St. Sociale Databank Nederland, nadere motivering verzoek
om voorlopige voorziening respectievelijk schorsing


EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens

't Achterom 9a
5491 XD
Sint Oedenrode
Tel. 0413-490387
Fax. 0413-490386

                                                               Aantekenen.

                                        

                                                         Aan: Voorzitter van de Raad van State,

                                                                  Afdeling bestuursrechtspraak,

                                                                  Dr. E.M.H. Hirsch Ballin,

                                                                  Postbus 20019,

                                                                  2500 EA 's-Gravenhage.

 

OPEN BRIEF.  

                                                            Sint Oedenrode, 12 mei 2004.

 

Tevens, excl. bijlagen, verstuurd per fax 070 - 3651380 op 12 mei 2004.

 

Ons kenmerk: SDN/04054/VV

 

Uw nummer: 200403689/2/M1.

 

Betreft: Stichting Sociale Databank Nederland (appellant)/

             Nadere motivering van ons verzoek om het treffen van voorlopige

             voorziening resp. schorsing d.d. 4 mei 2004 van het op 24 maart

             2004 bij brief van 23 maart 2004, nummer 03/4480, verzonden

             besluit van 16 maart 2003 (moet 16 maart 2004 zijn) van

             burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode. Tevens

             toezending van alle in uw brief van 4 mei 2004 verzochte stukken.

 

 

Geachte Voorzitter Hirsch Ballin

 

Namens de Stichting Sociale Databank Nederland, Gasthuislaan 22, 6883 JK, te Arnhem, hierna te noemen: appellant, laat ik u in opgemelde zaak de volgende nadere motivering van ons verzoek om het treffen van voorlopige voorziening resp. schorsing d.d. 4 mei 2004 toekomen.

 

Nadere motivering verzoekschrift.

Met het in geding zijnde besluit d.d. 16 maart 2003 hebben burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode ingestemd met het advies van de commissie bezwaar- en beroepschriften van 9 december 2003. Op grond van de volgende heroverweging uit dat advies hebben burgemeester en wethouders ons bezwaarschrift van 14 september 2003, kenmerk: SDN/14093/BZ, ongegrond verklaard.

 

----------------------------------------------------------------------------------------------

Heroverweging

Blijkens de melding die Gebr. Smetsers op grond van het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer heeft gedaan voor de bouw van de gewraakte loods wordt in het bedrijf gezaagd, geschaafd en bewerkt en vindt opslag en verkoop van houten producten plaats. Deze activiteiten worden geheel of gedeeltelijk in deze loods ondergebracht.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van dit besluit is het onder andere van toepassing op een inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor het vervaardigen, bewerken, verwerken of opslaan van hout of kurk dan wel van houten, kurken of houtachtige voorwerpen.

Nu daarvan blijkens de gedane melding sprake is en het bedrijf bovendien niet valt onder de uitzonderingen als bedoeld in artikel 3 van het besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer stelt de commissie vast dat het bedrijf onder de werking van dit besluit valt. In artikel 3 van het besluit zijn de gevallen genoemd waarin het besluit niet van toepassing is. Deze gevallen corresponderen met 23 vragen op de lijst die deel uitmaakt van de melding van Gebr. Smetsers BV. De door indienster genoemde feiten vallen daar niet onder. Bovendien zou de conclusie van indienster dat een milieuvergunning is vereist alleen juist zijn als een van de 23 vragen van die lijst met ja zou zijn beantwoord, wat niet het geval is. Indienster bestrijdt de juistheid van die antwoorden overigens ook niet.

De volgens indienster onjuist ingevulde vraag over de ligging van de inrichting ten opzichte van woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen heeft uitsluitend tot doel te bepalen of een rapportage van een akoestisch onderzoek deel moet uitmaken van de melding. Aan de hand van zo'n rapportage kan worden nagegaan of de inrichting kan voldoen aan de geluidsvoorschriften die aan het besluit zijn verbonden. Voor het bepalen van de meldings- dan wel vergunningplicht voor de inrichting heeft die vraag echter geen betekenis.

De commissie stelt dan ook vast dat voor het veranderen van de inrichting kon worden volstaan met de gedane melding. Omdat van een vergunningplicht in dit geval geen sprake is, doet het bepaalde in artikel 20.8 van de Wet milieubeheer over de koppeling tussen een vergunning op grond van deze wet en de Woningwet, waarop verzoeker zich beroept, niet voor. Oprichting van de loods door Gebr. Smetsers BV, was dan ook niet in strijd met het bepaalde in de Wet milieubeheer. Het college heeft zich dan ook op goede gronden et bevoegd geacht tot het opleggen van een dwangsom en het verzoek daartoe afgewezen.

