Nederland in de greep van de collusie


EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens

't Achterom 9a
5491 XD
Sint Oedenrode
Tel. 0413-490387
Fax. 0413-490386

OPEN BRIEF.

Nederland in de greep van de collusie.


Sint Oedenrode, 4 september 2001.

Aan:

  • Voorzitter Milieudefensie, Postbus 19199, 1000 GD Amsterdam
  • Voorzitter stichting Natuur en Milieu, Donkerstraat 17, 3511 KB Utrecht.
  • Voorzitter Wereld Natuur Fonds, Boulevard 12, 3707 BM Zeist.
  • Voorzitter Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland, Schaep en Burgh, 1243 JJ 's-Graveland.


Geachte Voorzitters,

Bijgaand vindt u een afschrift van mijn zienswijze d.d. 3 september 2001 aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, welke ook tevens aan u is gericht. Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud.

Uit die inhoud kunt u opmaken dat de minister van VROM, de Nationale Ombudsman, de Tweede Kamer, de Raad van State en de Hoge Raad, die omwille van de winst voor enkelen, meehelpen letterlijk alles te vergiftigen en te verkankeren via dekmantelbedrijven als houtimpregneerbedrijven en kolengestookte elektriciteitscentrales.

Middels dit schrijven verzoek ik u mij kenbaar te maken welke acties u gaat ondernemen om te voorkomen dat deze waanzinnige vergiftigingspolitiek nog langer doorgaat.

In afwachting van uw spoedige reactie, teken ik,


Hoogachtend,
Ecologisch Kennis centrum B.V.
voor deze,
ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige
Ing. A.M.L. van Rooij,
directeur.

Zie ook de website-adressen:

  • http://www.sdnl.nl/

    C.c.

    • Stichting Sociale Databank Nederland
    • Stichting Behoud Leefmilieu en natuur Maas & Waal
    • Stichting tot behoud leefmilieu Buggenum, Haelen, Horn, Nunhem en naaste omgeving.
    • Vrijwillige milieurecherche.
    • Twee Vandaag
    • Katholiek Nieuwsblad
    • Kleintje Muurkrant.


    Bijlage:
    Mijn zienswijze d.d. 3 september 2001 aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in zaaknummer 200001519/1/R3 (13 pagina's).

  • Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens't Achterom 9a,
    5491 XD Sint Oedenrode
    Tel. 0413-490387
    Fax. 0413-490386

    Aantekenen.

    Afdeling bestuursrechtspraak
    van de Raad van State,
    Postbus 20019,
    2500 EA 's-Gravenhage.


    OPEN BRIEF.

    Sint Oedenrode, 3 september 2001.

    Tevens, excl. bijlagen, verstuurd per fax 070 - 3651380 op 4 september 2001.


    Ons kenmerk: SBL/Ro/20040/B.
    Uw nummer: 200001519/1/R3.


    Betreft:

      Stichting tot behoud leefmilieu Buggenum, Haelen, Horn, Nunhem en naaste omgeving e.a./ Zienswijze naar aanleiding van het bij brief van 10 juli 2001 door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak uitgebrachte deskundigenrapport StAB/34961/H, inzake het bestemmingsplan "Omleiding Maascentrale" van de gemeente Haelen.


    Geachte voorzitter,


    Overeenkomstig uw schrijven van 21 augustus 2001 met opgemeld nummer laten wij u hierbij vóór 6 september 2001 onze zienswijze toekomen ten aanzien van het deskundigenrapport StAB/34961/H van 10 juli 2001 uitgebracht door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak inzake het bestemmingsplan "Omleiding Maascentrale" van de gemeente Haelen.

    Zienswijze 1.

    Een deskundigenrapport ex. artikel 8:47 Algemene wet bestuursrecht dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

    1. De verschillende feiten dienen overzichtelijk op een rijtje te worden gezet indien daaromtrent verschil van inzichten zou bestaan bij partijen. Wanneer de feiten duidelijk zijn, kan de rechter zich namelijk beter op het recht oriŽnteren. Hieraan is niet voldaan.

    2. Alle door appellanten ingebrachte stukken dienen in het deskundigenrapport te worden betrokken en in de bijlagen te worden vernoemd. Hieraan is niet voldaan.

