Amsterdam. Deze mr. A.M. Fransen heeft, ondanks mijn continue aandringen daartoe, steeds geweigerd om op deze aangifte een beslissing te nemen waarmee ik al acht jaar lang ben geblokkeerd in mijn beklagmogelijkheden bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Wanneer officier van Justitie mr. A.M. Fransen mij toen niet had geblokkeerd in mijn beklagmogelijkheden bij het Gerechtshof te Amsterdam dan was het in 1996 in geheel Nederland al afgelopen geweest met de massale dumping van arseenzuur in geïmpregneerde tuinhuisjes, schuttingen, pergola's en zelfs kinderspeeltoestellen. Daarmee had de Nederlandse politiek een op komst zijnde kankerexplosie, die al flink op gang is, voor miljoenen mensen (kinderen) kunnen voorkomen.

Op dezelfde dag als dat Kleintje Muurkrant dit schandaal naar buiten bracht meldde ook het televisieprogramma Twee Vandaag dat, met toestemming van het ministerie van VROM, deze houtimpregneermiddelen al vanaf 6 april 1992 foutief zijn geŽtiketteerd. Het ministerie van VROM heeft volgens voormalig minister Magaretha de Boer besloten de benaming arseenzuur te vervangen door arseenpentoxide om daarin meer eenduidigheid te krijgen, zonder dat de samenstelling van het houtimpregneermiddel Superwolmanzout-Co is veranderd.

Arseenpentoxide is al geen lekker goedje, maar bij arseenzuur moeten alle seinen ogenblikkelijk op rood, aldus deskundigen in Twee Vandaag. Na deze openbaring via de landelijke televisie zou men toch verwachten: nu gaat Justitie in Amsterdam mijn aangifte van 23 januari 1996 hierover tegen Hickson Garantor B.V. (thans: Arch Timber Protection B.V.) na acht jaar toch echt in behandeling nemen. Nee dus; dit door Hickson Garantor B.V. ernstig gepleegde strafbare feit wordt door Justitie van Amsterdam nog steeds toegedekt. Hiermee heb ik feitelijk bewezen dat ons Openbaar Ministerie (onder politieke verantwoordelijkheid van CDA-minister Donner van Justitie) daarmee aan het hoofd staat van dit georganiseerd misdaadnetwerk. Daarmee heb ik tevens een verklaring gevonden voor de honderden verloren aangespannen gerechtelijke procedures tegen deze wolmanzouten-misdaad mede onder voorzitterschap van voormalig staatsraad J.P.H. Donner als rechter bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Vandaag 11 februari 2004 las ik bij Omroep Brabant op teletekst dat de Gebr. van Aarle B.V. van staatssecretaris P. van Geel van VROM (CDA) nog tot de zomer mag doorgaan met het impregneren van hout met het Superwolmanzout-Co van Arch Timber Protection B.V. Dit betekent dat Gebr. van Aarle B.V. van verantwoordelijk minister Peijs van Verkeer en Waterstaat (CDA) nog een half jaar lang deze foutief geŽtiketteerde vaten Superwolmanzout-Co over de weg mag (laten) vervoeren.

Dit verklaart de opzettelijke onjuiste voorlichting over de inhoud van die vaten door het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Naar de inhoud van de recent door een Ethiopische schip verloren vaten in de Noordzee heeft TNO onderzoek verricht. TNO heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat over de uitkomst van dat onderzoek geïnformeerd met de berichtgeving dat die vaten inderdaad arseenzuur bevatten. Ondanks deze wetenschap laat het ministerie van Verkeer en Waterstaat een persbericht uitgaan dat onderzoek bij TNO heeft uitgewezen dat in die vaten alleen arseenpentoxide is gevonden. Dat is een aperte leugen.

Het ANP neemt dit leugenachtige persbericht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat klakkeloos over in hun ANP-bericht dat naar alle Nederlandse kranten wordt verstuurd. Op deze wijze worden alle kranten door het ministerie van Verkeer en Waterstaat opzettelijk voorgelogen over de inhoud van die gifvaten en werken de Nederlandse media, zonder dat te beseffen, mee aan deze vernietigende misdaad tegen de mensheid.

In de Twee Vandaag uitzending op 23 januari 2004 heeft Marijke Vos van Groen Links tegenover 16 miljoen Nederlanders verklaard dat die foutieve etikettering op de vaten bij haar niet bekend was. Dit terwijl ik al drie jaar geleden bij brief van 13 april 2001 alle 150 Tweede Kamerleden en alle 75 Eerste Kamerleden daarover heb geïnformeerd (zie de video van de uitzending op televisie op www.sdnl.nl/video/wolmanzouten-2.wmv ). Er zijn dus twee mogelijkheden, te weten:

1) of voorzitter mr. J. van Nieuwenhoven van de Tweede Kamer heeft mijn brief van 13 april 2001 voor alle 150 Kamerleden, waaronder Marijke Vos van Groen Links, achtergehouden of

2) Marijke Vos is niet zo eerlijk als ik dacht en heeft zij hierover 16 miljoen Nederlanders bewust onjuist voorgelicht.

In beide gevallen hebben wij een politiek schandaal waarbij 16 miljoen Nederlanders eisen om hierover juist te worden voorgelicht. Het gaat namelijk om hun eigen gezondheid en dat van hun nageslacht. Van wat ik hierboven over Marijke Vos van Groen Links heb geschreven heb ik haar per e-mail al op 5 februari 2004 op de hoogte gebracht. Omdat zij weigert daarop te antwoorden heb ik haar in meerdere e-mails daarna gevraagd om daarop te reageren. Tot op heden zwijgt zij nog als het graf.

Mocht ondanks dit artikel in Kleintje Muurkrant reactie daarop van Marijke Vos toch nog uitblijven, dan is voor mij duidelijk geworden dat 'Groen Links' haar naam Groen heeft ontleend aan dit gifgroene hout en de gesubsidieerde gifgroene stroom die ermee wordt opgewekt.

In het geval dat Tweede Kamerlid Marijke Vos van Groen Links de verantwoordelijke minister Peijs van het ministerie van Verkeer en Waterstaat niet dwingt om het vervoer over de weg van het foutief geŽtiketteerde Superwolmanzout-Co in opdracht van Arch Timber Protection B.V. naar o.a. houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode onmiddellijk te laten beŽindigen, dan is voor mij daarmee het ware gezicht van Marijke Vos en van geheel Groen Links duidelijk geworden. Over een maand komt hierover in het volgende Kleintje Muurkrant dan de onthulling.

(Ad van Rooij is hogere veiligheidskunde en betrokken bij het Ecologisch Kennis Centrum te Sint Oedenrode. Een overstelpende hoeveelheid informatie over dit soort zaken kunt u vinden bij de Sociale Databank Nederland ( www.sdnl.nl en www.sdnl.nl/ekc.htm ), bij Polie ( www.biomassa.polie.nl ) en in iedere aflevering van Kleintje Muurkrant zie archief op ( www.stelling.nl/kleintje )).

===========================================================================

Met dit nieuwe aangevraagde bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 gaan de Gebr. van Aarle B.V. samen met Arch Timber Protection B.V. gewoon door met hun valse foutieve etikettering. Zij kunnen dat ook gerust doen, want deze twee bedrijven maken in Nederland en Europa immers toch de dienst uit. Dat als gevolg daarvan miljoenen mensen ernstig ziek zullen worden totdat, na een lange lijdensweg, de (kanker)dood erop volgt vinden de verantwoordelijke lokale en landelijke politiek kennelijk alleen maar bijzaak.

Bedenking 4

Bij uitspraak Awb 02/1506 van 26 juni 2003 heeft het college van Beroep voor het Bedrijfsleven beslist dat bij de Toelating van Tanalith E 3485 geen onderzoek is verricht naar de te verwachten gevolgen in latere stadia in de levenscyclus, waaronder:

a.    Het werken met dit bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 door de werknemers van Gebr. van Aarle B.V. De Arbeidsomstandighedenwet verplicht het bedrijf de Gebr. van Aarle B.V. tot het laten uitvoeren van een risico-inventarisatie en evaluatie door een gecertificeerde Arbo-deskundige. Ondergetekende is zo'n deskundige (zie productie 6).  Een dergelijke risico-inventarisatie en evaluatie kan nooit worden gedaan omdat een groot gedeelte van de chemische stoffen wordt verzwegen. Dit betekent dat als u toch overgaat tot verlening van de aangevraagde Wm-vergunning u daarmee groen licht geeft voor het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet door de Gebr. van Aarle B.V.

b.    Het via de lucht verspreiden van de chemische stoffen uit dit bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 vanuit de inrichting naar de omgeving. In de zeer nabije omgeving (rondom het bedrijf) worden agrarische producten geteeld voor de menselijke en dierlijke consumptie. Het via de lucht overgieten van deze agrarische producten met onbekende hoeveelheden deels onbekende chemische stoffen lijkt mij niet bevorderlijk voor de consumerende mensen en dieren.

c.    Ook lijkt mij het dagelijks inademen en via de huid binnenkrijgen van die deels onbekende chemische stoffen door omwonenden, waaronder    kinderen en bejaarden, rondom het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. niet zo bevorderlijk voor hun gezondheid. Een risico-inventarisatie en evaluatie hiervan had onderdeel moeten uitmaken van de aanvraag.

d.    Het bewerken (zagen, schaven, boren, schuren) van het door de Gebr. van Aarle B.V. met Tanalith E 3485 geïmpregneerde hout door derden bedrijven, waaronder bouwbedrijven en doe het zelvers. Ook deze bedrijven moeten op grond van de Arbeidsomstandighedenwet een risico-inventarisatie en evaluatie laten uitvoeren. Een dergelijke risico- inventarisatie en evaluatie kan nooit worden gedaan omdat een groot gedeelte van de chemische stoffen wordt verzwegen. Dit betekent dat als u toch overgaat tot verlening van de aangevraagde Wm-vergunning u daarmee groen licht geeft voor het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet door alle derden bedrijven waaraan de Gebr. van Aarle B.V. het met Tanalith E 3485 geïmpregneerde hout verkoopt.

e.    Het aanraken van dit hout, vooral door kinderen, die op met Tanalith E 3485 geïmpregneerde kinderspeeltoestellen spelen. Deze kinderspeeltoestellen worden ook geplaatst binnen scholen,  kinderopvangcentra, e.d. Ook deze instellingen moeten op grond van de Arbeidsomstandighedenwet een risico-inventarisatie en evaluatie laten uitvoeren. Een dergelijke risico-inventarisatie en evaluatie kan nooit worden gedaan omdat een groot gedeelte van de chemische stoffen wordt verzwegen. Dit betekent dat als u toch overgaat tot verlening van de aangevraagde Wm-vergunning u daarmee groen licht geeft voor het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet door     scholen, kinderopvangcentra e.d. waaraan de Gebr. van Aarle B.V. de    met Tanalith E3485 geïmpregneerde kinderspeeltoestellen verkoopt.

f.    Het opstoken van het met Tanalith E 3485 geïmpregneerde hout in houtkachels, open haarden, in elektriciteitscentrales of op brandstapels buiten. Wanneer men niet weet welke chemische stoffen er allemaal in zitten kan dit uitstoot van levensgevaarlijke stoffen tot gevolg hebben, explosies veroorzaken e.d. Ook kan de vrijkomende as levensgevaarlijke componenten bevatten. Ook hiernaar behoort een risico-inventarisatie en evaluatie te worden gemaakt. Dit is echter onmogelijk omdat een groot gedeelte van de in Tanalith E 3485 aanwezige chemische stoffen voor iedereen wordt verzwegen.

Bij uitspraak Awb 02/1506 van 26 juni 2003 heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven het volgende beslist. De Rmnl (Regeling milieutoelatingseisen niet-landbouwbestrijdingsmiddelen) is op 26 juni 1997 genotificeerd op basis van richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (Pb 1983, L 109, blz. 8) en is na het op 29 december 1997 verstrijken van de stand still-periode in werking getreden. Reeds nu richtlijn 98/34/EG van het Europese Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (Pb 1998, L 204, blz. 37) eerst op 10 augustus 1998 in werking is getreden is de tenuitvoerlegging van de Rmnl niet in strijd met laatstgenoemde richtlijn.

Blijkens de toelichting op artikel 2.1 Rmnl dienen milieueffecten in de gebruiksfase te worden betrokken in de besluitvorming omtrent de toelaatbaarheid van niet-landbouwbestrijdingsmiddelen, evenals de milieueffecten van met deze middelen behandelde producten.

Artikel 2.1 Rmnl is niet in strijd met de Bmw (Bestrijdingsmiddelenwet).

Een dergelijke wettelijk verplichte risicobeoordeling heeft bij Tanalith E 3485 niet plaatsgevonden. Daarom heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in haar uitspraak Awb 02/1506 van 26 juni 2003 beslist dat de toelaatbaarheid van Tanalith E 3485 op grond van de Bmw slechts adequaat kan worden beoordeeld nadat het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen zich een beeld heeft gevormd van de concrete milieueffecten van met deze middelen behandeld hout, op grond van een door Arch Timber Protection B.V. te verrichten nader wetenschappelijk onderzoek. Zolang Arch Timber Protection B.V. weigeren hiernaar een nader wetenschappelijk onderzoek te verrichten kan het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) daarop geen besluit nemen. Zolang de CTB hierop geen besluit kan nemen kunnen ook burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode daarop geen besluit nemen.

Bedenking 5.

Om de werkvloeistof in optimale conditie te houden wordt zo'n 0,05 % tanagard 3755 aan de werkvloeistof Tanalith E-3485 toegevoegd (zie blz. 7 en bijlage 13 aanvraag). Volgens het veiligheidsinformatieblad van Arch Timber Protection B.V. bevat Tanagard 3755 de volgende chemische stoffen in de volgende gewichtsconcentratie:

-         6% w/w aan 2-octyl-2H-isothiazol-3-one (CAS-nummer 26530-20-1)

-         3% w/w aan 5-chloro-2-methyl-4-isothiazolen-3-one/2-methyl-4-isothiazolin-3-one(3:1). 

De overblijvende 91 % w/w aan chemische stoffen die in Tanagard 3755 zitten mag niemand weten. Op deze manier raakt Arch Timber Protection B.V. via de Gebr. van Aarle B.V. als dekmantel mogelijk toch nog van het verboden arseenzuur af zonder dat iemand het weet. Wanneer de Gebr. van Aarle B.V. deze voor 91% w/w onbekende chemische stoffen gaat mengen met Tanalith E 3485, met daarin eveneens diverse onbekende chemische stoffen, dan kan dat onder bepaalde omstandigheden leiden tot chemische reactie's waaruit uiterst giftige dampen en/of explosies ontstaan.

Voor een risicobeoordeling, waartoe men wettelijk verplicht is, zullen wij de 100 % w/w samenstelling van Tanagard 3755 moeten kennen.

3e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een veiligheidsinformatieblad van Tanagard 3755 waarop de 100 % w/w samenstelling staat aangegeven.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek. Met nadruk verzoeken wij u om dat maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Bedenking 6.

Voor de nabehandeling van met Tanalith E 3485 verduurzaamd hout wordt handmatig END-SEAL+ aangebracht als verduurzaamd hout nadien mechanisch wordt bewerkt (zie bijlage 13 aanvraag). Volgens het veiligheids informatieblad van Arch Timber Protection B.V. bevat END-SEAL+ de volgende chemische stoffen in de volgende concentratie:

-         29,7 g/l koper (II)carbonaat

-         6,5 g/l boorzuur

-         0,7 g/l tebuconazole

De overblijvende 963 (?) g/l aan chemische stoffen die in END-SEAL+ zitten mag niemand weten. Er is geen enkele gecertificeerde Arbo-deskundige, waaronder ondergetekende, die op het handmatige gebruik van dit middel door werknemers van de Gebr. van Aarle B.V. de vanuit de Arbeidsomstandighedenwet verplichte risico-inventarisatie en evaluatie kan uitvoeren. Hiervoor moeten wij de 100% samenstelling kennen.

4e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een veiligheidsinformatieblad van END-SEAL+ waarop de 100 % w/w samenstelling staat aangegeven.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Bedenking 7.