 

----------------------------------------------------------------------------------------------

 

Dit besluit baseren burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode op de uitspraak nummer 200306119/1 van 28 oktober 2003 van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarvan u een afschrift vindt bijgevoegd. (zie bijlage 1) .

 

In betreffende uitspraak schrijft staatsraad mr. K. Brink, als Voorzitter, letterlijk het volgende:

-           'De voorzitter stelt voorts vast dat het onderhavige geding zich toespitst op de vraag of deze gemelde verandering betekent dat voor de onderhavige inrichting een vergunning krachtens de Wet milieubeheer is vereist of dat de inrichting onder de werking van het Besluit is blijven vallen.'

 

Staatsraad mr. K. Brink heeft, als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, beslist dat het bedrijf Gebr. Smetsers B.V. (moet A.A. Smetsers zijn) met de op 16 juli 2003 ingekomen melding onder de werking van het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer is blijven vallen. Deze beslissing heeft staatsraad mr. K. Brink genomen op basis van bikkelharde leugens van ambtenaar J.A.F.M. van Vorstenbosch, namens burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode, en

drs. F.C.H. Kastelijn namens A.A. Smetsers. Ik wilde staatsraad mr. K. Brink daarover tijdens de hoorzitting op 16 oktober 2003 de waarheid vertellen maar daartoe gaf hij mij niet de gelegenheid, hetgeen ik uitermate betreur. Daarom vindt u hierover nu pas de feitelijke waarheid die absoluut niet meer onder het kleed kan worden geveegd.

 

De feitelijke waarheid is als volgt:

Van de op 14 februari 2000 door houthandel Smetsers (A.A. Smetsers) eerder ingekomen melding op grond van het Besluit houtbewerkende bedrijven milieubeheer vindt u een kopie bijgevoegd (zie bijlage 2) als ook het besluit van 24 maart 2000 van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode, waarin is beslist akkoord te zijn met die melding (zie bijlage 3).

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. In het besluit d.d. 24 maart 2000 van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode, waarbij de op 14 februari 2000 ingekomen melding akkoord is verklaard, staat letterlijk het volgende.

 

----------------------------------------------------------------------------------------------

                                                                      Houthandel Smetsers

                                                                      Ollandseweg 134

                                                                      5491 XC Sint Oedenrode.

GGB-BM-CvE

481335

diversen

 

Uw brief van      Ons nummer 2000/498              Sint Oedenrode 24-03-2000

 

akkoord melding Besluit Houtbewerkende bedrijven milieubeheer.  Verzonden 24 maart 2000

 

Geachte heer Smetsers,

 

De door u ingediende melding in verband met het veranderen van een houtbewerkend bedrijf, als bedoeld in het Besluit Houtbewerkende bedrijven milieubeheer, gelegen aan het adres Ollandseweg 134 alhier, is door ons beoordeeld en akkoord bevonden (M2000.8).

Wij verlenen u hierbij dan ook toestemming tot het in werking hebben van de inrichting zoals in de melding omschreven en onder de hierbij gevoegde voorschriften.

 

Bij wijziging van de inrichting dient u burgemeester en wethouders hiervan onmiddellijk in kennis te stellen.

Voor eventuele verdere informatie hierover kunt u contact opnemen met de heer C. van Esch, tel. 481335.

 

Hoogachtend,

 

Burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode,

namens dezen,

C.M.J.M. van Esch,

medewerker afdeling Bouwen en Milieu

--------------------------------------------------------------------------------------------

Hiermee is feitelijk komen vast te staan dat medewerker C.M.J.M. van Esch van de afdeling bouwen en milieu bij besluit van 24 maart 2000, namens burgemeester en wethouders, de op 14 februari 2000 ingekomen melding Besluit houtbewerkende bedrijven milieubeheer akkoord heeft bevonden.

Hier werpt zich nu de volgende cruciale vraag op:

 

Was ambtenaar C.M.J.M. van Esch daarvoor gemandateerd?

Het antwoord daarop is; nee.