    3. De geschilpunten dienen overzichtelijk op een rij te worden gezet en te worden getoetst aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Persoonlijke visies van de adviseur mogen daarin niet voorkomen.
      Op blz. 16 en 17 schrijven de adviseurs mr. drs. M. Braakensiek en Ir. P.J. de Weijer dat EPZ (de voormalige eigenaar van de Maascentrale) als gevolg van het jarenlang overtreden van de milieuvergunningvoorschriften de bodem ter plaatse sterk heeft verontreinigd maar niet behoeft op te draaien voor de multifunctionele sanering van zo'n 100 miljoen gulden.
      De beroepsgrond "de vervuiler betaalt" wordt door hen als emotioneel van de hand gewezen.
      Met andere woorden, deze adviseurs adviseren dat in navolging van EPZ elk bedrijf in Nederland, omwille van een beter bedrijfsresultaat, de milieuvergunningvoorschriften mag overtreden, gevaarlijk afval in de bodem mag laten uitvloeien, zonder dat die bodem op kosten van de vervuiler in oorspronkelijke staat behoeft te worden teruggebracht.
      Dergelijke adviseurs zijn niet onafhankelijk.

    4. Een deskundigenverslag dient een duidelijke "conclusie" te bevatten. Als voorbeeld van een goed deskundigenverslag vindt u bijgevoegd het deskundigenverslag StAB/33534/S, van 17 juni 1998 inzake F03.98.0181 (zie bijlage 1).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.
      Op grond van de daarin genoemde "conclusie" heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak nrs. F03.98.0171, F03.98.0179, F03.98.0180, F03.98.0181, F03.98.0182, F03.98.0183 en F03.98.0184 van 19 augustus 1998 beslist dat verduurzaamd hout dat vrijkomt als bouw- en sloopafval visueel niet valt te onderscheiden van onbehandeld hout,
      en dat op grond van dit feit hout, dat vrijkomt als bouw- en sloopafval, niet mag worden geshredderd
      .
      Betreffende uitspraak vindt u bijgevoegd (zie bijlage 2).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.
      Ondanks het feit dat wij adviseur Ir. P.J. de Weijer daarop hebben gewezen, en van de benodigde stukken hebben voorzien, wordt hierover in zijn deskundigenadvies geheel niet geschreven, sterker nog; op grond van zijn uitgebrachte deskundigenrapport mag hout, dat vrijkomt als bouw- en sloopafval, onbeperkt worden geshredderd.
      Een dergelijk adviseur is absoluut niet onafhankelijk en mijns inziens in de greep van de onder "zienswijze 2" genoemde collusie "poisoning for profit" vanwege het feit dat zijn salaris daarvan afhankelijk is.


    Zienswijze 2.

    De adviseurs die het deskundigenrapport, ex artikel 8:47 Algemene wet bestuursrecht hebben opgesteld, mogen niet voor een organisatie werken die financieel afhankelijk is van het ministerie van VROM.
    Dit omdat als gevolg van een tekortkoming in de bestrijdingsmiddelenwet de minister van VROM in de greep is van degenen die veel geld verdienen aan het vergiftigen van alles, omwille van de winst voor enkelen.

    De feiten zijn als volgt:

    1. De Bestrijdingsmiddelenwet kent een ernstige tekortkoming. Deze wet houdt bij de toelating van een bestrijdingsmiddel, waaronder de arseen- en chroom VI houdende wolmanzouten, geen rekening met de afvalfase.
      Als gevolg hiervan is hout dat vrijkomt als bouw- en sloopafval en RWZI-slib vergiftigt met grote hoeveelheden "zwarte lijststoffen" waaronder arseenzuur, chroomtrioxide (chroom VI), kwik, lindaan, PAK's, fenolen, e.d.
      Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:
      • de brief van 10 april 1996, kenmerk: 96/1807 HPK/HPK van het college voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (zie bijlage 3).
      • de brief van 2 september 1996, kenmerk: GZB/C&O/963400, van de Staatssecretaris van VWS (zie bijlage 4).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

      In haar brief van 2 september 1996 schrijft de Staatssecretaris van VWS letterlijk het volgende:

      Voor zover u in uw brieven de milieuaspecten van verduurzaamd hout in de afvalfase aansnijdt, mag ik u erop wijzen dat de primaire verantwoordelijkheid voor die milieuproblematiek niet bij mij maar bij de minister van VROM ligt.