Voor de behandeling van onbehandeld en verduurzaamd hout wordt door de Gebr. van Aarle B.V. ecoleum gebruikt (zie bijlage 13 aanvraag). Volgens het informatieblad van P.K. Koopmans lakfabrieken B.V. bevat deze ecoleum o.a. zuivere lijnolie en alkydhars. Wat er o.a. allemaal nog meer aan chemische stoffen in zit wordt verzwegen.

5e informatieverzoek

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een veiligheidsinformatieblad van Ecoleum waarop de 100% samenstelling staat aangegeven.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Bedenking 8.

Projectleider R. van Heeswijk van het gecertificeerde bureau MILON-milieu-onderzoek B.V. te Schijndel heeft, ondanks het feit dat hij geen kennis heeft over de volledige chemische samenstelling van Tanalith E 3485 en Tanagard 3755 (zie bedenkingen 2 t/m 5), toch kunnen beoordelen dat het aannemelijk is, dat de emissie naar de lucht niet relevant is, het terugdringen ervan niet echt zinvol is en de NeR hier niet van toepassing is.

Met enkel en alleen de wetenschap dat Tanalith E 3485 zo'n 45% w/w 2 aminoethanol (monoethanolamine) bevat en met dit middel behandeld hout wordt nabehandeld met stoom van een temperatuur van 110 ļC had bij R. van Heeswijk het alarm af moeten gaan.

Omdat het vlampunt van monoethanolamine (casnummer: 141-43-5) 85 ļC bedraagt, kan niet anders worden geoordeeld dan dat er grote hoeveelheden van die stof zal uitdampen naar de lucht.

Monoethanolamine damp mengt zich goed met lucht. Monoethanolamine is een sterke base, reageert heftig met zuren en is corrosief (bijtend) o.a. ten opzichte van aluminium en zink. De stof ontleedt bij verhitting of bij verbranding onder vorming van giftige gassen. Reageert heftig met oxidatiemiddelen. Reageert boven 60 ļC met aluminium onder vorming van waterstof. Tast koper, koperlegeringen alsmede rubber aan. De stof kan worden opgenomen in het lichaam door inademing en inslikken. Een voor de gezondheid gevaarlijke concentratie in de lucht zal bij verhitting zeer snel worden bereikt. De stof werkt irriterend op de ogen, de huid en de ademhalingsorganen.

De stof werkt op het zenuwstelsel. De stof kan in hoge concentraties aanleiding geven tot bewustzijnsverlaging. Bij intensief huidcontact, zoals bij kinderspeeltoestellen, kunnen huidaandoeningen ontstaan. Het gebruik van alcoholische dranken versterkt de schadelijke werking. De geur waarschuwt onvoldoende bij overschrijding van de MAC-waarde. Op grond van de Nederlandse Emissierichtlijnen (NeR) en de Duitse TA-Luft dienen emissies van monoethanolamine naar de lucht zo laag mogelijk te worden gehouden. Hiermee praten we nog eens niet over alle andere onbekende levensgevaarlijke chemische stoffen die in Tanalith E 3485 zitten en waarvan niemand mag weten wat het is.

Wanneer de heer Van Heeswijk met zijn deskundig bureau MILON milieu-onderzoek B.V. zelf pal naast het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. zou zijn gevestigd dan was daar gegarandeerd een ander deskundigenadvies uitgekomen. Ondergetekende vindt het onvoorstelbaar dat de heer Van Heeswijk omwille van geld zich hiervoor laat lenen. Op grond van deze feiten had de aanvraag vergezeld moeten gaan van een uitgebreid onderzoekrapport over emissies naar de lucht van alle in Tanalith E 3485 en Tanagrad 3755 aanwezige chemische stoffen. Een dergelijk onderzoekrapport dient er alsnog te komen alvorens hierop positief kan worden beslist.

Bedenking 9.

Op blz. 3 van de ontwerp-beschikking staat geschreven dat de inrichting geen afvalwater loost zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren. U baseert zich daarbij op het schrijven van 13 februari 2003 van ambtenaar H.J.W. Vugts van het waterschap De Dommel aan de Gebr. van Aarle B.V. en het schrijven van 27 januari 2004 van dezelfde heer Vugts aan de heer R. van Heeswijk van MILON milieu-onderzoek B.V. 

Uitgaande van het gemiddelde aantal charges van 1,5 per dag heeft ambtenaar H.J.W. Vugts met de losse pols het volgende beslist:

===================================================================================

Houtbedrijf Gebr. van Aarle B.V.

Ollandseweg 159

5491 XB Sint Oedenrode

Boxtel                     : 11 februari 2003                  behandeld door          : H. Vugts

ons kenmerk          : 03.01148                              doorkiesnummer        : 0411 - 618254

uw kenmerk           :                                              e-mail adres               : hvugts@dommel.nl

onderwerp                     :               aanvraag Wvo-vergunning  bijlagen                                                                           verzonden                   : 13 februari 2003

Geachte heer van Aarle,

Vanwege de aanstaande revisie van de vergunning in het kader van de Wet milieubeheer is het Houtbedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode op 10 februari 2003 bezocht om een eventuele vergunningplicht in het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren vast te stellen. Hierbij is het volgende geconstateerd.

Houtimpregneerproces.

Dagelijks wordt één charge hout bewerkt in de impregneer-/fixatieketel. Gedurende het impregneer en fixatieproces tijdens de avond- en nachturen blijft de ketel gesloten. Bij aanvang van de werkzaamheden 's morgens wordt de ketel geopend. Eventueel vrijkomende stoom wordt hierbij opgevangen en condenseert in de gesloten bedrijfshal. Na enkele uren is geen stoom meer in de bedrijfshal waarneembaar en hierna wordt het stoomgefixeerde hout naar buiten gereden en gestald op een buitenterrein met een vloeistofdichte vloer.

Conclusie: ter voorkoming van stoomemissie naar de buitenomgeving zijn bronmaatregelen getroffen middels stoomopvang in de gesloten bedrijfshal; als gevolg van deze maatregel wordt er geen stoom geŽmitteerd naar de buitenomgeving.

Regenwatervoorzieningen.

Het regenwater van het buitenterrein met vloeistofdichte vloer wordt opgevangen in een hemelwaterbassin met een overstortdrempel naar een calamiteitenbuffer. Om alle regenwater- ook tijdens extreme weersomstandigheden - te kunnen bergen zijn nog 2 extra stalen hemelwaterbassins met een totale opslagcapaciteit van 58 m3 inhoud beschikbaar. Het aldus ingezamelde regenwater wordt in totaliteit aangewend als proceswater voor de aanmaakverdunning van de impregneervloeistof. Binnen dit inzamelsysteem voor het regenwater is geen overstortvoorziening aanwezig naar de vuilwaterriolering. Het overige regenwater van het bedrijfsterrein ten behoeve van de opslag van onbehandeld hout en het dakwater van de bedrijfsgebouwen wordt opgevangen in een molgoot en afgevoerd naar een onverharde strook grond nabij een perceelsloot. Normaliter zal het regenwater verzinken in dit onverharde deel. Bij hevige regenval zal mogelijk afvloeiing naar de sloot kunnen plaatsvinden.

Conclusie:

het potentieel-verontreinigd regenwater wordt niet geloosd op de riolering of op oppervlaktewater, maar opgevangen in bassins en hergebruikt als proceswater ten behoeve van het impregneerproces; het niet-verontreinigde regenwater wordt normaliter verzonken in de bodem of incidenteel geloosd op oppervlaktewater; in het kader van vergunningplicht op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is de lozing van schoon regenwater op oppervlaktewater vrijgesteld.

Huishoudelijk afvalwater.

Het sanitaire afvalwater wordt afgevoerd op de drukriolering van de gemeente Sint Oedenrode. Gelet op de hiervoor beschreven wijze van verwerking van het regenwater en de genomen maatregelen ter voorkoming van stoomemissie is geen vergunning in het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewater vereist.

Hoogachtend,

 

H.J.W. Vugts

medewerker afdeling vergunningen en handhaving.

 

Afschrift naar afdeling Milieuzaken van de gemeente Sint Oedenrode

===========================================================================

Ondergenoemde feiten maken duidelijk dat, na kennis te hebben genomen van de bovengenoemde 8-tal bedenkingen, hier sprake is van samenspannende organisatiecriminaliteit tussen houtbedrijf Gebr. van Aarle B.V., H.J.W. Vugts medewerker bij de afdeling vergunningen en handhaving van het waterschap De Dommel, R. van Heeswijk van MILON milieu-onderzoek B.V. en de gemeente Sint Oedenrode.

 

Het betreffen de volgende feiten:

Feit A: Dit advies heeft H.J.W. Vugts op persoonlijke titel uitgebracht aan het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. en de heer R. van Heeswijk van het bureau MILON milieu-onderzoek B.V. die in opdracht van de Gebr. van Aarle B.V. de milieuvergunningaanvraag heeft opgesteld en ingediend. Hiermee hebben betreffende personen in ernstige mate gehandeld in strijd met de Wet milieubeheer. Niet door ambtenaar H.J.W. Vugts op persoonlijke titel en niet aan de Gebr. van Aarle B.V. had hierover advies moeten worden uitgebracht. Er had door het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel, of namens het dagelijks bestuur van het waterschap de Dommel,  hierover advies aan Burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode moeten worden uitgebracht.

Feit B: Voor de beoordeling of al dan niet een Wvo-vergunning is vereist moet niet worden uitgegaan van het gemiddelde aantal charges per dag die door de Gebr. van Aarle B.V. (volgens eigen zeggen) zullen worden gedaan maar van het maximaal aantal charges waarvoor milieuvergunning is aangevraagd. De definitieve aanvraag om een milieuvergunning voorziet in maximaal zes charges per dag. Op dit maximale aantal van 6 charges per dag had het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel advies moeten uitbrengen.

Feit C: Voor bedrijven die hout impregneren is het besluit van 4 november 1983 (stb 577) houdende aanwijzing van soorten van inrichtingen als bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 31, vierde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Stb 1981, 573) van kracht.

Dit betekent dat ook voor het lozen van proces(afval)water in het gemeenteriool, dat vervolgens terecht komt en een zuiveringstechnisch werk onder beheer van het waterschap De Dommel, een Wvo-vergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel is vereist. Ingevolge voorschrift 3.1.1. uit de ontwerp-beschikking mag bedrijfsafvalwater worden geloosd op het openbaar riool. Hiervoor is een Wvo-vergunning vereist. Om te kunnen beoordelen van waaruit binnen het bedrijf overal proces(afval)water op het gemeenteriool kan worden geloosd zal men moeten beschikken over een adequate rioleringstekening. Een dergelijke rioleringstekening maakt geen onderdeel uit van de in geding zijnde aanvraag.

Feit D: Ambtenaar H.J.W. Vugts van het waterschap De Dommel oordeelt op persoonlijke titel in zijn advies aan de Gebr. van Aarle B.V. als volgt:

'Conclusie: ter voorkoming van stoomemissie naar de buitenomgeving zijn bronmaatregelen getroffen middels stoomopvang in de gesloten bedrijfshal; als gevolg van deze maatregel wordt er geen stoom geŽmitteerd naar de buitenomgeving'.

Als dat zo is dan had dit opgenomen moeten zijn in de bij de ontwerp-beschikking behorende voorschriften. In deze voorschriften staan deze door de heer Vugts verzonnen bronmaatregelen geheel niet voorgeschreven.

Dergelijke door de heer Vugts verzonnen bronmaatregelen zullen burgemeester en wethouders de Gebr. van Aarle B.V. ook nooit kunnen voorschrijven omdat de Gebr. van Aarle B.V. daarmee dan wettelijk wordt verplicht haar eigen werknemers in korte tijd te vergiftigen in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet.

Feit E: Ambtenaar H.J.W. Vugts van het waterschap De Dommel oordeelt verder op persoonlijke titel als volgt:

'Het regenwater van het buitenterrein met vloeistofdichte vloer wordt opgevangen in een hemelwaterbassin met een overstortdrempel naar een calamiteitenbuffer. Om alle regenwater ook tijdens extreme weersomstandigheden te kunnen bergen zijn nog 2 extra stalen hemelwater opslagbassins met een totale opslagcapaciteit van 58 m3 inhoud beschikbaar. Het aldus ingezamelde regenwater wordt in totaliteit aangewend als proceswater voor de aanmaakverdunning van de impregneervloeistof. Binnen dit inzamelsysteem voor het regenwater is geen overstortvoorziening aanwezig naar de vuilwaterriolering'.

Om dit alles te kunnen beweren moet hij toch wel beschikken over bovenaardse krachten. Dit omdat:

-         van een vloeistofdichte vloer geen sprake kan zijn. De Gebr. van Aarle B.V. heeft van burgemeester en wethouders betreffende vloer mogen bouwen zonder een vereiste bouwvergunning.

-         Voorafgaande aan de bouw ervan is door burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode dus geen enkele eis gesteld met betrekking tot constructie, ondergrond en gebruik van materialen e.d. met betrekking tot de blijvende vloeistofdichtheid van die vloer. Dit ondanks de extreem belastende omstandigheden daarvan.

-         gesproken wordt van een overstortdrempel. Deze overstortdrempel kan nooit       overstorten op de twee extra stalen hemelwaterbassins. Dit omdat deze twee hemelwaterbassins boven de grond staan. Omhoog overstorten is namelijk niet mogelijk.

-         gesteld wordt dat al het regenwater ook tijdens extreme weersomstandigheden kan worden geborgen in de twee extra stalen hemelwaterbassins met een totale opslagcapaciteit van 58 m3.

De heer Vugts durft dat te stellen ondanks het feit dat in bijlage 6 van de aanvraag staat geschreven dat zelfs met de maximale toegestane jaarproductie van 5000 m3 geïmpregneerd hout nog overstort op rioolstelsel of oppervlaktewater kan plaatsvinden. Ook houdt hij geen rekening met het feit dat de Gebr. van Aarle B.V. veel minder van dat geïmpregneerde hout kan gaan verkopen en veel minder van dat giftige regenwater via het hout bij de mensen in de tuin kan dumpen. Ook houdt hij geen rekening met het feit dat betreffende opslagcapaciteit kort voor deze extreme weersomstandigheden al bijna vol kan zitten met water en er nauwelijks nog iets bij kan. Ook houdt hij geen rekening met het feit dat deze waterbassins met een inhoud van 58 m3 boven de grond staan opgesteld en het er met een pomp moet worden ingebracht. Bij extreme regenval /onweer kan de elektriciteit uitvallen. Als gevolg daarvan werkt de pomp niet meer en kunnen die hemelwaterbassins niet worden benut.

Door ondanks deze wetenschap toch nog te stellen dat er nooit op het riool en/of oppervlakte zal worden geloosd maakt duidelijk dat er voor de heer Vugts andere persoonlijke belangen meetellen.

Feit F: Ambtenaar H.J.W. Vugts stelt onder persoonlijke titel verder dat het regenwater dat op het terrein en de daken van het bedrijf van de Gebr. van Aarle B.V. valt, dat op het omliggende oppervlaktewater valt, dat op daken wegen en verharde terreinen in de omgeving van het bedrijf valt, hetgeen allemaal direct of indirect op het oppervlaktewater wordt geloosd, niet is verontreinigd als gevolg van het door de Gebr. van Aarle B.V. aangevraagde impregneer- en stoomfixeerproces. De Gebr. van Aarle B.V. impregneert en stoomfixeert zijn hout met deels bekende en deels onbekende vluchtige organische stoffen die dag in dag uit, mede vanwege het grote dampende oppervlak van stapels vers geïmpregneerd hout, in grote hoeveelheden zullen worden uitgestoten naar de lucht. In geval van regenweer zullen deze verontreinigde stoffen:

-         met het regenwater mee deels vallen op de daken en het verharde terrein van de Gebr. van Aarle B.V. zelf en worden geloosd in het oppervlaktewater. Het lozen ervan in de bodem is namelijk op grond van de voorschriften uit hoofdstuk 4 van de ontwerp-beschikking verboden.