 

Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd een afschrift van het besluit van 24 oktober 2003 van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode op mijn Wob-verzoek van 16 oktober 2003, kenmerk Smet/16103/vi, waarbij aan mij de mandateringsregeling (afdoenings- en ondertekeningsmandaat) d.d. 13 december 1994, zoals die gold tot 4 april 2000, is verstrekt. (zie bijlage 4) . Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Uit de inhoud van deze mandateringsregeling kan meer een conclusie worden getrokken en die luidt als volgt:

 

C.M.J.M. van Esch (medewerker afdeling Bouwen en Milieu) was ten tijde van het door hem genomen besluit van 24 maart 2000, waarbij de op 14 februari 2000 ingekomen melding 8.40 Wm van houthandel Smetsers akkoord is bevonden, daartoe niet gemandateerd.

 

Met het nemen van betreffend besluit d.d. 24 maart 2000 heeft medewerker C.M.J.M. van Esch dan ook een strafbaar feit (misdrijf) gepleegd. Dit door C.M.J.M. van Esch genomen besluit van 24 maart 2000 is daarmee niet rechtsgeldig.

Dit des te meer de heer A.A. Smetsers in onderliggende op 14 februari 2000 ingekomen melding onder punt 4:23 ook nog valsheid in geschrift heeft gepleegd. Onder punt 4:23 staat namelijk letterlijk het volgende (zie bijlage 2) :

 

'Bedraagt de afstand tot woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen:

  1. minder dan 25 meter, gemeten van bedrijfsgebouwen Ja/Nee?
  2. minder dan 25 meter, gemeten vanaf de erfafscheiding, indien interne transportmiddelen aanwezig zijn Ja/Nee?'

 

Het is bij A.A. Smetsers heel goed bekend dat de binnen zijn bedrijf komende en gaande vrachtauto's worden geladen en gelost met interne transportmiddelen.

 

Het is bij A.A. Smetsers heel goed bekend dat de derdewoning Ollandseweg 142 hooguit 15 meter, de derdewoning Ollandseweg 147 hooguit 22 meter en de derdewoning 149 hooguit 24 meter van de erfafscheiding van het bedrijf zijn gelegen.

 

Het is A.A. Smetsers heel goed bekend dat de op 14 februari 2000 gedane melding enkel en alleen betrekking heeft op de woning Ollandseweg 134 en dat de woning Ollandseweg 136 een derdewoning is die zelfs binnen de erfafscheiding van de inrichting is gelegen op minder dan 7 meter van bedrijfsgebouwen.

 

Hiermee is feitelijk komen vast te staan dat A.A. Smetsers in zijn op 14 februari 2000 ingekomen melding opzettelijk valsheid in geschrift heeft gepleegd om daarmee onder de werkingssfeer van het Besluit houtbewerkende bedrijven milieubeheer te vallen.

 

Dit is puur misdadig.

 

Hiermee heb ik feitelijk bewezen dat hier sprake is geweest van samenspannende misdaad tussen ambtenaar G.M.J.M. van Esch van de gemeente Sint Oedenrode en A.A. Smetsers van houthandel Smetsers.

 

Nu hiermee aan deze op 14 februari 2000 ingekomen melding geen enkele rechtsgeldigheid kan worden toegekend, betekent dat onderliggende op 31 oktober 1989 aan houthandel Smetsers verleende milieuvergunning ten tijde van het bestuursdwangverzoek d.d. 10 juli 2003 van appellant van kracht was. Betreffende milieuvergunning van 31 oktober 1989 vindt u bijgevoegd (zie bijlage 5) . Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Op blz. 1 van deze milieuvergunning (hinderwetvergunning) staat letterlijk het volgende:

Op 18 oktober 1988 is ingekomen een verzoek van A.A. Smetsers, Ollandseweg 134 te Sint Oedenrode, om een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning voor een inrichting voor machinale houtbewerking. De inrichting is gelegen aan voornoemd adres op de percelen kadastraal bekend gemeente Sint Oedenrode sectie I nrs. 4767 en 22 79.

 

Ook hiermee heeft de heer A.A. Smetsers toentertijd opzettelijk valsheid in geschrift gepleegd. Het bedrijf van A.A. Smetsers was namelijk enkel en alleen op perceel sectie I nr 2279 gelegen. Het perceel sectie I nr. 4767 had een agrarische bestemming en geen bedrijfsbestemming. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u ingevoegd betreffend plankaartdeel uit het toen van kracht zijnde op 17 oktober 1989 onherroepelijk geworden bestemmingsplan buitengebied (zie bijlage 6) . Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Ondanks het feit dat burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode op 31 oktober 1989 op de hoogte waren van het feit dat op perceel sectie I nummer 4767 een agrarische bestemming rustte, hebben zij zonder A.A. Smetsers te hebben verplicht tot aanpassing van het bestemmingsplan toch milieuvergunning afgegeven voor het uitoefenen van een houtbewerkend bedrijf op deze agrarische grond in strijd met de bestemming.