    2. Deze tekortkoming in de Bestrijdingsmiddelenwet heeft ertoe geleid dat de metaalindustrie (Shell/Billiton/Hickson Garantor) enorme hoeveelheden arseenzuur- en chroomtrioxide-houdend hoogproblematisch afval, onder de dekmantel van "KOMO-keur" met grote bedragen aan milieusubsidie, via het gebrekkige product "geïmpregneerd hout" hebben kunnen dumpen in water, bodem en lucht. Dit alles in strijd met de hierop betrekking hebbende Europese richtlijnen en verordeningen.
      Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:
      • blz. 3, uit het rapport "Duurzaam hout Goed fout" van oktober 1990 van de Socialistische Partij (zie bijlage 5).
      • de brief van 10 augustus 1998 van voormalig Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks aan de minister van VROM, drs. J. Pronk
        (zie bijlage 6).
      • het artikel "De Nederlandse dictatuur vergiftigt letterlijk alles" uit InterDisciplinair jaargang 11, nummer 2, april 2000, van de Faculteit der Bestuurskunde, Universiteit Twente (zie bijlage 7).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.

    3. Omdat de minister van VROM verantwoordelijk is voor deze tekortkoming in de Bestrijdingsmiddelenwet en alle daaruit voortvloeiende schade, betekent dat de afvalmaffia daarmee het ministerie van VROM volledig in haar greep heeft. Wat deze afvalmaffia voorstelt wordt door de minister van VROM ten uitvoer gebracht. De minister van VROM gaat daarbij zelfs zover dat hij daarbij haar eigen besluiten en standpunten afvalt.
      Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:
      • de brief van 21 februari 1995, kenmerk: 170295007/GM/MdB, van de Regionaal Inspecteur van VROM drs. H.A.M.A. de Vries aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. (zie bijlage 8)
      • de brief van 19 augustus 1996, kenmerk: IBP96040460, van de minister van VROM, Margaretha de Boer, aan houtimpregneer-bedrijf Carl Tissen import export B.V. (zie bijlage 9).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

      In die brieven schrijft de minister van VROM aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V.- als antwoord op zijn brief waarin hij de minister heeft kenbaar gemaakt dat zijn bedrijf jaarlijks via het door hem geproduceerde gebrekkige product "geïmpregneerd hout" jaarlijks zo'n 16.000 kg. arseenzuur en 19.000 kg. chroomtrioxide, zijnde zwarte lijststoffen, op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht dumpt, letterlijk het volgende:

      Van de door u gestelde aansprakelijkheid van het ministerie van VROM kan geen sprake zijn, daar de gevolgen die optreden in het kader van het door u geproduceerde geïmpregneerde hout, voor rekening van de producent (en derhalve voor uw rekening) komen.

      Met de zinsnede productaansprakelijkheid in de brief aan u van
      21 februari 1995 werd niets anders bedoeld dan een verwijzing naar de civielrechtelijke productaansprakelijkheid.
      Op grond van boek 6 van het Nieuw Burgerlijk wetboek bestaat er immers een civielrechtelijke (risico)-aansprakelijkheid van de producent ten gevolge van een gebrek in een door hem geproduceerd product (artikelen 185 t/m 193).
      Bovendien geldt op grond van de artikelen 175 en 176 een risico-aansprakelijkheid voor producenten met betrekking tot gevaarlijke stoffen en verontreiniging van lucht, water en bodem.

    4. Omdat de gehele Tweede Kamer deze tekortkoming in de
      Bestrijdingsmiddelenwet heeft goedgekeurd, betekent dat de afvalmaffia daarmee de gehele Tweede Kamer (politiek) volledig in haar greep heeft. Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:
      • de brief van 17 juli 1996 van houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. aan de Vaste Kamercommissie Milieubeheer van de Tweede Kamer (zie bijlage 10).
      • de brief van 9 september 1996 van griffier drs. J.M. de Vries van de Vaste Kamercommissie van de Tweede Kamer aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. (zie bijlage 11).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

      In de brief van 17 juli 1996 aan de Vaste Kamercommissie van de Tweede Kamer schrijft houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. letterlijk het volgende:

      Dr. H.A.M.A. de Vries is bij beschikking van 30 november 1981 no. 947/281 belast met de opsporing van overtreding en van voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet Milieubeheer. Daar het jaarlijks in het milieu brengen van zo'n 16.000 kg. arseenzuur en 19.000 kg. chroomtrioxide mijns inziens op grond van die Wet Milieubeheer een bijzondere ernstige overtreding betreft was hij vanuit zijn functie wettelijk verplicht mij onmiddellijk het verbod op te leggen om nog meer arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI) in het milieu te brengen. Hij heeft dit nagelaten.
      Ik richt om die reden aan u het verzoek een onderzoek in te stellen naar de reden waarom dr. H.A.M.A. de Vries mij niet óf het verbod heeft opgelegd om nog langer genoemde zwarte lijststoffen in het milieu te brengen óf schriftelijk heeft onderbouwd dat dit op grond van de Wet Milieubeheer is toegestaan.
      Tevens verzoek ik u mij van de resultaten van dat onderzoek op de hoogte te houden.

      Als antwoord hierop schrijft de Vaste kamercommissie van de Tweede Kamer aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen letterlijk het volgende:

      In de vergadering van de commissie op 28 augustus 1996 is besloten uw brief voor kennisgeving aan te nemen. Dit houdt in dat de commissie als zodanig meent geen actie te moeten ondernemen en het aan haar individuele leden overlaat te handelen zoals het hen goeddunkt. De leden van de commissie adviseren u om contact op te nemen met de Nationale Ombudsman.
      In de hoop u hiermee voldoende te hebben ingelicht teken ik,

      De Tweede Kamer heeft hiermee beslist dat houtimpregneerbedrijf Carl Tissen jaarlijks zo'n 16.000 kg. arseenzuur en zo'n 19.000 kg chroomtrioxide, zijnde zwarte lijststoffen, via geïmpregneerd hout als tijdelijke drager op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht mag dumpen. De Tweede Kamer heeft hiermee beslist dat houtimpregneerbedrijf Carl Tissen hiermee mag handelen in strijd met de Europese en Internationale wet- en regelgeving zoals die is vastgesteld in het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986-1990 van de Tweede Kamer der Staten Generaal.
      Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:

      • blz. 1, 52, 53 en 55 uit het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986 - 1990 van de Tweede Kamer der Staten Generaal (zie bijlage 12).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.

      In betreffend Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer schrijft de Tweede Kamer letterlijk het volgende:

      Arseen is een zwarte lijststof voor water, bodem en lucht en chroom VI is een zwarte lijststof voor lucht. Het in het milieu brengen van deze zwarte lijststoffen dient via een maximale brongerichte aanpak met de best bestaande techniek vermeden te worden.
      Dit omdat deze stoffen een bijzondere bedreiging vormen voor de kwaliteit van bodem, water (waaronder zeewater) en lucht. Onder milieuschadelijkheid wordt verstaan: stofeigenschappen, zoals giftigheid - waaronder carcinogeniteit, mutageniteit en teratogeniteit - afbreekbaarheid en (bio)accumulatie, die een ernstig risico inhouden.

      Ondanks dit beleid - en de wetenschap dat houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. jaarlijks zo'n 16.000 kg. arseenzuur (arseen) en 19.000 kg. chroomtrioxide (chroom VI) via het door hem geproduceerde 'gebrekkige'product geïmpregneerd hout op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht dumpt - wordt zijn brief door de Vaste Kamercommissie Milieu voor kennisgeving aangenomen.
      Daarbij wordt tevens aangegeven dat hij hiervoor bij de Nationale Ombudsman moest zijn.
      Hiermee hebben wij toch echt bewezen dat de Tweede Kamer volledig in de greep is van de afvalmaffia die de houtimpregneerbedrijven gebruiken als dekmantel.

    5. Omdat de Nationale Ombudsman mr.dr. M. Oosting al in 1992 het standpunt heeft ingenomen dat hij naar de hierboven genoemde politieke collusie geen onderzoek  wenst in te stellen, betekent dat ook de Nationale Ombudsman (als verlengde van de politiek) volledig in de greep van deze afvalmaffia is.

      Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:

      • onze brief van 14 mei 2001, kenmerk RvS/Oost/14051/br, aan huidig staatsraad (voormalig Nationale Ombudsman) dr. M. Oosting (zie bijlage 13).
      • het artikel "Ombudsman negeerde giffraude" in het Katholiek Nieuwsblad van 11 mei 2001 (zie bijlage 14).
      • het artikel "Oosting misleidt media over rapport vuurwerkramp" in het Katholiek Nieuwsblad van 22 juni 2001 (zie bijlage 15).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.
      Hiermee hebben wij toch echt bewezen dat ook de Nationale Ombudsman in de greep is van de afvalmaffia die de houtimpregneer-bedrijven gebruiken als dekmantel.

    6. De onder punt 5 genoemde Nationale Ombudsman mr.dr.M. Oosting is nu staatsraad bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook voormalig minister van Justitie Hirsch Ballin is daar nu staatsraad. Als minister van Justitie heeft mr. Hirsch Ballin de hierboven beschreven collusie "Poisoning for profit" jarenlang afgedekt. Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:

      • de brief van 21 juni 1993, kenmerk: A-22-89 FB/am, van criminoloog prof.dr. F. Bovenkerk aan de hoofdofficier van justitie mr. Ficq. (zie bijlage 16).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen. Hiermee is vast komen te staan dat de huidige staatsraden mr.dr.M. Oosting en mr. Hirsch Ballin en daarmee dus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in deze zaak niet onafhankelijk is.
      .

    7. De onder punten 1 t/m 6 genoemde politieke misdaad, collusie genaamd, heeft in Nederland zelfs zodanig ernstige vormen aangenomen dat het de gehele Hoge Raad in haar greep heeft. Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:

      • ons verzoek om cassatie in het belang der wet van 24 januari 2001, kenmerk: PG-HRdN/24011/Vz, aan Procureur-Generaal mr. Th.B. ten Kate van de Hoge Raad der Nederlanden (zie bijlage 17)
      • brief d.d. 16 februari 2001, kenmerk: CW 2321/MK/RU, van de Procureur-Generaal mr. Th.B. ten Kate aan ondergetekende (zie bijlage 18).
      • het artikel "Hoge Raad dekt grootschalige milieuvervuiling" uit het Katholiek Nieuwsblad van 2 maart 2001 (zie bijlage 19)
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.

      Uit die inhoud kunt u opmaken dat de Hoge Raad der Nederlanden met haar Pikmeer-arresten de onder punten 1 t/m 6 beschreven politieke misdaad, collusie genaamd, totaal maar dan ook echt totaal afdekt. Dit omdat deze door de politiek gesteunde afvalmaffia op grond van deze Pikmeer-arresten, onbeperkt strafbare feiten mogen blijven plegen zonder dat zij daarvoor strafrechtelijk kunnen worden vervolgt en het feit dat tegen uitspraken van de Hoge raad geen cassatie in het belang der wet openstaat
      Met deze Pikmeer-arresten heeft de Hoge Raad der Nederlanden weten te bewerkstelligen dat deze door de politiek afgedekte afvalmaffia in Nederland zelfs arresten van het Europese Hof van Justitie mogen overtreden zonder dat zij daarvoor strafrechtelijk kunnen worden vervolgd.
      In de in geding zijnde zaak loost de Demkolec elektriciteitscentrale te Buggenum dan ook giftige stoffen via de lucht direct dan wel indirect in het oppervlaktewater zonder een daarvoor vereiste Wvo-vergunning. Dit alles in strijd met het arrest van 29 september 1999 in zaak C-231/97 van het Europese Hof van Justitie te Luxemburg.
      Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:
      • blz. 1 en 10 uit het arrest d.d. 29 september 1999 in de zaak C-231/97 van het Europese Hof van Justitie (zie bijlage 20).
      • het artikel "Giftige stoffen via lucht lozen mag niet meer" uit de Leeuwarder Courant van 7 oktober 1999 (zie bijlage 21).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.
      De Hoge Raad der Nederlanden gaat met het afdekken van de hierboven omschreven politieke misdaad zelfs nog verder en heeft via President Martens kennelijk het wrakingsrecht in Straatsburg voor de Nederlanders ontnomen.
      Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:
      • het artikel "Straatsburg geeft nekslag aan wrakingsrecht" in het Katholiek Nieuwsblad van 31 augustus 2001 (zie bijlage 22).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.
      De volgende passage in betreffend artikel maakt duidelijk hoe ver de Hoge Raad gaat met het afdekken van politieke misdaad:

      STRAATSBURG EINDVERANTWOORDELIJK.
      Wat nu gebeurt, is schokkend. Burhoven Jaspers: "Ondanks mijn uitdrukkelijke verzoek, behandelde Straatsburg de drie zaken afzonderlijk, met ruime tussenpozen en met telkens andere rechters. Alledrie de klachten werden afgewezen. Wat heeft de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens voor zin, als je je rechten alleen maar kunt laten toetsen door juristen die kennelijk internationaal samenspannen? Ik kan het gebeurde niet los zien van het feit dat president Martens jarenlang in Straatsburg actief was. Het enige excuus dat ik voor de raadsheren daarginds kan bedenken, is dat er wellicht Nederlandse poortwachters zijn die de klachten op een slinkse wijze sturen. Maar dan nog houdt Straatsburg de eindverantwoordelijkheid voor het feit dat de Nederlandse burger onrechtmatig een elementair recht is ontnomen.

    8. De onder de punten 1 t/m 7 genoemde door de Hoge Raad der
      Nederlanden afgedekte politieke misdaad heeft ertoe geleid dat houtimpregneerbedrijf gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode van zowel de minister van VROM als wel de Raad van State mag doorgaan met het op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht dumpen van jaarlijks 7500 kg. arseenzuur en 10.500 kg. chroomtrioxide, zijnde zwarte lijststoffen. Dit alles om daarmee de metaalindustrie (SHELL/Billiton/Hickson Garantor) met grote winsten van haar hoogproblematisch gevaarlijk afval af te helpen, omwille van de winst voor enkelen. Daarbij worden nagenoeg alle hierop betrekking hebbende Europese richtlijnen en verordeningen, waaronder Verordening (EG) nr. 142/97, overtreden.
      Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:

      • onze brief van 3 juni 2001, kenmerk: VROM/03061/vi, aan de minister van VROM drs. J.P. Pronk (zie bijlage 23).
      • ons persbericht van 4 juni 2001 met de kop "De Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode mag van de voorzitter van de Raad van State jaarlijks 7500 kg. arseenzuur en 10.500 kg. chroomtrioxide (zwarte lijststoffen) op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht dumpen. (zie bijlage 24).
      • de uitspraak nr. 200101634/2 van 29 mei 2001 van drs. E.L. Berg, als voorzitter, van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. (zie bijlage 25).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.
      Hiermee hebben wij wederom echt bewezen dat de minister van VROM in de greep is van de afvalmaffia die de houtimpregneer-bedrijven gebruiken als dekmantel.

    9. De onder de punten 1 t/m 8 genoemde door de Hoge Raad der Nederlanden afgedekte politieke misdaad heeft er eveneens toe geleid dat geïmpregneerd hout, dat vrijkomt als bouw- en sloopafval en dat per kilogram meer dan 2000 mg/kg arseenzuur en meer dan 3000 mg/kg chroomtrioxide (chroom VI) bevat, vóór 25 november 1993 nog als gevaarlijk afval moest worden verwijderd en verwerkt en na 25 november 1993 niet meer.
      De minister van VROM (J.G.M. Alders) heeft dat weten te bewerkstelligen door op 25 november 1993 het Besluit Aanwijzing Chemische Afvalstoffen (BAGA) te laten vervallen en daarvoor in de plaats het Besluit Aanwijzing Gevaarlijke Afvalstoffen (BAGA) van kracht te verklaren.
      Met deze van kracht verklaarde BAGA heeft de minister van VROM weten te bewerkstelligen dat bovengenoemd geïmpregneerd hout, dat vrijkomt als bouw- en sloopafval, uitgezonderd wordt als gevaarlijk afval.
      Dit alles in strijd met de EEG richtlijn 91/689/EEG (pb EG L356) en "biomassa" voor de opwekking van "groene stroom" wordt genoemd. Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd:

      • onze brief van 10 juni 2001, kenmerk: VROM/10061/vi, aan de minister van VROM drs. J.P. Pronk (zie bijlage 26).
      • onze bij brief van 17 juli 2001 bij de Raad van State ingediende pleitnotitie in zaaknummer 200000071/1/M, (zie bijlage 27).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.
      Hiermee hebben wij wederom echt bewezen dat de minister van VROM volledig in de greep is van de afvalmaffia die niet alleen de houtimpregneerbedrijven maar nu ook de kolengestookte elektriciteitscentrales gebruiken als dekmantel.