-         met het regenwater mee deels vallen op daken, verharde wegen en verharde terreinen in de omgeving van het bedrijf en worden geloosd     in het oppervlaktewater.

-         met het regenwater mee rechtstreeks vallen op het oppervlaktewater in de omgeving.

Dat ook voor deze lozingen via de lucht het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. Wvo-plichtig is heeft het Europese Hof van Justitie te Luxemburg bij arrest C-231/97 op 29 september 1999 beslist. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:

-         het arrest van het Europese Hof van Justitie in zaak C-231/97 van 29 september 1999 in een geschil tussen A.M.L. van Rooij en het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel inzake de Gebr. van  Aarle B.V. (zie productie 7).

-         het artikel 'Giftige stoffen lozen via de lucht mag niet meer' uit de Leeuwarder Courant van 7 oktober 1999 (zie productie 8).

-         het artikel 'Vergunning voor spuiten met gif' uit het Algemeen Dagblad van 16 oktober 1999 (zie productie 9).

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Met die inhoud is bij Europees arrest C-231/97 van 29 september 1999  komen vast te staan dat ook voor deze lozingen van verontreinigde stoffen via de lucht op het oppervlaktewater een Wvo-vergunning van het waterschap De Dommel is vereist. Dat zowel de Gebr. van Aarle B.V., de gemeente Sint Oedenrode en het waterschap De Dommel al vanaf 29 september 1999 weigeren uitvoering te geven aan dit Europese arrest maakt dat niet anders. Dit maakt alleen maar duidelijk hoe diep de georganiseerde misdaad zit rondom dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V.

Met bovengenoemde feiten is onomstotelijk komen vast te staan dat in coördinatie met de aangevraagde Wm-revisievergunning, een Wvo-vergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel is vereist. Ingevolge artikel 8:30, eerste lid, Wet milieubeheer had tegelijk met de op 25 november 2003 ingekomen aanvraag om een Wm-revisievergunning een aanvraag om Wvo-vergunning bij het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel moeten worden ingediend.

Ingevolge artikel 8:30, tweede lid, Wet milieubeheer, en de hierop betrekking hebbende vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, had deze Wm-revisievergunning nooit in behandeling genomen mogen worden omdat bijbehorende aanvraag om Wvo-vergunning door de Gebr. van Aarle B.V. niet binnen zes weken na 25 november 2003 bij het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel is ingediend.

6e informatieverzoek.

Om te kunnen beoordelen van waaruit het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. haar  proces(afval)water loost zult u moeten beschikken over een tekening waarop alle rioleringen zijn ingetekend. Omdat voor het aanleggen van deze rioleringen hoge eisen als blijvende vloeistofdichtheid zijn gesteld, betekent dat de Gebr. van Aarle B.V. daarvoor in het verleden bij u een of meerdere bouwvergunningen moet hebben aangevraagd. Wij verzoeken u ons van deze door u bij bouwvergunning(en) verleende rioleringstekeningen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een kopie te laten toekomen. Mocht nu blijken dat de Gebr. van Aarle B.V. van u alle ondergrondse rioleringen heeft mogen aanleggen zonder een daarvoor vereiste bouwvergunning, zonder enige eis van vloeistofdichtheid, dan verzoeken wij u ons een kopie te laten  toekomen van een tekening waarop alle door de Gebr. van Aarle B.V. illegaal aangelegde rioleringen zijn ingetekend en waarop zichtbaar is aangegeven waarop die zijn aangesloten.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek. Met nadruk verzoeken wij u om dat maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Bedenking 10.

Op blz. 3 van de ontwerp-beschikking schrijft Mw. S.M. van de Moosdijk namens burgemeester en wethouders letterlijk het volgende:

'Als gevolg van de gevraagde bouwkundige uitbreiding en verbouwing van hal II is tevens een bouwvergunning vereist. De coördinatieregels uit de Woningwet en de Wet milieubeheer zijn van toepassing'.

Hiermee heeft mw. S.M. van de Moosdijk valsheid in geschrift gepleegd. Uit navraag bij ambtenaar Van Dijk van de gemeente Sint Oedenrode is namelijk gebleken dat de Gebr. van Aarle B.V. voor de uitbreiding van hal II tot op heden nog steeds geen bouwvergunning heeft aangevraagd. Een ontwerp-beschikking die is gebaseerd op valsheid in geschrift kan nooit in stand blijven.

Bedenking 11.

Begin juni 2003 hebben cliŽnten geconstateerd dat de Gebr. van Aarle B.V. zonder een daarvoor vereiste bouwvergunning in strijd met zijn milieuvergunningvoorschriften enorme bouwwerken, zijnde stellingen voor de opslag van hout, van zo'n 40 meter lengte en zo'n 6 meter hoogte heeft gebouwd. Bij brief van 15 juni 2003, kenmerk Aar/15063/VZ, hebben wij u verzocht om middels oplegging van een last onder dwangsom van 5000 euro per dag tot een maximum van 500.000 euro betreffende illegaal gebouwde stellingen te laten verwijderen. (zie productie 10). Ingevolge artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht had u binnen acht weken (vóór 11 augustus 2003) een besluit moeten nemen op ons bestuursdwangverzoek van 15 juni 2003. Omdat de Gebr. van Aarle B.V. wordt gebruikt als dekmantelbedrijf om de gehele gemeente Sint Oedenrode en omliggende gemeente te vergiftigen met giftige en kankerverwekkende stoffen als arseenzuur en chroomtrioxide, en u persoonlijk kennelijk veel belang hebt met deze vergiftiging, weigerde u binnen het maximaal wettelijke termijn van acht weken te beschikken op ons handhavingsverzoek van 15 juni 2003.

Om die reden hebben cliŽnten daarover staatssecretaris P. van Geel van VROM aangeschreven. Bij brief van 13 november 2003, kenmerk: VI/Z13667/NP/JM, bericht de regionaal inspecteur van VROM drs. J.C. van Scherpenzeel daarop (zie productie 11):

'Uit onderzoek bij de gemeente is genbleken dat nu stappen worden ondernomen de bedoelde stellingen door middel van bestuursdwang te verwijderen dan wel de aanwezigheid van deze stellingen door het verlenen van bouwvergunning te legaliseren'.

Ook deze belofte jegens de regionaal inspecteur van VROM komen burgemeester en wethouders al ruim 4 maanden lang niet na. Uit navraag bij de ambtenaar Van Dijk van de Afdeling bouwzaken van de gemeente Sint Oedenrode is komen vast te staan dat de Gebr. van Aarle B.V. hiervoor nog steeds geen bouwvergunning heeft aangevraagd en dat u na maar liefst 9 maanden nog steeds blijft weigeren te beschikken op ons handhavingsverzoek van 15 juni 2003. In geval u binnen twee weken na heden geen besluit hebt genomen op ons handhavingsverzoek van 15 juni 2003, kenmerk Aar/15063/vz, dan is er zeer nadrukkelijk sprake van boze opzet en belangenverstrengeling ten dienste van de georganiseerde misdaad die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantel.

In dat geval zal op uw kosten tegen uw weigering om te beschikken (fictief besluit) bezwaar worden ingediend bij u als bevoegd gezag en de President van de rechtbank te 's-Hertogenbosch om voorlopige voorziening worden verzocht. Daarbij zal een afschrift van deze bedenkingen worden overlegd.

Dit des te meer betreffende illegaal gebouwde stellingen nooit kunnen worden gelegaliseerd op grond van de volgende feiten:

-         de in geding zijnde stellingen zijn begin juni 2003 gebouwd in strijd met de toen (en nog steeds) van kracht zijnde milieuvergunning met bijbehorende voorschriften.

-         de stellingen zij niet voorzien van aanrijdbeveiligingen, opschriften van maximaal toelaatbare gewichtsbelasting per compartiment, jaarlijkse keuringsrapporten, waartoe de Gebr. van Aarle B.V. op grond van de Arbeidsomstandighedenwet wettelijk verplicht is. Deze stellingen zullen door de arbeidsinspectie nooit worden goedgekeurd. Jaarlijks gebeuren veel arbeidsongevallen met dergelijke stellingen. In geval er een dergelijk bedrijfsongeval bij de Gebr. van Aarle B.V. gebeurd dan bent u als bevoegd gezag mede verantwoordelijk en aansprakelijk voor de schade aan werknemers of bezoekers van de Gebr. van Aarle B.V. Dit omdat u betreffende illegale gebouwde steigers, zonder enige constructieberekening, laat staan en u daartegen al vanaf 15 juni 2003 weigert handhavend op te treden.

7e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van de wetsartikelen, met bijbehorende jurisprudentie, waarin staat verwoord dat de Gebr. van Aarle B.V. zijn vanaf begin juni 2003 illegaal gebouwde stellingen (bouwwerken) mag laten staan zonder een daarvoor vereiste bouwvergunning en dat u daarbij mag blijven weigeren te beslissen op ons handhavingsverzoek van 15 juni 2003, kenmerk: Aar/15063/vz.

Ingevolge artikel 6 van de wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om hierop binnen twee weken een besluit te nemen. Met nadruk verzoeken ij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Bedenking 12.

Op blz. 8 t/m 9 van de ontwerp-beschikking schrijft u dat gezien de vigerende geluidsnormen de richtwaarden voor het betreffende gebied, alsmede de uitgevoerde referentiemeting een norm kan worden gesteld op:

-         45, 40 en 30 Db(A) gedurende respectievelijk de dag - avond - en nachtperiode voor de    dichtbijgelegen woningen aan de Ollandseweg.

-         40, 38 en 30 Db(A) gedurende respectievelijk de dag - avond - en nachtperiode voor dichtstbijzijnde woningen aan 't Achterom.

U heeft zich daarbij gebaseerd op het akoestische rapport van 21 januari 2004, nr. 3070/4, van ing. P.J.M. Klomp van db/a consultants v.o.f. te Nuenen. De heer Klomp heeft met het opstellen van dit rapport enkel en alleen rekening gehouden met de leugenachtige invoergegevens die de Gebr. Van Aarle B.V. aan hem hebben verstrekt. Deze invoergegevens heeft hij zorgvuldig uit zijn rapport gehouden zodat daarop niet kan worden  gecontroleerd.

Leugens van de Gebr. van Aarle B.V. waarop ing. P.J.M. Klomp van db/a consultants V.O.F. zijn akoestische onderzoeksrapport heeft gebaseerd zijn o.a. de volgende:

Leugen a. In het akoestische onderzoeksrapport gaat de heer Klomp uit van het feit dat Hal II is uitgebreid met een grote nieuwe hal. Voor deze uitbreiding heeft de Gebr. van Aarle B.V. nog geen bouwvergunning aangevraagd bij de gemeente Sint Oedenrode (zie bedenking 10). Wij vragen ons af hoe de heer Klomp dan kan weten wat de puntbronsterkte daarvan is, welke demping en reflectie aan dat gebouw moet worden toegerekend en wat de verschillende correctiefactoren moeten zijn. Dit alles moet de heer Klomp gewoon hebben verzonnen.

Leugen b. In het akoestische onderzoeksrapport gaat de heer Klomp uit van het feit dat het personeel via 't Achterom met personenauto's op het bedrijventerrein van de Gebr. van Aarle B.V. binnenrijden en daar gaan parkeren. Wanneer hij de tekeningen van bijbehorende op 25 november 2003 ingekomen aanvraag had bekeken dan had hij moeten zien dat daar geen in- of uitrit is ingetekend. Die inrit- of uitrit mag daar ook nooit komen. Daarover heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich in de vorige verleende Wm-revisievergunning d.d. 19 november 1991 al over uitgesproken. Wij hebben nog nooit personenauto's over een omheining zien springen. De heer Klomp kennelijk wel.

Leugen c. In het akoestische onderzoeksrapport gaat de heer Klomp uit van de aanwezige stellingen met houtopslag. Deze stellingen heeft de Gebr. van Aarle B.V. van burgemeester en wethouders zonder een daarvoor vereiste bouwvergunning, in strijd met de van kracht zijnde milieuvergunning en in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet mogen bouwen en mogen laten staan. Ondanks het feit dat de georganiseerde misdaad rondom dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V. reeds een ongekende omvang heeft aangenomen zullen deze stellingen (bouwwerken) toch moeten verdwijnen.

Als feitelijk bewijs daarvoor zie bedenking 11. Deze illegale bouwwerken had de heer Klomp nooit mogen meenemen in de berekening.

Leugen d. Het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. mag op grond van de verleende en aangevraagde milieuvergunning detailhandel plegen. Hij heeft van zijn aan te bieden producten een showopstelling staan van zo'n 60 meter lengte langs de Ollandseweg. Toch durft de heer Klomp te beweren dat er dagelijks niet meer dan 25 personenauto's vanaf de Ollandseweg via de toerit het terrein op en afgaan. De heer Klomp neemt kennelijk de wensdromen, die de Gebr. van Aarle B.V. hem hierover heeft verteld, voor waar aan om daarmee het geluidsniveau zo laag mogelijk te krijgen.

Leugen e. Het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. mag op grond van de voorschriften uit de in geding zijnde ontwerp-beschikking buiten op het bedrijventerrein onbeperkt hout zagen met een of meerdere motorkettingzagen. De voorschriften stellen hieraan geen enkele beperking. De Gebr. van Aarle B.V. zegt tegen de heer Klomp dat hij hooguit 3 minuten per dag tijdens de dagperiode een kettingzaag gebruikt. Iedereen die een bezoek brengt aan betreffend bedrijf en/of daar jarenlang als buurman heeft gewoond weet wel beter. In drie minuten tijd heb je een kettingzaag amper opgestart. Voor het zo weinig zagen met een kettingzaag behoef je zelf toch ook geen eigen slijpmachine voor kettingzagen te hebben, waarover de Gebr. van Aarle B.V. beschikt. Deze leugens van de Gebr. van Aarle B.V. worden door de heer Klomp gewoonweg blindelings geloofd en overgenomen in zijn berekeningen.

Leugen f. Om de bedrijfsduurcorrectieterm te bepalen moeten de stationaire geluidsbronnen per gebouw in kaart gebracht worden, waarin ook de bedrijfsduur per periode (dagperiode/avondperiode/nachtperiode) zijn aangegeven. Deze gegevens heeft de heer Klomp uit zijn akoestisch onderzoeksrapport van 28 januari 2004 gehouden, zodat daarmee kan worden gesjoemeld.

Leugen g. Ook de invoergegevens van geluidsbronnen, met daarin aangegeven de bron, omschrijving bron, x en y coördinaten van de bron, mvld, hoogte, refl, demp, richtingsindex, lwr31, lwr63, lwr250, lwr500, lwr 1k, lwr 2k, lwr 4k, lwr 8k, lwr-dBa, cb(D), cb(A) en cb(N), heeft de heer Klomp uit zijn akoestisch onderzoeksrapport van 28 januari 2004 gehouden, zodat daarmee kan worden gesjoemeld.

Leugen h. Ook de invoergegevens van het aantal vervoersbewegingen van vrachtauto's en personenauto's per dag met de routebeschrijvingen in de dag en avondperiode heeft de heer Klomp niet eenduidig in het akoestische onderzoeksrapport opgenomen, zodat ook daarmee kan worden gesjoemeld.

Leugen i. Ook de x en y coördinaten (afstanden) van de naastliggende burgerwoningen Ollandseweg 150, 161, 161A, 148 155 en 't Achterom 5 + 5a (5a bestaat niet), 't Achterom 9 (9a bestaat wel maar is vergeten) heeft de heer Klomp niet opgenomen in zijn akoestisch onderzoeksrapport, zodat daarmee kan worden gesjoemeld. Opmerkelijk is ook dat de zeer dicht aan het bedrijf gelegen twee burgerwoningen op het adres Ollandseweg 153 niet zijn meegenomen, terwijl juist daar de hoogste geluidsbelasting te verwachten valt.

Met bovenstaande leugens a t/m i is onomstotelijk komen vast te staan dat degene die dit akoestisch onderzoeksrapport heeft betaald (de Gebr. van Aarle B.V.) ook heeft bepaald wat de uitkomst moet zijn. Een dergelijk onderzoeksrapport is absoluut niet onafhankelijk maar beïnvloed door de georganiseerde misdaad die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruikt als dekmantelbedrijf.