 

Hiermee heb ik feitelijk bewezen dat er al in 1989 sprake was van samenspannende misdaad tussen A.A. Smetsers en burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode.

 

Met een op 5 november 1992 ingekomen verzoek heeft A.A. Smetsers om uitbreiding/wijziging van zijn op 31 oktober 1989 verleende hinderwetvergunning verzocht (zie bijlage 7) Bij besluit van 5 maart 1993 hebben burgemeester en wethouders een positieve beslissing genomen op bovengenoemd uitbreidingsverzoek van 5 november 1992 van A.A. Smetsers (zie bijlage 8) . Betreffend besluit van 5 november 1992 is als volgt ondertekend:

 

----------------------------------------------------------------------------------------------

                                                                            Sint Oedenrode, 5 maart 1993

 

                                  Burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode,

                                  namens dezen,

                                  ing. C.A.M. Kerstholt,

                                  hoofd afdeling Bouwen en Milieu .

----------------------------------------------------------------------------------------------

 

Hiermee is feitelijk komen vast et staan dat ambtenaar ing. C.A.M. Kerstholt, hoofd afdeling Bouwen en Milieu, namens burgemeester en wethouders op 5 maart 1993 een positief besluit heeft genomen op de op 5 november 1992 ingekomen aanvraag om uitbreiding/wijziging van de op 31 oktober 1989 aan A.A. Smetsers verleende Hinderwetvergunning.

 

Hier werpt zich ook nu weer de volgende vraag op:

 

Was ambtenaar C.A.M. Kerstholt daarvoor gemandateerd?

Het antwoord daarop is: nee.

Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u een afschrift van het toentertijd van kracht zijnde afdoeningsmandaat besluit van 18 december 1990 van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode (zie bijlage 9) . Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Uit de inhoud van deze mandateringsregeling kan maar een conclusie worden getrokken en die luidt als volgt:

 

Ing. C.A.M. Kerstholt (hoofd afdeling Bouwen en Milieu) was ten tijde van het door hem genomen besluit van 5 maart 1993, waarbij de op 31 oktober 1989 aan A.A. Smetsers verleende hinderwetvergunning is uitgebreid, daartoe niet gemandateerd.

Met het nemen van betreffend uitbreidingsbesluit d.d. 5 maart 1993 heeft het hoofd van de afdeling Bouwen en Milieu ing. C.A.M. Kerstholt dan ook een strafbaar feit (misdrijf) gepleegd.

 

Dit door ing. C.A.M. Kerstholt genomen uitbreidingsbesluit van 5 maart 1993 is daarmee niet rechtsgeldig.

Hiermee heb ik feitelijk bewezen dat er ook in 1993 sprake was van samenspannende misdaad tussen A.A. Smetsers en het hoofd van de afdeling Bouwen en Milieu ing. C.A.M. Kerstholt.

Eindconclusie.

 

Met bovengenoemde feiten heb ik glashelder bewezen dat er tussen A.A. Smetsers en de gemeente Sint Oedenrode al vanaf 1989 een samenspannende misdaad afspeelt.

Ook heb ik daarmee feitelijk glashelder bewezen dat ten tijde van het door appellant gedane bestuursdwangverzoek, op 10 juli 2003, de op 31 oktober 1989 aan A.A. Smetsers verleende hinderwetvergunning (milieuvergunning) van kracht was.

Van ons bij brief van 10 juli 2003, kenmerk: SDN/11073/VZ, gedane bestuursdwangverzoek vindt u een afschrift bijgevoegd (zie bijlage 10).

 

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.  Nu op grond van bovengenoemd feitelijke informatie is komen vast te staan dat de Gebr. Smetsers sinds 7 juli 2003 is begonnen met de bouw van een grote nieuwe opslagruimte/werkplaats met een bruto vloeroppervlak van 1484 m2 en een bruto inhoud van 9126,6 m3 zonder een daarvoor vereiste milieuvergunning (Wm-revisievergunning), hadden burgemeester en wethouders ons handhavingsverzoek van 10 juli 2003 nooit mogen afwijzen.