    10. De onder de punten 1 t/m 9 door de Hoge Raad der Nederlanden
      afgedekte politieke misdaad heeft ertoe geleid dat in de in geding zijnde zaak wederom grote hoeveelheden gevaarlijk afval onder de dekmantels "secundaire brandstof", "biomassa", "CO2-reductie", "hergebruik", "groene stroom", e.d. weer grote bedragen aan subsidie (gemeenschapsgeld) wordt misbruikt om daarmee letterlijk alles te vergiftigen en te verkankeren omwille van de winst voor enkelen.
      Als bewijs daarvoor vindt u:

      • het artikel "Groene stroom verhult subsidiemisbruik" uit het Katholiek Nieuwsblad van 3 augustus 2001 (zie bijlage 28).
      • het artikel "Opnieuw grof misbruik EU-subsidies?" uit Kleintje Muurkrant van 31 augustus 2001 (zie bijlage 29).
      Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als geheel herhaald en ingelast te beschouwen.
      Hiermee hebben wij wederom toch echt bewezen dat de minister van VROM volledig in de greep is van de afvalmaffia die ook de kolengestookte elektriciteitscentrales, waaronder de Demkolec-centrale te Buggenum, gebruiken als dekmantel.


    CONCLUSIE.

    Het in geding zijnde deskundigenverslag is opgesteld door
    mr. drs. M. Braakensiek en Ir. P.J. de Weijer van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. Deze stichting wordt direct dan wel indirect betaald door het ministerie van VROM.
    De minister van VROM is politiek verantwoordelijk voor de hierboven onder de punten 1 t/m 10 beschreven politieke misdaad, collusie genaamd.
    Omdat deze minister van VROM verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de niet meer te betalen milieu en gezondheidsschade als gevolg daarvan, wordt door hem alle invloed aangewend om dit alles zo lang mogelijk in de doofpot te houden. Hij wordt daarbij gesteund door de Hoge Raad en de Raad van State.
    Dit heeft ertoe geleid dat adviseur Ir. P.J. de Weijer in zijn deskundigenverslag niet feitelijk is ingegaan op ons goed gemotiveerd beroepschrift van 20 april 2000, nader gemotiveerd bij brief van 6 juni 2000.
    Een dergelijk deskundigenverslag is derhalve niet objectief.

    Omdat ook de Raad van State, vanwege met name haar staatsraden mr. Oosting en mr. Hirsch Ballin, in deze zaak niet onafhankelijk is, staan we erop dat u de commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt tot het aanstellen van een onafhankelijk deskundige waaraan u de opdracht geeft tot het doen van een nieuw onderzoek waarbij de inhoud van deze zienswijze, inclusief bijlagen, volledig wordt betrokken.

    Over uw besluit op dit verzoek wensen wij zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd.

    In geval u aan ons bovengenoemd verzoek geen gevolg wenst te geven, dan verzoeken wij u de hierboven genoemde zienswijze, inclusief bijgesloten bijlagen, volledig te betrekken in uw beslissing.


    Hoogachtend,
    Ecologisch Kennis Centrum B.V.
    voor deze,
    ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige

    Ing. A.M.L. van Rooij,
    directeur.

    Websiteadres:

  • http://www.mstsnl.net/ekc/ekc-rs66.htm


    C.c.

    • Stichting Sociale Databank Nederland
    • Stichting Behoud Leefmilieu en Natuur Maas & Waal
    • Vrijwillige Milieurecherche
    • Twee Vandaag
    • Katholiek Nieuwsblad
    • Kleintje Muurkrant
    • Vereniging Milieudefensie
    • Stichting Natuur en Milieu
    • Natuurmonumenten
    • Wereld Natuur Fonds.