Om te kunnen beoordelen wat het daadwerkelijke geluidsniveau (db(A)) zal zijn op de gevels van alle omliggende woningen zullen wij over de volgende gegevens moeten beschikken.

8e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een overzicht van de door ing. P.J.M. Klomp in kaart gebrachte stationaire geluidsbronnen per gebouw, waarin ook de bedrijfsduur per periode (dagperiode, avondperiode en nachtperiode) zijn aangegeven, zodat kan worden nagegaan waar  in het onderzoeksrapport is gesjoemeld.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

9e informatieverzoek

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een overzicht van alle door ing. P.J.M. Klomp ingebrachte geluidsbronnen, de omschrijving van de bronnen, de x en y coördinaten van de bronnen, mvld, hoogte, refl, demp, richtingsindex, lwr31, lwr63, lwr250, lwr500, lwr 1k, lwr 2k, lwr 4k, lwr 8k, lwr-dBa, cb(D), cb(A) en cb(N) van de bronnen, zodat kan worden nagegaan waar is gesjoemeld.

Ingevolge artikel 6 van de wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om deze maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

10e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een overzicht van het aantal vervoersbewegingen van vrachtauto's en personenauto's per dag met de daarin aangegeven routebeschrijvingen in de dag en avondperiode, zoals die door ing. P.J.M. Klomp zijn ingebracht, zodat kan worden nagegaan waar is gesjoemeld.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

11e informatieverzoek.

Om te kunnen bepalen dat de afstanden van aanliggende woningen door ing. P.J.M. Klomp goed zijn ingebracht verzoeken wij u ons een afschrift van een overzicht te laten toekomen met daarop aangegeven de x en y coördinaten en de afstanden in meters van de woningen Ollandseweg 150, 161, 161A, 148,153, 155 en 't Achterom 9, 9a en 5+5a tot aan de terreingrens van het bedrijf Gebr. van Aarle B.V.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Bedenking 13

Op grond van de op 25 november 2003 ingekomen aanvraag en de in geding zijnde ontwerp-beschikking mag het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. onbeperkt loonwerk-impregneren voor derden. Het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied 1997' alswel het oude bestemmingsplan buitengebied staan dat niet toe. Ingevolge de vigerende bestemming mag de Gebr. van Aarle B.V. enkel en alleen hout impregneren dat hij zelf heeft gezaagd, om daarvan zelf geïmpregneerde houten producten te maken en te verkopen. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als zodanig bij onherroepelijke uitspraak beslist. Alvorens voor dit loonwerk-impregneren milieuvergunning kan worden verleend zal eerst het bestemmingsplan ter plaatse hierop moeten worden aangepast.

Bedenking 14.

In de op 11 december 1990 ingekomen aanvraag, waarop u bij besluit van 19 november 1991 aan de Gebr. van Aarle B.V. milieuvergunning hebt verleend, staat over luchtverontreiniging letterlijk het volgende geschreven: 'Van het impregneerproces is expiratie van impregneermiddel zowel via impregneervloeistof als gereed product mede door de procesvoering naar het compartiment lucht uitgesloten'.

Hiermee is feitelijk komen vast te staan dat de Gebr. van Aarle B.V. op grond van zijn op 11 december 1990 aangevraagde en op 19 november 1991 verleende milieuvergunning 'nul, nul' impregneervloeistof naar de lucht mag uitstoten. De in geding zijnde aanvraag van 15 november 2003 (zie bijlage 15 aanvraag) staat onbeperkte hoeveelheden van deels bekende en deels onbekende chemische stoffen naar de lucht toe. Als onderbouw daarvoor verwijzen wij u naar de inhoud van bedenking 4 t/m 8. Wij verzoeken u die hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. is gelegen in het kritische Dommeldalgebied waar de overheid grote bedragen subsidies verstrekt aan degenen die geen agrarische bestrijdingsmiddelen toepassen. Het verlenen van een Wm-vergunning aan de Gebr van Aarle B.V., waarbij de emissies naar de lucht van 'nul, nul' worden verhoogd naar onbekende hoeveelheden deels bekende en deels onbekend chemische stoffen, in hetzelfde kritische Dommeldalgebied is in strijd met het overheidsbeleid ter plaatse. Hieraan kan absoluut niet worden getornd.

Bedenking 15.

Op blz. 11 van de ontwerp-beschikking en voorschriften 11.2.1 die onderdeel uitmaakt van die ontwerpbeschikking staat geschreven dat de overige gevaarlijke (afval)stoffen (totaal 233 liter) zijn opgeslagen in een daartoe bestemde bouwkundige kast overeenkomstig CPR 15-1 (nr. 15) in hal II. Dit betreft geen bouwkundige kast die voldoet aan de CPR 15-1 richtlijn. Het betreft een door de Gebr. van Aarle B.V. illegaal aangelegde lekbak voor olie en restproducten. Als bewijs daarvoor zie tekening nummer 22610 behorende bij de op 25 november 2003 ingekomen aanvraag.

12e informatieverzoek.

Aan bouwkundige kasten, die moeten voldoen aan de bouwvoorschriften van de CPR 15-1 richtlijn zijn zware bouweisen opgelegd. Daarvoor is een bouwvergunning vereist. Wij verzoeken u ons een afschrift van de door de Gebr. van Aarle B.V. aangevraagde en door u verleende bouwvergunning te laten toekomen van deze bouwkundige kast in hal II.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

Bedenking 16.

Op blz. 11 van de ontwerp-beschikking en voorschrift 11.2.2. die onderdeel uitmaakt van de ontwerp-beschikking staat geschreven dat de volgende gevaarlijke stoffen in emballage: tanalith E 3485 (2000 liter), tanagard (50 liter) en impregneersludge (450 liter) in het totaal 2500 liter moeten worden opgeslagen in een kluis overeenkomstig de bouwvoorschriften uit de CPR 15-1 richtlijn. Volgens mijn gegevens voldoet die ruimte (nr. 41) niet aan de bouweisen die de CPR 15-1 richtlijn aan een dergelijke kluis oplegt.

13e informatieverzoek.

Aan kluizen die moeten voldoen aan de bouwvoorschriften van de CPR 15-1 richtlijn zijn zware bouweisen opgelegd. Daarvoor is een bouwvergunning vereist. Wij verzoeken u ons een afschrift van de door de Gebr. van Aarle B.V. aangevraagde en door u verleende bouwvergunning te laten toekomen van  deze kluis (nr. 41) in Hal I.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

 

Bedenking 17.

 

In voorschrift 11.1.3 behorende bij de ontwerp-beschikking schrijft u dat de verpakkingen van gevaarlijke stoffen moeten zijn geŽtiketteerd overeenkomstig de bepalingen van het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1987 nr. 516) dan wel op een andere wijze zijn voorzien van een duidelijk opschrift waaruit de stofnaam blijkt en op grond waarvan de WMS-categorie van de stof is vast te stellen.

Hiermee kunnen wij het niet eens zijn. De etikettering moet zijn uitgevoerd overeenkomstig de op dit moment van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dat wat aan gevaarlijke stoffen staat vernoemd op het etiket moet overeenkomen met hetgeen er aan gevaarlijke stoffen in de verpakking, vat of IBC zit. De mogelijkheid van valse etikettering, zoals staat verwoord in de bedenkingen 2 en 3, moet te allen tijde worden uitgesloten.

 

Bedenking 18.

 

Ter voorkoming van visuele hinder hebben Burgemeester en Wethouders ingevolge voorschriften 14.4 van de op 19 november 1991 verleende milieuvergunning nadien een beplantingsplan vastgesteld, waarin zij achteraf tevens stiekem een in- en uitrit aan 't Achterom voor de Gebr. van Aarle B.V. hebben willen realiseren. Die stiekem achteraf gecreŽerde in- en uitrit aan 't Achterom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toentertijd vernietigd. Het beplantingsplan zelf heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onherroepelijk goedgekeurd. Dit houdt in dat over de gehele lengte aan 't Achterom en de gehele lengte grenzend aan het perceel behorend bij de twee burgerwoningen op het adres Ollandseweg 153 een beplantingsstrook van bomen van tenminste 3 meter breed moet blijven.

 

Op de tekening nummer 22610, die deel uitmaakt van de op 25 november 2003 ingekomen aanvraag, is deze beplantingsstrook langs 't Achterom deels verdwenen. Daarvoor zijn 6 parkeerplaatsen voor auto's in de plaats gekomen. De beplantingsstrook dient daar te blijven. Deze parkeerplaatsen moeten daar weg. Dit omdat aan 't Achterom geen in- en uitrit voor auto's is en daar ook niet mag komen. Hierover heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich al eerder onherroepelijk uitgesproken. Dat u ondanks deze wetenschap ook nu weer op een slinkse wijze middels het akoestisch onderzoeksrapport van 28 januari 2004 van ing. P.J.M. Klomp van db/a consultants v.o.f., dat onderdeel uitmaakt van de op 25 november 2004 ingekomen aanvraag, aan 't Achterom een nieuwe in- en uitrit tracht te creŽren zonder daar verder ook maar op enige wijze iets over te schrijven in de in geding zijnde ontwerp-beschikking getuigt van een smerige vorm samenspannende criminaliteit tussen de Gebr. van Aarle B.V., ing. P.J.M. Klomp en behandelend ambtenaar S.M. van de Moosdijk.

 

Bedenking 19.

 

Langs de openbare weg 't Achterom is een beplantingsstrook van zo'n drie meter breedte aangebracht. De houtopslag vindt plaats pal tegen tot in die beplantingsstrook; zie tekeningnummer 22610 behorende bij de aanvraag. Op 't Achterom rijden vaak fietsers of lopen wandelaars al dan niet met een brandende sigaret in de hand. Onder deze beplanting liggen vooral in de herfst veel dorre bladeren die ook afkomstig zijn van de vele andere grote populieren langs 't Achterom. Er behoeft maar door een persoon een brandende sigaret in die bladeren onder die beplanting te worden gegooid door iemand die over 't Achterom loopt of fietst en het gehele bedrijf van de Gebr. van Aarle B.V. kan daarmee volledig in brand komen te staan. Om dat te voorkomen moet de afstand tussen de opslag van hout en de erfbeplanting minstens 5 meter bedragen. Dit des te meer het afbranden van dit bedrijf van de Gebr. van Aarle B.V., vanwege de grote hoeveelheid aanwezige  chemische stoffen in opslag en in hout, een grote chemische ramp kan veroorzaken.

 

Bedenking 20.

 

Ter voorkoming van brandgevaar en in geval van brand moeten gebouwen  voldoende bereikbaar zijn voor brandweer, hulpdiensten e.d.

 

Op grond van voorschrift 14.8 uit de op 19 november 1991 verleende milieuvergunning moet de opslag van hout op het open terrein tenminste op een afstand van 5 meter van de gebouwen bedragen. In de in geding zijnde op 25 november 2003 ingekomen aanvraag is dat kennelijk allemaal niet meer zo belangrijk en mag tegen gebouw Hal I over een lengte van 20 meter hout worden opgeslagen tot een hoogte van 6 a 7 meter en mag tegen gebouw Hal II over een lengte van 25 meter tot zo'n 4 a 5 meter hoogte hout worden opgeslagen. Dit is om veiligheidsredenen absoluut onaanvaardbaar. Dit des te meer binnen de inrichting grote hoeveelheden chemische stoffen in opslag en hout aanwezig zijn.

 

Bedenking 21.

 

Met het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer1986-1990, vergaderjaar 1985-1986, nummer 19204, heeft de Tweede Kamer der Staten-Generaal het milieubeleid met betrekking tot zwarte lijststoffen, waaronder arseen en chroom VI, vastgesteld. Voor deze zwarte lijststoffen arseen en chroom VI geldt vanaf 1986, vanwege hun stofeigenschappen, zoals giftigheid- waaronder carcinogeniteit, mutageniteit en teratogenioteit- afbreekbaarheid en (bio)accumulatie, die een ernstig risico inhouden, een maximale brongerichte aanpak. Dit betekent dat deze zwarte lijststoffen al vanaf 1986  via een maximale brongerichte aanpak met de best bestaande techniek uit het milieu hadden moeten worden geweerd (zie productie 20).

 

Met uw bij besluit van 19 november 1991 verleende milieuvergunning aan de Gebr. van Aarle B.V. heeft u aan dit door de Tweede Kamer vastgestelde beleid opzettelijk geen uitvoering gegeven en de gebruiks- en afvalfase van het door de Gebr. van Aarle B.V. met arseen- en chroom VI geïmpregneerde hout opzettelijk niet meegenomen in de vergunningverlening.

Ter onderbouwing vindt u aan stukken bijgevoegd:

 

        Blz. 3 uit het rapport ' Duurzaam hout Goed Fout' van voormalig SP-Tweede Kamerlid Remi Poppe (zie productie 12).

        Persoonlijk overhandigde brief d.d. 10 augustus 1998 van voormalig Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks aan drs. J.P. Pronk, minister van VROM (zie productie 13).

        Brief d.d. 10 april 1996, nummer: 96/1807 HPK/HPK, van het college voor de toelating van bestrijdingsmiddelen aan A.M.L. van Rooij (zie productie 14).

        Brief d.d. 2 september 1996, kenmerk: GZB/C&O/963400, van de staatssecretaris van VWS, Erica Terpstra (zie productie 15).

        Mijn pleitnotitie d.d. 8 april 2003 in zaaknummer: 200301493/2/M1 welke op 8 april 2003 om 14.00 uur ter zitting is behandeld (zie productie 16).

        Brief van 30 maart 2003, met bijlagen, van A.M.L. van Rooij en J.E.M. van Rooij van Nunen aan de staatssecretaris van VROM de heer P. van Geel (zie productie 17).

 

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Uit die inhoud kunt u niet anders concluderen dan:

 

-          dat het bestrijdingsmiddel superwolmanzout-Co van Hickson Garantor is samengesteld uit hoogproblematisch gevaarlijk afval van de metaalindustrie en ertssmelterijen (Billiton/Shell).

-          dat het bestrijdingsmiddel superwolmanzout-Co van Hickson Garantor zeer hoge concentraties arseen en chroom VI bevat.

-          dat in het milieu brengen van de zwarte lijststoffen arseen en chroom VI in internationaal verband met de best bestaande techniek via een maximaal brongerichte aanpak moet worden vermeden.

-          dat de Bestrijdingsmiddelenwet geen rekening houdt met de afvalfase van het geïmpregneerde hout. Dit is ook niet nodig; niet Hickson Garantor, maar de Gebr. van Aarle B.V. is de producent van het geïmpregneerde hout. Daarvoor heeft u als bevoegd gezag bij besluit van 19 november 1991 milieuvergunning verleend.

 

Bijgevoegd vindt u:

 

        De brief van 21 februari 1995, kenmerk: 170295007/GM/MdB, van dr. H.A.M.A. de Vries, regionaal inspecteur voor de hygiŽne van het milieu voor Noord Brabant aan houtimpregneerbedrijf C. Tissen te Luyksgestel (zie productie 18).

 

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. In die brief schrijft de regionaal inspecteur letterlijk het volgende:

 

 

===========================================================================

Bedrijfsmilieuplan.

 

Geachte heer Tissen,

 

Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw brief van 21 december 1994 aan de minister van VROM, die zoals u is bericht op 24 januari jl. ter beantwoording naar mij is doorgestuurd, en van uw brief van 28 januari jl, waarin u mij nogmaals verzoekt de vraagtekens in uw bedrijfsmilieuplan nader in te vullen. Deze laatste brief stuurde u eveneens aan de minister van VROM en aan de heer ing. C.M. Moons, hoofd van de Afdeling Industrie en overige bedrijfstakken van het ministerie. Met deze brief reageer ik, mede op verzoek van de minister en de heer ing. C.M. Moons, op al uw bovengenoemde brieven.