Ik verzoek u dan ook hierop:

I.                     Het in geding zijnde besluit van 16 maart 2003 (moet 16 maart 2004 zijn) van burgemeester en wethouders te schorsen.

II.                  Ons bezwaarschrift van 14 september 2003, kenmerk: SDN/14093/BZ, alsnog gegrond te verklaren.

III.               Het onderliggende besluit van 4 augustus 2003, nummer 03/3555, van burgemeester en wethouders te schorsen.

IV.               Te beslissen dat burgemeester en wethouders alsnog uitvoering moeten geven aan ons bestuursdwangverzoek van 10 juli 2003, hetgeen betekent dat Gebr. Smetsers met het opleggen van een dwangsom van 5000,- per dag tot een maximum van 500.000,- moet worden gedwongen tot verwijdering van deze zonder een daartoe vereiste milieuvergunning gebouwde opslagruimte/ werkplaats. Dit omdat ten tijde van het bestuursdwangverzoek d.d. 10 juli 2003 de Gebr. Smetsers enkel met graafwerkzaamheden was begonnen en nog niets had gebouwd. Dit des te meer samenspannende misdaad niet mag worden beloond.

V.                 Burgemeester en wethouders te veroordelen in de proceskosten.

 

Verzochte stukken.

Overeenkomstig uw verzoek van 4 mei 2004 laten wij u hierbij de volgende ontbrekende nadere stukken toekomen:

-          Uittreksel KvK van Stichting Sociale Databank Nederland, dossiernummer 451052377, van 6 mei 2004 (zie bijlage 11) .

-          De statuten van de Stichting Sociale Databank Nederland, dossiernummer Sc/cS 9401413 (zie

     bijlage 12) .

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Voorzitter dr. E.M.H. Hirsch Ballin van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is niet onafhankelijk.

 

De Gebr. Smetsers wordt, evenals de Gebr. van Aarle B.V., vanaf omstreeks 1989 door de zware georganiseerde misdaad gebruikt als dekmantelbedrijf om levensgevaarlijk kankerverwekkend chemisch afval van de metaal-industrie en ertssmelterijen, middels de door hen gemaakte geïmpregneerde houten producten, te dumpen bij de Nederlandse burgers in de tuin. Met de

productie en verkoop van geïmpregneerde houten kinderspeeltoestellen, waarvoor de in geding zijnde uitbreiding is bedoeld, wordt zelfs betreffend kankerverwekkend chemisch afval in de lichamen van de daarop spelende kinderen gedumpt.

Hoe groot deze zware georganiseerde misdaad is kunt u lezen in bijgevoegd artikel 'Aan die 13 miljoen kilo arsenicum en die 30 miljoen kilo chroom VI kan het niet gelegen hebben' d.d. 14 januari 2004 van Pamela Hemelrijk ( zie bijlage 13) of zie op internet: http://www.libertarian.nl/NL/archives/001138.php  

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Met de brief van 29 maart 1991 die ik en mijn vrouw aan dr. E.M.H. Hirsch Ballin in de opening van de voordeur van zijn huis (het adres is op verzoek van een ambtenaar van de Raad van State vooralsnog verwijderd per 11-11-2004) 13 jaar geleden persoonlijk hebben overhandigd, heb ik toenmalig minister van Justitie hiervan volledig op de hoogte gebracht. Betreffende brief d.d. 29 maart 1991 aan minister E.M.H. Hirsch Ballin van Justitie vindt u bijgevoegd ( zie bijlage 14 ). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Bijbehorende bijlagen zijn reeds in zijn bezit.

 

In betreffende brief van 29 maart 1991 heb ik aan voormalig verantwoordelijk minister van Justitie E.M.H. Hirsch Ballin nadrukkelijk verzocht om aan deze grootschalige milieucriminaliteit rondom het impregneren van hout in het algemeen, en de Gebr. van Aarle B.V. in het bijzonder, een einde te maken. Ondanks toezegging om daarop snel inhoudelijk te reageren heb ik na ruim 13 jaar van Hirsch Ballin nog nooit antwoord mogen ontvangen.

 

Hiermee heb ik toch echt feitelijk bewezen dat dr. E.M.H. Hirsch Ballin persoonlijk belang moet hebben met het dumpen van betreffend levensgevaarlijk kankerverwekkend chemisch afval van de metaalindustrie en ertssmelterijen (Shell, Billiton, Budelco) via de Gebr. van Aarle B.V. als dekmantel.