    Bijgevoegde bijlagen:

    1. Deskundigenverslag StAB/33534/S van 17 juni 1998, van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (4 pagina's).
    2. Uitspraak no's F03.98.0171, F03.98.0179, F03.98.0180, F03.98.0181, F03.98.0182, F03.98.0183 en F03.98.0184 van 19 augustus 1998 van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (6 pagina's).
    3. Brief d.d. 10 april 1996, kenmerk 96/1807 HPK/HPK, van het CTB (5 pagina's).
    4. Brief d.d. 2 september 1996, kenmerk: GZB/C&O/963400, van de staatssecretaris van VWS (2 pagina's).
    5. Blz. 3, uit het rapport "Duurzaam hout Goed fout" van oktober 1998 van de Socialistische Partij (1 pagina).
    6. Brief d.d. 10 augustus 1998 van voormalig Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks aan de minister van VROM, drs. J. Pronk (1 pagina).
    7. Het artikel "De Nederlandse dictatuur vergiftigt letterlijk alles" uit InterDisciplinair jaargang 11, nummer 2, april 2000, van de Faculteit der Bestuurskunde, Universiteit Twente (4 pagina's).
    8. Brief van 21 februari 1995, kenmerk: 170295007/GM/MdB, van de Regionaal Inspecteur van VROM drs. H.A.M.A. de Vries aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. (1 pagina).
    9. Brief van 19 augustus 1996, kenmerk: IBP96040460, van de minister van VROM, Margaretha de Boer, aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. (1 pagina).
    10. Brief van 17 juli 1996 van houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. aan der Vaste Kamercommissie Milieubeheer van de Tweede Kamer (2 pagina's).
    11. Brief van 9 september 1996 van griffier drs. J.M. de Vries van de Vaste Kamercommissie van de Tweede Kamer aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen import export B.V. (1 pagina)
    12. Blz. 1, 52, 53 en 55 uit het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986 - 1990 van de Tweede Kamer der Staten Generaal. (4 pagina's)
    13. Onze brief van 14 mei 2001, kenmerk RvS/Oost/14051/br, aan staatsraad dr. M. Oosting (8 pagina's).
    14. Het artikel "Ombudsman negeerde giffraude" in het Katholiek Nieuwsblad van 11 mei 2001 (1 pagina, A3).
    15. Het artikel "Oosting misleidt media over rapport vuurwerkramp" in het Katholiek Nieuwsblad van 22 juni 2001 (2 pagina's, A3).
    16. Brief van 21 juni 1993, A-22-89 FB/am, van criminoloog prof.dr. F. Bovenkerk aan de hoofdofficier van Justitie mr. Ficq. (2 pagina's).
    17. Onze brief van 24 januari 2001, kenmerk: PG-HRdN/24011/VZ, aan de Procureur-Generaal mr. Th.B. ten Kate van de Hoge Raad der Nederlanden (6 pagina's).
    18. Brief van 16 februari 2001, kenmerk: CW 2321/MK/RU, van de Procureur-Generaal mr. Th.B. ten Kate (1 pagina).
    19. Het artikel "Hoge Raad dekt grootschalige milieuvervuiling" in het Katholiek Nieuwsblad van 2 maart 2001 (2 pagina's, A3).
    20. Blz. 1 en 10 uit het arrest d.d. 29 september 1999 in de zaak C-231/97 van het Europese Hof van Justitie te Luxemburg (2 pagina's).
    21. Het artikel "Giftige stoffen via lucht lozen mag niet meer" uit de Leeuwarder Courant van 7 oktober 1999 (1 pagina).
    22. Het artikel "Straatsburg geeft nekslag aan wrakingsrecht" in het Katholiek Nieuwsblad van 31 augustus 2001 (2 pagina's, A3).
    23. Onze brief van 3 juni 2001, kenmerk: VROM/03061/vi, aan de minister van VROM drs. J.P. Pronk (11 pagina's).
    24. Ons persbericht van 4 juni 2001 met de kop "De Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode mag van de voorzitter van de Raad van State jaarlijks 7500 kg. arseenzuur en 10.500 kg. chroomtrioxide (zwarte lijststoffen) op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht dumpen" (2 pagina's).
    25. Uitspraak nr. 200101634/2 van 29 mei 2001 van drs. E.L. Berg als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (4 pagina's).
    26. Onze brief van 10 juni 2001, kenmerk: VROM/10061/vi, aan de minister van VROM drs. J.P. Pronk (7 pagina's).
    27. Onze bij brief van 17 juli 2001 bij de Raad van State ingediende pleitnotitie in zaaknummer 200000071/1/M (18 pagina's).
    28. Het artikel "Groene stroom verhult subsidiemisbruik" in het Katholiek Nieuwsblad van 3 augustus 2001 (1 pagina, A3).
    29. Het artikel "Opnieuw grof misbruik EU-subsidies?" in Kleintje Muurkrant van 31 augustus 2001 (1 pagina, A3).