 

Op uw verzoek om uw bedrijfsmilieuplan nader in te vullen kan ik geen gehoor geven. Bevoegd gezag bij het opstellen en beoordelen van bedrijfsmilieuplannen is immers de gemeente. Dit betekent dat u zich met uw vragen over de invulling van het bedrijfsmilieuplan tot uw gemeente dient te wenden. Om die reden heb ik uw brief van 21 december jl. met het bedrijfsmilieuplan ter behandeling naar de gemeente Luyksgestel gestuurd.

 

Van de door u gestelde aansprakelijkheid van het ministerie van VROM kan geen

sprake zijn, daar de gevolgen die optreden in het kader van het door u geproduceerde geïmpregneerde hout, voor rekening van de producent en derhalve voor uw rekening komen. Voor het overige geven uw brieven mij geen aanleiding tot opmerkingen. Ik beschouw uw brieven als afdoende beantwoord.

 

De Regionaal inspecteur van de Volksgezondheid voor de milieuhygiŽne,

 

Dr. H.A.M.A. de Vries.

 

==============================================================

 

Hiermee heeft de regionaal inspecteur van de volksgezondheid voor de milieuhygiŽne voor Noord Brabant beslist dat niet Hickson Garantor (de producent van het bestrijdingsmiddel superwolmanzout-Co) maar houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. ( de producent van het met superwolmanzout-Co geïmpregneerde hout) aansprakelijk is voor alle milieu- en gezondheidsschade die gedurende gebruiks- en afvalfase van het geïmpregneerde hout optreden.

 

Bijgevoegd vindt u verder:

 

        De brief van 19 augustus 1996, kenmerk: IBP96040460, van de minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer VROM aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen Import Export B.V. (zie productie 19)

 

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. In die brief schrijft de minister van VROM letterlijk het volgende:

 

 

===========================================================================

 

Productaansprakelijkheid

 

Geachte heer Tissen

 

In uw brief van 6 juli jl. verzoekt u mij aan te geven op welke grondslag ik u op 21 februari 1995 heb doen berichten dat de aansprakelijkheid voor geproduceerde producten in casu geïmpregneerd hout, berust bij de producent. Dienaangaande kan ik u als volgt berichten.

 

Met de zinsnede over productaansprakelijkheid in de brief aan u van 21 februari 1995 werd niets anders bedoeld dan een verwijzing naar de civielrechtelijke productaansprakelijkheid. Op grond van boek 6 van het Nieuw Burgeerlijk Wetboek bestaat er immers een civielrechtelijke (risico)-aansprakelijkheid van de producent ten gevolge van een gebrek in een door hem geproduceerd product (artikelen 185 t/m 193). Bovendien geldt op grond van de artikel 175 en 176 een risicoaansprakelijkheid voor producenten met betrekking tot gevaarlijke stoffen en verontreiniging van lucht, water en bodem.

 

 

Hoogachtend,

 

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

 

Margaretha de Boer

 

==============================================================

 

Hiermee heeft ook de minister van VROM beslist dat niet Hickson Garantor (de producent van het bestrijdingsmiddel superwolmanzout-Co) maar houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. (de producent van het met superwolmanzout-Co geïmpregneerde hout) op grond van artikel 175, 176 en 185 t/m 193 uit boek 6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is voor alle (milieu en gezondheids)schade die dit geïmpregneerde hout gedurende de gebruiks- en in afvalfase aan derden aanricht.

 

Met uw bij besluit van 19 november 1991 verleende Hinderwetvergunning (Milieuvergunning) heeft u aan het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. toestemming gegeven om zoveel bronnen 'geïmpregneerd hout' te produceren dat daarmee jaarlijks zo'n 5650 kg arseen (arseenzuur) en 7900 kg. chroom VI op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht worden gebracht. Nog niet 1 kg. van al dat arseen of chroom VI komt ook maar ooit terug op het bedrijf van de Gebr. van Aarle B.V.

 

Bijgevoegd vindt u:

 

        Het van toepassing zijnde gedeelte blz. 3, 52 en 53 uit het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986-1990, nr. 19204, nrs. 1 -2 van de Tweede Kamer der Staten Generaal (zie productie 20).

 

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Uit die inhoud kunt u niet anders concluderen dat arseen een zwarte lijststof is voor water, bodem en lucht en dat chroom VI een zwarte lijststof is voor lucht en dat deze stoffen vanwege de stofeigenschappen zoals giftigheid - waaronder carcinogeniteit, mutageniteit en teratogeniteit -, afbreekbaarheid en (bio)accumulatie, zo gevaarlijk zijn voor mens, dier en milieu dat het in water, bodem en lucht brengen ervan via een maximaal brongerichte aanpak met de best bestaande techniek moet worden voorkomen.

 

U als bevoegd gezag bent eraan gehouden om aan dit door de Tweede Kamer der Staten-Generaal goedgekeurde indicatief meerjarenprogramma milieubeheer 1986 - 1990 uitvoering te geven.

 

Dat het bedrijf 'Gebr. van Aarle B.V.' door u wordt gebruikt als dekmantelbedrijf om het hoogproblematisch gevaarlijk afval van de

metaalindustrie en ertssmelterijen bij de Nederlandse burgers in de tuin te dumpen, om daarmee o.a. Shell/Billiton onrechtmatig te bevoordelen, mag hierop geen invloed hebben.

 

Een ding staat als een paal boven water en dat zijn de volgende feiten:

Het superwolmanzout-Co waarmee het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. van u het hout mag volpersen bevat:

-          374 g/l arseenzuur

-          532 g/l chroomtrioxide (chroom VI zuur)

-          188 g/l koperIIoxide

 

Wat zijn de kenmerken van arseenzuur en chroomtrioxide:

-          arseenzuur (arseen) is een zwarte lijststof voor water, bodem en lucht

-          chroomtrioxide (chroom VI) is een zwarte lijststof voor lucht

 

Deze zwarte lijststoffen zijn zo gevaarlijk dat in internationaal verband is besloten dat in het milieu brengen ervan gezien van stofeigenschappen, zoals giftigheid - waaronder carcinogeniteit, mutageniteit en teratogeniteit - afbreekbaarheid en (bio)accumulatie, die een ernstig risico inhouden, via een maximaal brongerichte aanpak met de best bestaande techniek moet worden voorkomen.

Arseenzuur en chroomtrioxide (en hun zouten daarvan) zijn de meest kwalijke kankerverwekkende verbindingen die wij kennen.

 

Er zijn 4- klassen aan kankerverwekkende stoffen.

Arseenzuur en chroomtrioxide vallen in de zwaarste klasse, de klasse 1 van kankerverwekkende stoffen. Chroomtrioxide is ook nog genotoxisch hetgeen inhoudt dat deze stof geen veilige drempel kent. Het eenmaal in je leven binnenkrijgen van één molecuul chroomtrioxide kan op termijn al kanker veroorzaken.

 

Arseenzuur en chroomtrioxide zijn ook nog verdacht reprotoxisch, hetgeen inhoudt dat het toxische effecten (o.a. impotentie, fertiliteitsproblemen, menstruatiestoornissen, testiskanker) en/of toxische effecten op het geslacht via vrouwen en/of mannen (o.a. miskramen, ontwikkelingsstoornissen, doodgeboorte) en afwijkingen op het nageslacht als gevolg kunnen hebben.

 

Arseenzuur en chroomtrioxide lossen goed op in water en kunnen ons lichaam via een drietal routes binnendringen

-          via de lucht (ademhaling)

-          via de huid (aanraking)

-          via het maagdarmkanaal (besmette voeding)

en zijn daarom levensgevaarlijk. Asbest is een bagatel vergeleken met deze stoffen.

 

 

Enkel en alleen door het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. wordt jaarlijks al 5650 kg. arseen (arseenzuur) en 7900 kg. chroom VI (chroomtrioxide) op een ongecontroleerde manier in de compartimenten water, bodem en lucht gebracht.

 

Al in 1986 heeft de Tweede Kamer der Staten-Generaal beslist dat arseen en chroom VI 'zwarte lijststoffen' zijn, waarvoor in internationaal verband is afgesproken dat die

zo gevaarlijk zijn voor mens, dier en milieu dat in het milieu brengen ervan via een maximaal brongerichte aanpak met de best bestaande techniek moet worden voorkomen. Zie hiervoor bijgevoegd Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986 - 1990. ( zie bijlage IX ). Met de door u op 19 november 1991 aan de Gebr van Aarle B.V. verleende Milieuvergunning heeft u precies het tegenovergestelde beslist. Begrijpt u het nog??

 

Vroeg of laat komt al het arseen en chroom VI dat tijdelijk in dit geïmpregneerde hout zit opgeborgen in opgeloste vorm als arseenzuur en chroomtrioxide vrij en in ons oppervlaktewater, grondwater en drinkwater terecht.

 

Gewolmaniseerd hout bevat zo'n:

-          2000 mg/kg arseen.

-          4000 mg/kg chroom VI.

 

Per m3 hout (500 kg.) is dat zo'n:

-          1.000.000 mg = 1.0000.000.000 Ķg arseen

-          2.000.000 mg = 2.000.000.000 Ķg chroom.

 

Het grondwater is ernstig verontreinigd als het boven de interventiewaarde zit. De interventiewaarde bedraagt voor resp. arseen en chroom

-          arseen 60 Ķg/l

-          chroom 30 Ķg/l

 

Een kuub gewolmaniseerd hout verontreinigd dus op termijn:

-          17.000.000 liter water met arseen boven de interventiewaarde

-          66.000.000 liter water met chroom boven de interventiewaarde.

 

Op grond van de verleende milieuvergunning mag de Gebr. van Aarle B.V. jaarlijks 5000 m3 houtimpregneren. Dit komt neer op 13,7 m3 per dag.

Dit betekent dat op grond van deze door u verleende milieuvergunning het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. van u dagelijks:

-          233 miljoen liter toekomstig water mag vergiftigen met arseen boven de interventiewaarde.

-          en 904 miljoen liter toekomstig water mag vergiftigen met chroom boven de interventiewaarde.

 

Zo'n 25% van betreffend arseen en chroom trekt op termijn de grond in en verontreinigt het grondwater en later ons toekomstig drinkwater.

 

Zo'n 75% van betreffend arseen en chroom VI komt op termijn in opgeloste vorm in sloten, beken, De Dommel, Rijn, Maas en vervolgens de Noordzee terecht.

Nu al bevatten mede hierdoor sommige vissoorten in de Noordzee zo'n hoge concentratie aan arseen dat het als gevaarlijk afval bestempeld moet worden.

 

Betreffend arseen, chroom VI e.d. hoopt zich nog veel meer op in de organen van de vis dan in het visvlees. Betreffende organen gaan in de vorm van visafval naar de vismeelindustrie. Deze maakt daar vismeel van. Dit vismeel wordt vervolgens toegevoegd aan veevoer, varkensvoer, kippenvoer, kattenvoer en door deze dieren opgegeten. Het vlees van betreffende vee, varkens en kippen wordt door ons weer geconsumeerd. De mest afkomstig van betreffend vee, varkens, kippen wordt weer uitgereden over het land. Daarop grazen weer koeien, schapen, e.d. De melk van die koeien wordt door ons weer geconsumeerd. Ook het daarop geteelde groente en fruit wordt door ons geconsumeerd.

 

Hiermee is de spiraal van een steeds verdere totale verkankering van de gehele Nederlandse Gemeenschap een feit geworden. De boeren krijgen de schuld van dit alles en de milieucriminelen, die hieraan heel veel geld hebben verdiend, gaan vrijuit.

 

Ondanks het feit dat wij u hierover al jarenlang (met steekwagens vol brieven) hebben geïnformeerd blijft u totaal blind en stokdoof en schrijft u in uw afwijzend besluit van 25 februari 2003 doodleuk 'Gelet op het vorenstaande bestaat er naar onze mening geen aanleiding om de vergunning te actualiseren dan wel handhavend op te treden. Wij wijzen uw verzoek om handhaving dan ook af'. Dit alles zonder ook maar enige motivering. Hiermee heeft u niet voldaan aan de motiveringsplicht zoals artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht u dat oplegt.

 

Bijgevoegd vindt u verder:

        De Verordening (EG) nr 142/97 van 27 januari 1997 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (zie productie 21)

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Uit die inhoud kunt u het volgende opmaken:

Arseenzuur staat onder nummer 6 genoemd in de bijlage van deze EG- verordening nr. 142/97, betreffende de verstrekking van informatie over bepaalde bestaande stoffen krachtens verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad. Deze verordening is op 27 januari 1997 in werking getreden.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

 

 

Onder artikel 1 van deze Verordening staat letterlijk de volgend tekst:

 

Art. 1. De fabrikant(en) en importeur(s) van de in de bijlage van deze verordening vermelde stoffen verstrekken de Commissie binnen vier maanden na de inwerkingtreding van deze verordening alle relevante en beschikbare informatie over de blootstelling van mens en milieu aan deze stoffen.

 

De informatie over de blootstelling heeft betrekking op de emissie van die stof of de blootstelling van menselijke populaties of milieucompartimenten aan die stof tijdens verschillende fasen van de levenscyclus van de stof overeenkomstig artikel 3, lid 3, en bijlage I, deel A, van Verordening (EG) nr. 1488/94, met:

-          als menselijke populaties: werknemers, consumenten en via het milieu blootgestelde personen;

-          als milieucompartimenten: lucht, water en bodem met inbegrip van informatie over de lotgevallen van de stof in afvalwaterzuiverings-installaties en de accumulatie van de stof in de voedselketen;

-          als  levenscyclus van de stof: de vervaardiging, het vervoer, de opslag, de formulering in preparaten of andere vormen van verwerking, gebruik en verwijdering of terugwinning.

 

Op grond van de door u op 19 november 1991 verleende milieuvergunning moet de Gebr. van Aarle B.V. het Superwolmanzout-Co van Hickson Garantor verdunnen met water in een 4%-ige oplossing, alvorens het daarmee in het hout kan worden geperst.

Van deze 4%-ige oplossing is de Gebr. van Aarle B.V. de fabrikant.

 

Alvorens de Gebr. van Aarle B.V. deze 4%-ige oplossing in het hout had mogen persen had dit bedrijf overeenkomstig bovengenoemde EG-verordening nr. 142/97 alle beschikbare informatie over de blootstelling van mens en milieu aan arseenzuur (of zouten daarvan) rechtstreeks moeten melden aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Hieraan heeft de Gebr. van Aarle B.V. niet voldaan.

 

Hiermee is vast komen te staan dat de Gebr. van Aarle B.V. op grond van de door u op 19 november 1991 verleende milieuvergunning al vanaf 27 januari 1997 de Europese verordening nr. 142/97 moet overtreden.

 

Bijgevoegd vindt u verder:

        Het artikel 'Europa verbiedt geïmpregneerd hout'uit het Katholiek Nieuwsblad'van 24 januari 2003 (zie productie 22).

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Uit de inhoud van dat artikel kunt u niet anders concluderen dan dat de Europese Commissie op 6 januari 2003 de richtlijn 2003/02/EC heeft uitgevaardigd, die op 26 januari 2003 in werking is getreden. Op grond  daarvan was u, als bevoegd gezag, wettelijk verplicht om onverwijld alle  inwoners van Sint Oedenrode hierover te informeren en hen te waarschuwen dat de bij de Gebr. van Aarle B.V. gekochte geïmpregneerde producten niet meer zonder handschoenen mag worden aangeraakt.

 

Ook aan deze door de Europese Commissie uitgevaardigde richtlijn 2003/02/EC weigert u al vanaf 26 januari 2003 uitvoering te geven. Alle inwoners van Sint Oedenrode die als gevolg daarvan later (tot 40 jaar na de eerste blootstelling) kanker krijgen of ernstig ziek worden kunnen alle schade op u verhalen. Deze schade zult u als gemeente nooit meer kunnen opbrengen.

 

Ondanks deze wetenschap mag tot op de dag van vandaag het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. van u doorgaan met het impregneren van hout met arseen, chroom VI en koper en mag de Gebr. van Aarle B.V. daarvan nog steeds tuinhuisjes, tuinschuttingen, pergola's en zelfs picknicktafels en kinderspeeltoestellen maken en vrij verkopen aan de inwoners van Sint Oedenrode en buiten Sint Oedenrode.