 

De hulp van dr. E.M.H. Hirsch Ballin aan deze georganiseerde misdaad gaat zelfs nog veel verder. Hij misbruikt de inhoud uit mijn brief van 29 maart 1991 aan hem, om onder zijn verantwoordelijkheid als minister van Justitie, door milieuofficier van Justitie mr. G. Bos van het arrondissementsparket te 's-Hertogenbosch op 18 augustus 1992 een samenspannende geheime bespreking te laten beleggen met de volgende personen:

-           dhr. G. Bos, officier van justitie (voorzitter)

-           dhr. G. Broeren (parketsecretaris)

-           dhr. H. de Vries (milieu-inspecteur Noord Brabant)

-           Dhr. H. Artz (juridisch medewerker provincie Noord Brabant)

-           dhr. V. Ditters (hoofd algemene zaken waterschap De Dommel)

-           Mevr. I. Valk (wachtmeester rijkspolitie Sint Oedenrode)

-           Dhr. M. Saris (wachtmeester rijkspolitie Sint Oedenrode)

-           dhr. P. Schriek (CDA)(burgemeester van Sint Oedenrode)

-           Mevr. H. van Dijk-Eerhart (CDA)(wethouder milieu van Sint Oedenrode)

-           Dhr. C. Kerstholt (hoofd afdeling bouwen en milieu bij de gemeente Sint Oedenrode )

-           Dhr. G. van Aarle (milieu technisch medewerker bij de gemeente Sint Oedenrode).

-           dhr. M. Kerstholt (projectleider bodemsanering voor het verontreinigde bedrijventerrein van

      Gebr. van Aarle B.V. was afwezig). Deze M. Kerstholt is een broer van C. Kerstholt hoofd afd.

      bouwen en milieu bij de gemeente Sint Oedenrode.

 

In dit geheime overleg werd ik als verbaal agressief afgeschilderd en is op voorstel van H.A.M.A. de Vries (milieu-inspecteur Noord Brabant) namens minister Alders van VROM besloten dat burgemeester P. Schriek van Sint Oedenrode GGD-arts H. Jans als vertrouwensarts op mij moest afsturen met de bedoeling mij geestelijk ziek verklaard te krijgen ( zie bijlage 15 ).

 

De heer H. Jans heeft geruime tijd onder voorzitterschap van burgemeester

P. Schriek gewerkt bij de GGD in Breda, hetgeen de niet onafhankelijke positie van GGD-vertrouwensarts H. Jans bevestigd ( zie bijlage 16).

 

Die niet onafhankelijke samenspannende positie van H. Jans wordt nog extra bevestigd met het feit dat de baas van H. Jans, directeur M.A.J.M. van Bakel van de GGD-Breda mij bij brief van 3 september 1992, nummer Dir/MvB/SW/u92-4662, heeft kenbaar gemaakt dat H. Jans heeft gehandeld op eigen verantwoording en niet als functionaris van de GGD- Stadsgewest Breda ( zie bijlage 17). Hiermee heb ik feitelijk bewezen dat

 

H. Jans voor deze samenspannende actie tegen mij zelfs de naam van de GGD heeft misbruikt.

Als waardering voor deze misdadige samenspannende actie tegen mij kreeg deze GGD-arts H. W. A. Jans van de commissaris van de Koningin mr. F.J.M. Houben op 7 december 1993 de provinciale milieuprijs 1993 van Noord Brabant uitgereikt.

(zie bijlage 18)

 

Ik heb dat nooit kunnen begrijpen omdat de Gebr. van Aarle B.V. door de afvalmaffia wordt gebruikt als dekmantelbedrijf om tot op heden maar liefst zo'n 62.000 kg arseen (arseenzuur) en 87.000 kg chroom VI (chroomtrioxide) op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht te dumpen. Dit ondanks de wetenschap dat dit zwarte lijststoffen zijn die in nationaal en internationaal verband via een maximale brongerichte aanpak met de best bestaande techniek uit het milieu moeten worden geweerd.

 

Met de hierboven beschreven samenspannende hulp van bovengenoemde personen onder politieke leiding van de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin heeft het multinationale bedrijf Billiton (Shell) via dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V. hun hoogproblematisch gevaarlijk afval jarenlang kunnen verkopen in plaats van het eeuwig duur te laten opslaan, waartoe ze wettelijk verplicht waren.