 

U hebt dit gedaan om de georganiseerde misdaad, die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantel, met winst levensgevaarlijk chemisch afval van Billiton/Shell te kunnen laten dumpen in de tuinen van de bewust onjuist voorgelichte consumenten.

 

Dat hier sprake is van opzet en samenspannende overheidsmisdaad, waarin burgemeester P. Schriek, voormalig wethouder H. van Dijk-Eerhardt, huidig wethouder M. Thijssen en huidig ambtenaar ing. C.A.M. Kerstholt (hoofd van de afdeling bouwen en milieu) een hoofdrol speelden kunt u lezen in ons Wob-verzoek d.d. 4 maart 2004 (incl. bijlagen), kenmerk: VRo/04034/vz, aan burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode (zie productie 23). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Als gevolg daarvan zullen duizenden mensen ziek worden totdat de vreselijke kankerdood erop volgt. Dit alles heeft u op uw geweten.

 

Hoe groot deze georganiseerde misdaad is, die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. van meet af aan als dekmantelbedrijf hebben gebruikt, kunt u lezen in bijgevoegd artikel 'Aan de 13 miljoen kilo arsenicum en die 30 miljoen kilo chroom VI kan het niet gelegen hebben'  van 19 januari 2004 van Pamela Hemelrijk (zie productie 24). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Betreffend artikel kunt u ook lezen op internetadres: http://www.libertarian.nl/NL/archives/001138.php 

Vergeet daarbij de onder dit artikel aangegeven doorkliks aan onderbouw niet te lezen. Die kunt u lezen op de volgende adressen:

http://www.sdnl.nl/wolmanzouten.htm en http://www.sdnl.nl/nvvk_bestanden/frame.htm en

http://www.biomassa.polie.nl en

http://www.biomassa.polie.nl/blokschema.htm

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Vanaf  augustus 1992 tot op heden heeft de Gebr. van Aarle B.V. met uw hulp maar liefst zo'n 58.000 m3 met arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI) geïmpregneerd hout bij de bewust onjuist voorgelichte consumenten in tuinen, huizen, bijgebouwen, schuren e.d. kunnen dumpen.

In de afvalfase moet dit CCA-afvalhout ingevolge de Eural als gevaarlijk afval door betreffende consumenten worden verwijderd en verwerkt.

 

Als feitelijke onderbouw daarvoor vindt u bijgevoegd:

-         de circulaire inwerkingtreding Eural-regelgeving, SAS/2001144547, van 2001 van de minister van VROM aan de colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies en de colleges van Burgmeester en Wethouders van de gemeenten (zie productie 25).

-         een 9-tal van toepassing zijnde pagina's uit de handreiking Eural van augustus 2001 van het ministerie van VROM (zie productie 26).

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Uit de inhoud van 'productie 25' blijkt zonder enige twijfel dat op grond van de door het ministerie van VROM uitgevoerde berekeningen overeenkomstig de handreiking Eural d.d. augustus 2001 het CCA-afvalhout, dat vrijkomt als bouw en sloopafval en uit tuinen van particulieren, als gevaarlijk afval moet worden gecodeerd met de nummers 170204* of  200137* en ook als zodanig moet worden verwijderd en verwerkt.

 

Uit de inhoud van 'productie 24' blijkt zonder enige twijfel dat de voormalige minister van VROM ( J. Pronk) al in 2001 de circulaire inwerkingtreding Eural-regelgeving, SAS/2001144547, naar de colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies en de colleges van Burgmeester en Wethouders van de gemeenten heeft laten uitgaan. In deze circulaire staat geschreven dat deze Eural-regelgeving per 1 januari 2002 in werking is getreden en dat voor bestaande vergunningen de overgangsperiode zal worden verlengd van zes naar acht maanden in casu tot 1 januari 2003.

 

Dit betekent dat overeenkomstig genoemde circulaire van de minister van VROM al het vrijkomende CCA-afvalhout dat vrijkomt als bouw- en sloopafval of uit de tuinen van particulieren ingevolge de Eural onder de codenummers 170204* of 200137* zal moeten worden verwijderd en verwerkt als gevaarlijk afval. Uit onderzoek is gebleken dat u geen uitvoering geeft aan deze circulaire inwerkingtreding Eural-regelgeving, SAS/2001144547, van 2001 van de minister van VROM.

Dit om daarmee bovengenoemde organisatiecriminaliteit, die de Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantelbedrijf, behulpzaam te zijn. Vandaar onze volgende informatieverzoeken hierover.

 

14e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van de wet- en regelgeving waarop u heeft beslist dat het door de Gebr. van Aarle B.V. geproduceerde en aan de consument verkochte CCA-hout, dat bij die consumenten later vrijkomt als bouw- en sloopafval of huishoudelijk afval, niet onder de nummers 170204* of 200137* van de Eural als gevaarlijk afval moet worden verwijderd en verwerkt.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

 

15e informatieverzoek.

Ook de gemeentewerf in Sint Oedenrode verzamelt dit door de Gebr. van Aarle B.V. geproduceerde aan de consument verkochte CCA-afvalhout in dat vrijkomt als bouw- en sloopafval of uit huishoudelijk afval. Deze gemeentewerf valt onder uw beheer en verantwoordelijkheid. Wij verzoeken u ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de afschriften van die documenten te laten toekomen waaruit kan worden opgemaakt door welke bedrijven u betreffend CCA-afvalhout vanuit de gemeentewerf laat ophalen en waar zij ermee zijn gebleven.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

 

16e informatieverzoek.

De minister van VROM heeft beslist dat op grond van boek 6 van het Nieuw Burgerlijk wetboek de Gebr. van Aarle B.V. ingevolge de artikelen 175 en 176 en 185 t/m 193, civielrechtelijk (risico-)aansprakelijk is voor de schade aangericht bij consumenten als gevolg van het verzwijgen van bovengenoemde gebreken over de door hen geleverde producten van CCA-hout.

Het gebrek dat de consumenten betreffend CCA-hout in de afvalfase moeten verwijderen als gevaarlijk afval hebben de Gebr. van Aarle B.V. al die jaren voor betreffende consumenten opzettelijk verzwegen.

Het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. heeft vanaf 1992 tot op heden zo'n 58.000 m3 CCA-hout verkocht aan de vele consumenten in Sint Oedenrode en omgeving.

 

Het milieuverantwoord laten verwijderen en verwerken van deze 58.000 m3 aan CCA-afvalhout als gevaarlijk afval, onder de codenummers 170204* of 200137* van de Eural, zal de consument al snel tussen de 500 tot 1000 euro per m3 gaan kosten. Dit komt neer op een totale schade van tussen 29 miljoen en 58 miljoen euro. Deze schade zal het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. aan de consument moeten vergoeden. In geval u een andere mening bent toegedaan dan verzoeken wij u ons een afschrift van de wet en regelgeving, met bijbehorende jurisprudentie, te laten toekomen waarmee feitelijk vaststaat dat de Gebr. van Aarle B.V. deze bij de consumenten aangerichte schade niet behoeft te vergoeden.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

 

Bedenking 22.

 

Met de in geding zijnde op 25 november 2004 ingekomen aanvraag en door u daarop afgegeven ontwerp-beschikking wordt wederom geen rekening gehouden met de gebruiks/ en afvalfase van het door de Gebr. van Aarle B.V. geproduceerde geïmpregneerde hout en houten producten daarvan.

Een vaststaand feit is dat alle chemische stoffen die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. in het hout perst met dat hout mee aan consumenten verkoopt. Een vaststaand feit is eveneens dat al die gevaarlijke stoffen nooit meer bij het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. terugkomen. Dit betekent dat al die chemische stoffen vroeg of laat volledig in het milieu (water, bodem, lucht) terecht zullen komen.

 

Een vaststaand feit is ook dat de Gebr. van Aarle B.V. product- en risico-aansprakelijk is voor de schade die betreffende (deels onbekende) chemische stoffen aan mens, dier en milieu zullen aanrichten. Omdat u aan de Gebr. van Aarle B.V. milieuvergunning wilt verlenen die geen rekening houdt met de gebruiks- en afvalfase van het door de Gebr. van Aarle B.V. geproduceerde geïmpregneerde hout, betekent dat ook u product- en risico aansprakelijk bent voor de schade die betreffende, deels onbekende chemische stoffen aan mens, dier en milieu zullen aanrichten.

Om te kunnen beoordelen hoe groot die schade is die u, in geval van vergunningverlening, bij de bewust onjuist voorgelichte consumenten aanricht dienen wij over de volgende informatie te beschikken:

 

 

17e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons de volgende informatie te laten toekomen:

a.     Een afschrift van een veiligheidsinformatieblad waarop voor 100% de chemische samenstelling van Tanalith E 3485 staat vermeld, vergezeld met een onderzoeksrapport van een sterlaboratorium.

b.     een afschrift van een veiligheidsinformatieblad waarop voor 100% de chemische samenstelling van Tanagrad 3755 staat vermeld, vergezeld met een onderzoeksrapport van een sterlaboratorium.

c.      Een afschrift van alle reeds beschikbare onderzoekrapporten naar uitloging van dit met Tanalith E 3485 geïmpregneerde hout gedurende de gebruiks- en afvalfase.

d.     een afschrift van alle reeds beschikbare onderzoekrapporten naar de schadelijke gevolgen van dat hout voor kinderen als het wordt gebruikt voor kinderspeeltoestellen.

e.     Een afschrift van alle reeds beschikbare onderzoekrapporten naar de schadelijke gevolgen van dat hout als het door de consument wordt opgestookt in houtkachels, open haarden of op brandstapels buiten.

f.       Een afschrift van alle reeds beschikbare onderzoekrapporten naar de schadelijke gevolgen van dit hout als het tezamen met zoīn 30.000 tot 100.000 andere onbekende chemische stoffen wordt bijgestookt in kolengestookte elektriciteitscentrales.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

 

Bedenking 23.

 

Met betrekking tot de bodemverontreiniging van het bedrijventerrein van de Gebr. van Aarle B.V. wordt u door de heer R. van Heeswijk van MILON milieu-onderzoek B.V., die namens de Gebr. van Aarle B.V. op 25 november 2003 de Wm-aanvraag bij heeft ingediend, op blz. 19 en bijlage 2 t/m 4 van die aanvraag onvolledig en onjuist voorgelicht. Op deze onvolledige en onjuiste informatie heeft u de ontwerp-beschikking gebaseerd.

 

De feitelijke juiste informatie met betrekking tot de bodemverontreiniging van het bedrijventerrein van de Gebr. van Aarle B.V., en van de omliggende gronden van derden waaronder die van cliŽnten, is als volgt:

 

Uit het oriŽnterend onderzoeksrapport NB/505/00 van mei 1989, betaald door de provincie Noord Brabant, blijkt dat ruim 2/3 deel van het bedrijventerrein van de Gebr. van Aarle B.V. is verontreinigd met

(zie productie 27):

-   700 mg/kg arseen

-         11 mg/kg cadmium

-         6300 mg/kg koper

-         32000 mg/kg zink

 

Deze verontreiniging is door de Gebr. van Aarle B.V. veroorzaakt:

-         door het opbrengen van zinkassen als erfverharding.

-         door het vanaf 1983 tot 1988 illegaal impregneren van hout in open dompelbaden en open goten op het bedrijventerrein met het bestrijdingsmiddel superwolmanzout-D van Hickson Garantor Nederland B.V. te Nijmegen. Deze lekkende en met regenwater overlopende dompelbaden, als ook de vele stapels uitlogend vers geïmpregneerd hout, dan wel verbranding van geïmpregneerd afvalhout en met wolmanzouten vergiftigde plastic e.d. op het bedrijventerrein, hebben 5 jaar lang de bodem en daarmee de zinkslakken ter plaatse sterk verontreinigd met arseenhoudende wolmanzouten. Deze illegale houtimpregneeraktiviteiten in dompelbaden en het opstoken van met impregneermiddelen gevaarlijk afval op het bedrijventerrein heeft de gemeente Sint Oedenrode al die jaren oogluikend toegestaan.

 

In het programma bodemsanering en waterbodemsanering 1992/1993 heeft de provincie Noord Brabant deze bodemsanering opgenomen onder nummer IBS-code 505/008. Ollandseweg. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd bijlage 3e, blz. 9 uit betreffend programma bodemsanering van de provincie Noord Brabant (zie productie 28).

De resultaten in dit oriŽnterend onderzoek vindt u bijgevoegd in bijlage 7 blz. 27 en bijlage 5 blz. 13 uit betreffend programma bodemsanering van de provincie Noord Brabant (zie productie 28). Daarin staat letterlijk het volgende geschreven:

 

IBS-code 505/008

-         In 1989 heeft er een oriŽnterend onderzoek plaatsgevonden. Kosten f. 15.000,-  door de provincie Noord Brabant betaald.

 

De verontreinigingdiepte is 1 meter, hoeveelheid is 8.100 m3.

 

Gevonden verontreinigingen:

-         arseen (135) groter dan C-waarde (saneringswaarde)

-         zink (130) groter dan C-waarde (saneringswaarde)

-         koper (125) groter dan C-waarde (saneringswaarde)

-         chroom (110) tussen A en B waarde

 

Deze onderzoeksresultaten waren al in 1989 bekend bij zowel de provincie Noord Brabant als wel de gemeente Sint Oedenrode. Zij hebben namelijk zelf de onderzoekskosten betaald. De Gebr. van Aarle B.V., zijnde de vervuiler, heeft die onderzoekskosten dus niet behoeven te betalen. Zeer opmerkelijk ?

 

Naar aanleiding van deze onderzoekresultaten schrijft de Regionaal inspecteur van de volksgezondheid voor de hygiŽne van het milieu

dr. H.A.M.A. de Vries mij bij brief van 5 september 1989, kenmerk: 2589012/vdl, mij letterlijk het volgende (zie productie 29):

 

-         Alvorens met de bouw van een houtimpregneerinstallatie kan worden begonnen dient eerst het terrein gesaneerd te zijn.

-         Verder is mijn standpunt, ten aanzien van het eventueel verlenen van een bouwvergunning u bekend. Ik acht verlening hiervan in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

 

Van dit schrijven hebben burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode een afschrift ontvangen.

 

Dit betekent dat, voorafgaande aan de bouw van de houtimpregneer-installatie, ingevolge de Wet bodembescherming, eerst het bedrijventerrein van de Gebr. van Aarle B.V. en de aanliggende verontreinigde gronden gesaneerd hadden moeten worden.

De provincie Noord Brabant en de gemeente Sint Oedenrode hadden hierop de Gebr. van Aarle, ingevolge de Wet bodembescherming (Interimwet bodemsanering), dan ook moeten verplichten:

a.     tot het doen van een of meerdere nader onderzoeken om daarmee de horizontale en verticale verspreiding van de verontreiniging, ook buiten het terrein, in kaart te brengen.

b.     tot het doen van een saneringsonderzoek.

c.      tot het laten opstellen van een saneringsplan.

Dit alles onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten van Noor Brabant.

 

Samenspannende georganiseerde misdaad, zoals staat beschreven in bovengenoemd 22-tal bedenkingen, is er de oorzaak van geweest dat alvorens een saneringsonderzoek is uitgevoerd en zonder dat er een saneringsplan is opgesteld de Gebr. van Aarle B.V. met oogluikende toestemming van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode zijn houtimpregneerinstallatie heeft kunnen bouwen:

-        op sterk verontreinigde grond

-        zonder een vooraf vereiste bouwvergunning.

 

 

Nadien hebben de Gebr van Aarle B.V. met deze verontreinigde grond veel frauduleuze handelingen verricht. Dit alles met medeweten en medewerking van belangenverstrengelde ambtenaren binnen de provincie Noord Brabant en de gemeente Sint Oedenrode. Misdaad ten top dus !

 

 

18e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van het door Gedeputeerde Staten van Noord Brabant goedgekeurde sanerings-onderzoekrapport en saneringsplan die de Gebr. van Aarle B.V. op grond van de Wet bodembescherming (Interimwet Bodemsanering) hadden moeten laten opstellen.

Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om binnen twee weken een besluit te nemen op dit verzoek om informatie. Met nadruk verzoeken wij u om dit maximaal wettelijke termijn niet te overtreden.

 

GEORGANISEERDE MILIEUCRIMINALITEIT.

 

Na de inhoud van bovengenoemd 23-tal bedenkingen te hebben gelezen zult u zich het volgende afvragen:

 

Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat deze zware georganiseerde misdaad rondom dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V. al 16 jaar lang heeft kunnen voortduren zonder dat justitie daartegen optreedt ?

 

Het antwoord hierop is glashelder en die luidt:

 

Het openbaar Ministerie in Den Bosch staat zelf aan het hoofd van deze samenspannende criminele organisatie die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. al die jaren hebben gebruikt als dekmantelbedrijf. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd het verslag van een geheime bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket te 's-Hertogenbosch onder voorzitterschap van de officier van justitie mr. G. Bos. In betreffend verslag staat letterlijk het volgende geschreven (zie productie 30)

 

==============================================================

GEMEENTE SINT OEDENRODE

 

Verslag van bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket te 's-Hertogenbosch.

 

Onderwerp: Situatie houtverwerkend bedrijf Gebr. van Aarle en opstelling van de appellant

                   dhr. A.M.L. van Rooij.

 

Aanwezigen:

Paleis van justitie, officier van justitie, dhr. G. Bos (voorzitter)

                                               Parketsecretaris dhr. G. Broeren;

                                               Kabinetnummer : 01/823/91.

Milieuinspectie N-Brabant,   het hoofd dhr. H. de Vries.

Provincie Noord-Brabant,       juridisch medewerker dhr. H. Artz.

Waterschap De Dommel,       hoofd algemene zaken dhr. V. Ditters.

Rijkspolitie Sint-Oedenrode, wachtmeester I mevr. I. Valk en

                                                wachtmeester I dhr. M. Saris.

Gemeente Sint Oedenrode,   burgemeester dhr. P. Schriek.

                                                wethouder mevr. H. van Dijk-Eerhart.

                                                hoofd afdeling B&M, dhr. C. Kerstholt.

                                                milieu-technisch medewerker, dhr. G. van Aarle (notulist)

 

Afwezig wegens vakantie :

Provincie Noord Brabant, projectleider bodemsanering dhr. M. Kerstholt.

 

Korte samenvatting van de situatie.

 

In Sint Oedenrode bevindt zich het houtverwerkend bedrijf van de Gebr. van Aarle gelegen aan Ollandseweg 159-161. tegen het bedrijf in zijn algemeenheid en het impregneren in het bijzonder wordt geageerd door A.M.L. van Rooij wonende aan 't Achterom 9a. Een aantal van zijn bezwaarschriften worden onderschreven door omwonenden. Dhr. van Rooij probeert bij alle mogelijke instantie's zijn gelijk te halen, en schuwt daarbij verbale agressie niet. De minister en de ambtenaren van VROM reageren niet meer op de argumenten van dhr. van Rooij. Alle aanwezigen hebben hun persoonlijke ervaring inzake zijn verbale agressie. Dhr. van Rooij is tot op heden slechts gedeeltelijk, en dan vaak op ondergeschikte punten in het gelijk gesteld. Momenteel stelt dhr. van Rooij dat de gevaarsaspecten van het vrijkomende stoom niet onderzocht zijn en dat voor de impregneerinstallatie een bouwvergunning vereist is. Het impregneren volgens de huidige methodiek is een activiteit welke op termijn verboden wordt. Momenteel is er geen verwerkingsmogelijkheid voor geïmpregneerd (afval)hout. Op 14 augustus 1992 heeft de Raad van State het verzoek om schorsing van de, door het college van B. en W., verleende H.W. vergunning verworpen waardoor deze vergunning rechtsgeldig is.

 

De doelstelling van deze bijeenkomst is te komen tot afstemming. Het bedrijf heeft nu de vereiste vergunning en zal op korte termijn starten met het impregneren. Dhr. van Rooij zal proberen dit te bestrijden.

 

Op pagina twee wordt een overzicht gegeven van de gemaakte afspraken. Op pagina drie treft u een adressenlijst, inclusief de telefoonnummers van de contactpersonen aan. Als bijlage is de beschikking van de Raad van State van 14 augustus 1992 bij dit verslag gevoegd.

 

De volgende afspraken zijn gemaakt:

-          Het waterschap gaat niet in op het verzoek om op te treden tegen eventuele vervuiling van het oppervlaktewater veroorzaakt door de stoom.

-          De gemeente richt een verzoek aan de milieu-inspectie, inzake onderzoeksresultaten naar de mogelijke gevaarsaspecten van het, na het impregneren vrijkomende, stoom.

-          Op voorstel van dhr. de vries zal door de burgemeester, een medisch milieukundige dhr Jans om bijstand verzocht worden. Dhr. Jans zal de persoonlijke gevolgen voor zowel de familie van Rooij als voor de familie van Aarle te gaan onderzoeken om hier zo mogelijk aanbevelingen over te doen.

-          De Provincie zegt prioriteitstoekenning toe inzake de geconstateerde bodemvervuiling. Dhr. Artz geeft daarbij ook de knelpunten aan, om te komen tot een oplossing.

-          Dhr. Bos verzoekt om een afschrift van de H.W. vergunning. Tevens dringt hij aan om afschriften van controlerapporten op te sturen naar de politie. Voorlopig wordt het bedrijf twee maal per maand gecontroleerd, op termijn kan deze controlefrequentie afnemen. In geval van constatering van strafbare feiten dient er resoluut opgetreden te worden.

-          Indien dhr. van Rooij aangifte wenst te doen bij de Politie neemt zij vervolgens voor instructie's contact op met het O.M.

Namens het O.M. is dhr. Bos of dhr. Broere de contactpersoon.

-          Dhr. van Aarle (gemeente) zal de Gebr. van Aarle erop attenderen om in geval van

bijzonderheden altijd en direct  contact op te nemen met gemeente en/of politie.

-          Dhr. Ditters vermeld dat het verzoek om W.V.O.-vergunning is ingetrokken. Mogelijk komt er op termijn een nieuw verzoek om W.V.O.-vergunning.

-          Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat het bedrijf (voorlopig) hemelwater wat mogelijk verontreinigd is op moet vangen omdat dit niet geloosd mag worden.

-          Indien sprake is van aanspannen van een kort geding tegen Gebr. Van Aarle en de gemeente wordt dhr. Bos hiervan in kennis gesteld.

-          De aan dit overleg deelnemende instantie's ontvangen een afschrift van de uitspraak gedaan op 14 augustus door de Raad van State.

 

Sektor         : Grondzaken

Afdeling       : Bouwen & Milieu

                      2 september 1992

                      G. van Aarle

 

==============================================================

 

Met de inhoud van bovengenoemd verslag is komen vast te staan dat op initiatief van de milieuofficier van Justitie mr. G. Bos op 18 augustus 1992 op het Paleis van justitie de situatie rondom houtbewerkend bedrijf Gebr. van Aarle B.V. en de opstelling van ondergetekende is besproken met de volgende genodigden:

 

-          dhr. G. Bos, officier van justitie (voorzitter)

-          dhr. G. Broeren (parketsecretaris)

-          dhr. H. de Vries (milieu-inspecteur Noord Brabant)

-          Dhr. H. Artz (juridisch medewerker provincie Noord Brabant)

-          dhr. V. Ditters (hoofd algemene zaken waterschap De Dommel)

-          Mevr. I. Valk (wachtmeester rijkspolitie Sint Oedenrode)

-          Dhr. M. Saris (wachtmeester rijkspolitie Sint Oedenrode)

-          dhr. P. Schriek (CDA)(burgemeester van Sint Oedenrode)

-          Mevr. H. van Dijk-Eerhart (CDA)(wethouder milieu van Sint Oedenrode)

-          Dhr. C. Kerstholt (hoofd afdeling bouwen en milieu bij de gemeente Sint Oedenrode )

-          Dhr. G. van Aarle (milieu technisch medewerker bij de gemeente Sint Oedenrode).

-          dhr. M. Kerstholt (projectleider bodemsanering voor het verontreinigde bedrijventerrein van Gebr. van Aarle B.V. was afwezig). Deze M. Kerstholt is een broer van C. Kerstholt hoofd afd. bouwen en milieu bij de gemeente Sint Oedenrode.

 

Betreffend overleg heeft de officier van justitie mr. G. Bos in het geheim georganiseerd zonder mij (A.M.L. van Rooij) hierover te hebben geïnformeerd en zonder mij in de gelegenheid te hebben gesteld mijn weerwoord daarop te geven. In die bespreking zijn diverse afspraken gemaakt waaronder de volgende:

 

Op voorstel van dhr. de Vries (milieu-inspecteur van VROM voor Noord Brabant) zal door de burgemeester (P. Schriek) een medisch milieukundige dhr. Jans om bijstand worden verzocht. Dhr. Jans zal de persoonlijke gevolgen voor zowel de familie van Rooij als voor de familie van Aarle gaan onderzoeken om hier zo mogelijk aanbevelingen over te doen.

 

Deze actie heeft de officier van justitie mr. G. Bos toentertijd ondernomen in samenspanning met bovengenoemde personen.

 

Bijgevoegd vindt u verder het artikel 'Burgemeester schakelt vertrouwensarts in' uit het Eindhovens Dagblad van 1 september 1992

(zie productie 31). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Met die inhoud is vast komen te staan dat burgemeester P. Schriek (CDA) vertrouwensarts Henk Jans persoonlijk goed kende van zijn voorzitterschap van de GGD in Breda.

 

Bijgevoegd vindt u verder de brief van 3 september 1992, nummer:

Dir/MvB/SW/u92-4662, van M.A.J.M. van Bakel, arts directeur GGD Stadsgewest Breda, de baas van Henk Jans (zie productie 32).

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

In die brief schrijft de heer van Bakel letterlijk het volgende:

 

'De heer Jans heeft geheel op eigen verantwoording, dus niet als functionaris van de GGD Stadsgewest Breda deze actie ondernomen'.

 

Hiermee is feitelijk vast komen te staan dat op initiatief van justitie (mr. G. Bos) op verzoek van het ministerie van VROM (dr. H.A.M.A. de vries) burgemeester P. Schriek (CDA) van Sint Oedenrode met misbruik van de naam 'GGD' zijn vriend Henk Jans als vertrouwensarts op mij heeft afgestuurd. Dit alles onder verantwoordelijkheid van de toentertijd aanwezige hoofdofficier van justitie mr. C.R.L.R.M. Ficq.

 

Bovengenoemde samenspannende actie in het geheim georganiseerd en gecoördineerd door de officier van justitie mr. G. Bos, zonder mij daarover te hebben geïnformeerd of te hebben betrokken, kwam bij mij zeer bedreigend over.

Toen ik via via in november 1993 voor het eerst aan betreffend geheim verslag van 18 augustus 1992 ben gekomen, heb ik daarover op 28 november 1993 een brief gestuurd aan deze officier van justitie mr. G. Bos met daarin een 8-tal vragen (zie productie 33).

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Een vaststaand feit is dat mr. G. Bos tot op heden, al ruim 10 jaar, weigert inhoudelijk te reageren op deze brief ondanks mijn vele verzoeken daarom.

 

Toen ik op vrijdagavond 21 augustus 1992 omstreeks 20.30 uur hierover, zonder enige vooraankondiging, telefonisch voor het eerst werd benaderd door Henk Jans en de heer Jans mij vertelde dat hij vertrouwensarts was, en in opdracht van burgemeester P. Schriek mij onder vier ogen wilde spreken, schrok ik enorm. Toen hij vervolgens zei dat hij bevoegd is tot het inzien van mijn medisch dossier bij mijn huisarts schrok ik nog meer. Naar aanleiding van dat telefoongesprek heb ik dan ook prompt hierover op 25 augustus 1992 een brief gestuurd aan Henk Jans, medisch milieukundig arts, bij de GGD Noord Brabant/Zeeland. Bijgevoegd vindt u dan ook mijn brief van 25 augustus 1992 aan H.W.A. Jans, arts medisch milieukundige Noord Brabant/Zeeland, GGD Stadsgewest Breda (zie productie 34)

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Een vaststaand feit is dat ook H.W.A. Jans tot op heden, na ruim 11 jaar, nog steeds niet heeft gereageerd op deze brief ondanks mijn vele verzoeken daarom.

 

Bijgevoegd vindt u verder blz. 1 en 2 uit het rapport 'Monitoring of water vapour mist emissions from HIFIX treated timber' rapport nummer 92/HIFIX 2, van dr. D.A. Lewis van Hickson Garantor (zie productie 35).

Ik verzoek u kennis te nemen van die inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Uit die inhoud kunt u opmaken dat Hickson Garantor, de leverancier van het bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co, tezamen met dezelfde GGD-arts Henk Jans achter hun bureau een rapport hebben geschreven dat vanuit het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. via de lucht geen arseen en chroom VI wordt geŽmitteerd naar buiten de inrichting. Dit rapport

heeft ertoe geleid dat tot op heden ter plaatse bij het houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. nog nooit emissiemetingen van arseen en chroom VI (zwarte lijststoffen) lozingen naar de lucht zijn verricht.

 

Bijgevoegd vindt u verder het voorblad en bijlage 8 uit het eindrapport 'Verkenning van preventietechnieken voor specifieke luchtemissies inzake Weurt' van BECO Milieumanagement & Advies B.V. d.d. juni 1997' (zie productie 36). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Uit die inhoud kunt u opmaken dat onderzoek bij houtimpregneerbedrijf Hickson Garantor B.V. te Nijmegen, waarvan de Gebr. van Aarle B.V. het bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co betrekt, en die met hetzelfde HIFIX proces werkt, er wel degelijk flinke emissies van de zwarte lijststoffen arseen en chroom VI naar de lucht plaatsvinden.

 

Met vorenstaande gegevens heb ik feitelijk bewezen dat houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode door de hierboven criminele organisatie al ruim tien jaar lang wordt gebruikt als dekmantelbedrijf. In die tien jaar tijd heeft de Gebr. van Aarle B.V. in het totaal zo'n 56.500 kg. arseen (arseenzuur) en 79.000 kg. chroom VI (chroomtrioxide), zijnde zwarte lijststoffen, op de in mijn aangifte van 1 oktober 1995 vermelde wijze in water, bodem en lucht kunnen dumpen.

 

De Gebr. van Aarle B.V. overtreedt hiermee dan ook zeer nadrukkelijk al ruim tien jaar lang artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht waarvoor een gevangenisstraf van 12-15 jaar staat of een geldboete van de vijfde categorie.

 

Met vorenstaande gegevens heb ik tevens feitelijk bewezen dat de officier van justitie mr. G. Bos mede aan het hoofd staat van bovengenoemde criminele organisatie die houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V., gebruiken als dekmantelbedrijf.

 

Deze mr. G. Bos heeft als zodanig moeten handelen in opdracht van de hoofdofficier van justitie mr. Ficq.

 

Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd de brief van 21 juni 1993, kenmerk A-22-89 FB/am van criminoloog prof dr. F. Bovenkerk aan de hoofdofficier van justitie mr. Ficq van het arrondisementsparket 's-Hertogenbosch. Daarin schrijft criminoloog prof. Bovenkerk letterlijk het volgende (zie productie 37):

 

=============================================================

 

Aan:
Hoofdofficier van Justitie Mr. Ficq
Postbus 90155
5200 MG Den Bosch

 

 

 

 

 

 

Datum Uw kenmerk                Onskenmerk            Doorkiesnummer

                                A-22-89 FB/am

 

21 juni 1993

Onderwerp:

Geachte heer Ficq,

.

In deze brief wil ik mijn instemming betuigen met het door U (vanaf 26 februari j.l. Uw kenmerk: Kab. 01/5068/93) voorgenomen onderzoek naar aanleiding van hetgeen door Ing. A.M.L. van Rooij te Sint Oedenrode naar voren is gebracht over milieucriminaliteit en het impregneren van hout. Ik ben niet bij machte om de kwestie op haar chemische merites te beoordelen, maar herken wel criminologisch interessante aspecten die mogelijkerwijs bij Uw beoordeling een rol kunnen spelen.

De vraag waarmee van Rooij mij benaderde luidde:
is
hier sprake van georganiseerde misdaad?

Het antwoord op deze vraag hangt uiteraard af van de inhoud die we dit begrip willen geven. Als we het systematisch gebruik van fysiek geweld als maatstaf nemen, nee: dan (nog) niet. Als we letten op patronen van samenwerking tussen malafide ondernemers (of ondernemers met een malafide sector) en de overheid, dan wel. Op grond van enkele gesprekken en kennisname van onderdelen van diens zeer uitvoerige dossier, kom ik tot de slotsom dat van Rooij met tenminste twee regelmatigheden te maken heeft die ook in de literatuur blijken. De eerste heeft betrekking op grote milieudelicten. Bij welhaast geen modern delict is de rol van bezorgde burger zo belangrijk als hier. Erg ontwikkeld is die waakhondfunctie bij ons nog niet, tenminste als we die vergelijken met de Verenigde Staten.

In de literatuur (zie o.a. A.A. Block & F. Scarpitti: Poisoning for Profit. 1985) blijkt dat dit proces altijd begint bij het hardnekkig drijven van nogal bijzondere eenlingen. Zij proberen medestanders voor hun standpunten te winnen, maar ondervinden geduchte weerstand van de bedrijven of de branche waarop zij zich richten. Ze worden genegeerd, voor ondeskundig uitgemaakt, hun motieven worden verdacht gemaakt en ze worden geïntimideerd. Uit zijn relaas maak ik op dat de heer van Rooij thans ook ruimschoots met het laatste te maken heeft.

De tweede herkenning geldt de houding van de overheid. Bij georganiseerde misdaad denkt men vaak aan regelrechte omkoping of chantage van ambtenaren. maar dat hoeft geenszins het geval te zijn. Vaak komt het voor dat malafide bedrijven samengaan met de overheid omdat hun belangen parallel lopen en een probleem wordt opgelost. In de criminologische literatuur wordt dat verschijnsel collusie genoemd (zie dr G. van de Heuvel, Onderhandelen of straffen, 1983).

Van Rooij's hypothese dat in het onderhavige geval enkele bedrijven met het impregneren van hout een milieudoelstelling van de overheid tegemoet kwamen en dat men onder de vorige minister van VROM een convenant heeft gesloten; dat nu gebleken is dat het impregneren in feite gevaar oplevert; dat men toch niet op de afspraak terugkomt omdat er te veel aan goodwill en prestige is geïnvesteerd. Dit alles komt mij voor als geloofwaardig.

Ik word in dat geloof gesterkt door de categorische afwijzing van eerst minister Alders en nu minister Hirsch Ballin om op van Rooij's brieven in te gaan en wel zonder argumenten. Begrijpen kan men het wel. Van Rooij is uiterst vasthoudend en komt steeds met nieuwe correspondentie. Naar de mate waarin hij meer gelijk heeft is dat voor degenen die zijn correspondentie beantwoorden des te vervelender. Een werkelijke uitweg komt pas in zicht wanneer de kwestie serieus wordt onderzocht.

Ter wille van de bestrijding van collusie is het goed dat thans met zo'n onderzoek wordt begonnen.

 

 

Hoogachtend,






      Prof. dr. F. Bovenkerk
      (criminoloog)

       

       

       

      C.c.

      Veld- en Milieupolitie te Boxtel, t.n.v. de heer J. Hurkmans,
      Nergena 5. 5282 JE Boxtel
      Ing. A.M.L. van Rooij, 't Achterom 9a, 5491 XD Sint Oedenrode

       

      ==============================================================

       

      Op deze brief d.d. 21 juni 2003 van criminoloog prof dr. F. Bovenkerk

      heeft mr. Ficq nooit gereageerd.

       

      Opmerkelijk daarbij is dat mr. C.R.L.R.M. Ficq kort daarna een bliksemcarriŤre naar boven heeft gemaakt. Mr. Ficq was na het vertrek van Dostors van Leeuwen waarnemend voorzitter van het College van Procureurs Generaal, het hoogste orgaan binnen het openbaar ministerie.

      Hij had als Procureur Generaal de bestrijding van de zware georganiseerde milieucriminaliteit in zijn portefeuille. In werkelijkheid heeft hij de uitbreiding daarvan geholpen. Hij vervulde deze functie tot aan de benoeming begin 1999 van mr. J. de Wijkerslooth de Weerdesteyn als voorzitter (zie productie 38).

       

      Voor zijn jarenlange hulp aan de hierboven beschreven georganiseerde milieucriminaliteit ontving mr. Ficq op voordracht van de minister van justitie B. Korthals op 13 november 1999 de hoge onderscheiding van officier in de Orde van Oranje Nassau.

       

      Als waardering voor dit alles werd hem een functie als raadsheer bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aangeboden waar hij vanaf januari 2000 werkzaam is. Ook vanuit deze positie draagt hij zijn invloed uit, waardoor de zware georganiseerde misdaad rondom dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V. ongelimiteerd kan blijven doorgaan.

       

      Diverse brieven over deze zware georganiseerde misdaad aan de huidige voorzitter mr. J. de Wijkerslooth de Weerdesteyn van het College van Procureurs Generaal blijven structureel onbeantwoord. Daarmee is voor ondergetekende duidelijk geworden dat ook mr. J. de Wijkerslooth de Weerdesteyn de hulp aan deze zware georganiseerde milieucriminaliteit rondom o.a. dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V., die zijn voorganger mr. Ficq die in gang heeft gezet, blijft voortzetten.

       

      SCHADE-AANSPRAKELIJKSTELLING.

       

      Als gevolg van uw 16-jaar lange onafgebroken hulp aan de Gebr. van Aarle B.V., met misbruik van miljoenen euro's aan Roois gemeenschapsgeld om daarmee de inwoners van Sint Oedenrode te vergiftigen totdat de vreselijke (kanker)dood daarop volgt, hebben cliŽnten miljoenen euro's aan materiele en immateriŽle schade geleden. Deze schade zouden cliŽnten niet hebben gehad als u al die jaren uw macht niet had misbruikt ten dienste van de zware georganiseerde milieucriminaliteit die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantel. CliŽnten stellen u hierbij dan ook volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor al deze geleden materiele en immateriŽle schade die u bij hen hebt aangericht. Met nadruk verzoeken wij u deze schade volledig te vergoeden en ondergetekende dat schriftelijk te bevestigen.

       

      OPROEP AAN STAATSSECRETARIS P. VAN GEEL OM PERSOONLIJK IN TE GRIJPEN.

       

      Staatssecretaris P. van Geel van VROM heeft op 12 januari 2004 op de AVRO-radio aangekondigd dat hij wil hebben dat er een totaal verbod voor geïmpregneerd hout komt en dat hij zich daarvoor sterk zal maken bij de Europese Commissie. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:

      -          Het artikel 'Van Geel wil verbod op impregneren' uit het Brabants Dagblad van 13 januari 2004 (zie productie 39).

      -          Het artikel 'Succesje in kruistocht tegen het giftige hout' uit het Eindhovens Dagblad van 14 januari 2004 (zie productie 40).

      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

       

      Uit die inhoud kunt u opmaken dat ik, na een 16 jaar lange kruistocht, openlijke steun van verantwoordelijk staatssecretaris P. van Geel van VROM heb gekregen.

       

      Ondanks deze wetenschap hebben burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode heden toch nog een positieve ontwerp-beschikking afgegeven op de aanvraag van de Gebr. van Aarle B.V. voor een nieuwe milieuvergunning voor het impregneren van hout met het koperhoudende bestrijdingsmiddel Tanalith E 3485 van Arch Timber Protection B.V. te Wijchen (voorheen: Hickson Garantor B.V. te Nijmegen).

       

      De onder bovengenoemde bedenkingen 1 t/m 23 beschreven zware georganiseerde milieucriminaliteit stond voorheen onder leiding van de hoogste baas van het College van Procureurs Generaal mr. C.R.L.R.M. Ficq. Huidig voorzitter mr. J. de Wijkerslooth de Weerdesteyn heeft de leiding daarvan overgenomen. De hoogste baas van Justitie is daarmee ook de hoogste baas van deze zware georganiseerde milieucriminaliteit geworden, die o.a. het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantel. Dit met de bedoeling om via dit bedrijf letterlijk alles te vergiftigen omwille van de winst voor enkele zware milieucriminelen.

       

      De Gebr. van Aarle B.V. behoeft nergens voor te vrezen. Dit bedrijf mag al

      16 jaar lang alle wetten overtreden. Justitie zal daartegen niet strafrechtelijk optreden. Justitie en de misdaadorganisatie die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantelbedrijf zijn immers dezelfde organisatie. Zo ver is het mis in Nederland !

       

      In Nederland moet justitie onderzoek verrichten naar de zware georganiseerde milieucriminaliteit. Niemand anders mag dat.

       

      Nu ik hierboven feitelijk heb bewezen dat justitie zelf aan het hoofd staat van deze zware georganiseerde milieucriminaliteit, verklaart ook dat staatssecretaris P. van Geel van VROM tot op heden geen totaal verbod van koperhoudend geïmpregneerd hout heeft kunnen bewerkstelligen. Hij wordt immers tegengewerkt door justitie.

       

      Op grond van de feitelijke inhoud van bovengenoemd 23-tal ingediende bedenkingen heeft P. van Geel, vanuit zijn verantwoordelijkheid als staatssecretaris van VROM, echter een wapen in handen gekregen waarmee hij het totale verbod van het koperhoudende houtimpregneermiddel Tanalith E 3485 van Arch Timber Protection B.V. direct kan afdwingen en het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. onmiddellijk kan laten sluiten. Staatssecretaris P. van Geel zal daartoe dan ook worden opgeroepen. Daarbij zal een afschrift van deze brief worden overlegd.

       

      WERELDWIJDE OPENBAARHEID.

       

      Omdat het College van Procureurs Generaal, door toedoen van mr. Ficq, aan het hoofd van deze zware georganiseerde misdaad staat (die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantel) en door hen daartegen ook strafrechtelijk moet worden opgetreden, betekent dat de Gebr. van Aarle B.V. kan blijven doen en laten wat hij wil. Geen enkele instantie pakt namelijk zichzelf strafrechtelijk aan.

       

      Er komt aan deze vanuit het College van Procureurs-Generaal aangestuurde, georganiseerde en gecontroleerde samenspannende milieucriminaliteit pas een einde als het gehele Nederlandse volk is vergiftigd en milieucriminelen zich daaraan maximaal hebben verrijkt. Of het moet zijn dat alle landen van buiten Nederland wakker worden en hun krachten gaan bundelen tegen deze vanuit de Nederlandse justitie georganiseerde samenspannende misdaad.

       

      Dit omdat ook het buitenland vanuit Nederland daardoor massaal wordt vergiftigd. Juist om die reden hebben wij deze bij burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode ingediende bedenkingen wereldwijd bekend gemaakt door ze bij de Sociale Databank Nederland (SDN) onder het domein EKC op internet te laten plaatsen op webpagina: www.sdnl.nl/ekc-bw66.htm

      Het besluit hierop van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode zal eveneens bij de SDN/EKC op internet worden geplaatst.

       

      SLOTCONCLUSIE.

       

      Op grond van bovengenoemde feiten, met bijbehorende productie's, verzoeken wij u om niet langer de georganiseerde milieucriminaliteit te helpen maar de wet te respecteren en hierop:

      I.                   Binnen het maximaal wettelijke termijn van twee weken een besluit te nemen op ons bovengenoemd 17-tal verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en ondergetekende daarna een termijn van ten minste vier weken te vergunnen voor de nadere motivering van bovengenoemd 23-tal bedenkingen.

      II.                De afgegeven ontwerp-beschikking volledig te vernietigen.

      III.             Te beslissen dat u alle door cliŽnten geleden materiele en immateriŽle schade, die is ontstaan als gevolg van uw 16 jaar lange hulp aan de georganiseerde milieucriminaliteit die het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantelbedrijf, volledig zult vergoeden.

       

      Tevens maken wij u hierbij kenbaar dat cliŽnten geen gebruik zullen maken van de zogenaamde onafhankelijke Awb-commisie bezwaarschriften van de gemeente Sint Oedenrode en wel om de volgende reden:

      -          al 16 jaar lang in de reeds honderden eerder gevoerde procedures tegen het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. is door deze Awb-commissie, tegen beter weten in, altijd positief geadviseerd ten gunste van het bedrijf Gebr. van Aarle B.V.

       

      Hiermee is feitelijk komen vast te staan dat de Awb-commissie bezwaarschriften van de Gemeente Sint Oedenrode absoluut niet onafhankelijk is maar juist de zware georganiseerde misdaad helpt die de Gebr. van Aarle B.V. al 16 jaar lang gebruiken als dekmantelbedrijf.

      Met dergelijke personen wensen wij absoluut geen contact te hebben.

      Wij vertrouwen erop dat u daarvoor begrip kunt opbrengen.

       

      Een afschrift van deze bedenkingen hebben wij verstuurd aan de volgende deskundige bureau's die de Gebr. van Aarle B.V. heeft ingeschakeld en die zich hebben laten misbruiken door de hierboven beschreven georganiseerde milieucriminaliteit:

      -          dhr. R. Van Heeswijk, MILON milieu-onderzoek b.v., Huygensweg 24, 5482 TG Schijndel, tel. 073 - 5477253, E-mail milieuzorg@milon.nl

      -          ing. P.J.M. Klomp, db/a consultants b.v., Postbus 237, 5670 AE Nuenen, tel 040 - 2631149, E-mail dbabv@iae.nl

       

       

       

      De volmacht van cliŽnten vindt u bijgevoegd (zie productie 41).

       

       

      Hoogachtend,

      Ecologisch Kennis Centrum B.V.

      voor deze,

       

       

      Ing. A.M.L. van Rooij

      directeur.

       

      Bijlage:

      Aan bijlagen vindt u bijgevoegd de volgende producties:

       

      1)   4 pagina's                    11)   1 pagina             21)   4 pagina's           31)  1 pagina

      2)   1 pagina                       12)   1 pagina             22)   1 pagina             32)  1 pagina

      3)   2 pagina's                    13)   1 pagina             23) 13 pagina's           33)  3 pagina's

      4)   2 pagina's                    14)   5 pagina's           24)   7 pagina's           34)  2 pagina's

      5)   1 pagina                       15)   2 pagina's           25)   3 pagina's           35)  2 pagina's

      6)   1 pagina                       16)   7 pagina's           26)   9 pagina's           36)  3 pagina's

      7) 10 pagina's                    17) 43 pagina's           27)   2 pagina's           37)  2 pagina's

      8)   1 pagina                       18)   1 pagina             28)   5 pagina's           38)  1 pagina

      9)   1 pagina                       19)   1 pagina             29)   1 pagina             39)  1 pagina

      10) 2 pagina's                    20)   1 pagina             30)   2 pagina's           40)  1 pagina

                                                                                                           

        Bijlage: productie 41

    SDN-rubrieken
    Milieu-onderwerpen
    Nuloptie van Edelchemie
    Ecologisch Kennis Centrum
    Oude stortplaatsen in Noord-Brabant
    Raad van State verbiedt shredderen afvalhout
    Falende handhaving van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
    Zienswijze over milieueffecten van Groene stroom aan GS Limburg
    Falende handhaving van de raad van de Gemeente Son en Breugel
    Nuon Power Buggenum werkt zonder Wvo-vergunning, verzoek tot schorsing RvS
    Voorz. van de Raad van State, Mr. van Dijk krijgt verantwoordelijkheid op z'n bord
    Verzoek de jacht te openen op een van de grootste Brabantse vervuilers: Gebr. van Aarle BV
     Staatsraad Boll klapte ooit uit de school met: Mijnheer van Rooij u kunt wel doorgaan met
     procederen tegen houtimpregneerbedrijf gebr. van Aarle B.V., maar u wint dat nooit. Ik raad
     u aan om hierover in overleg te treden met de commissaris van de koningin mr. F.J.M. Houben.