 

Ik heb tot voor kort nooit begrepen waarom voormalig Commissaris van de Koningin mr. F.J.M. Houben van Noord Brabant aan GGD-arts H. Jans voor zijn samenspannende hulp aan deze zware georganiseerde misdaad op 7 december 1993 de provinciale milieuprijs 1993 heeft uitgereikt.

 

Pas toen ik van houtimpregneerbedrijf Carl Tissen uit Luyksgestel de volgende stukken in handen kreeg was voor mij alles duidelijk, te weten:

-           De door burgemeester mr. F.J.M. Houben op 26 oktober 1973 aan C. Tissen afgegeven bouwvergunning voor de oprichting van een houtconserveringsinrichting in Luyksgestel met bijbehorende verklaring ( zie bijlage 19 ).

 

Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Uit die inhoud kunt u opmaken dat voormalig burgemeester F.J.M. Houben van Luyksgestel met het verlenen van een bouwvergunning voor een houtconserveringsinrichting aan Carl. Tissen dit bedrijf werd verplicht om wolmanzouten te gebruiken en wel onder de chantagedruk dat als toch een ander houtimpregneermiddel werd gebruikt hij daarvoor f. 1.000,- per dag aan de gemeente Luyksgestel ( F.J. M. Houben) moest betalen. Dit is waarlijk eco-terrorisme. Voor meer onderbouw van dit eco-terrorisme zie op internet: www.sdnl.nl/column30.htm

 

Hiermee heb ik feitelijk bewezen dat voormalig commissaris van de Koningin van Noord Brabant al vanaf 1973 zijn macht heeft misbruikt om bovengenoemde afvalmaffia via dekmantelbedrijf Carl Tissen onrechtmatig te verrijken.

 

Dat voormalig minister van Justitie mr. E.M.H. Hirsch Ballin bovengenoemde georganiseerde misdaad heeft geholpen wordt nog eens bevestigd met het feit dat criminoloog prof. dr. F. Bovenkerk bij brief van 21 juni 1993 aan de hoofdofficier van justitie mr. Ficq van het arrondissementsparket 's-Hertogenbosch hierover letterlijk het volgende schrijft ( zie bijlage 20 ):

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bij georganiseerde misdaad denkt men vaak aan regelrechte omkoping of chantage van ambtenaren, maar dat hoeft geenszins het geval te zijn. Vaak komt het voor dat malafide bedrijven samengaan met de overheid omdat hun belangen parallel lopen en een probleem wordt opgelost. In de criminologische literatuur wordt dat verschijnsel collusie genoemd (zie Dr. G. van de Heuvel, Onderhandelen of straffen, 1983). Van Rooij's hypothese dat in het onderhavige geval enkele bedrijven met het impregneren van hout een milieudoelstelling van de overheid tegemoet kwamen en dat men onder de vorige minister van VROM een convenant heeft gesloten; dat nu gebleken is dat het impregneren in feite gevaar oplevert; dat men toch niet op de afspraak terugkomt omdat er te veel aan goodwill en prestige is geïnvesteerd; dit alles komt mij voor als geloofwaardig. Ik word in dat geloof gesterkt door de categorische afwijzing van eerst minister Alders en nu minister Hirsch Ballin om op van Rooij's brieven in te gaan en wel zonder argumenten.

-------------------------------------------------------------------------------------------

 

Betreffende brief d.d. 21 juni 1993 aan mr. Ficq sluit criminoloog prof. dr. F. Bovenkerk af met de volgende zin ( zie bijlage 19 ) Een werkelijke uitweg komt pas in zicht wanneer de kwestie serieus wordt onderzocht. Ter wille van de bestrijding van organisatie-criminaliteit is het goed dat thans met zo'n onderzoek wordt begonnen.

 

Het is juist dr. E.M.H. Hirsch Ballin als voormalig minister van Justitie geweest die een strafrechtelijk onderzoek naar deze zware georganiseerde misdaad rondom dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V. opzettelijk heeft tegengehouden en waarvan nu zo'n 16 miljoen Nederlanders het slachtoffer zijn geworden. Dr. E.M.H. Hirsch Ballin is dus hoogst persoonlijk verantwoordelijk voor de algehele vergiftiging van Nederland met zo'n 13 miljoen kilogram levensgevaarlijk kankerverwekkend arseen (arseenzuur) en 30 miljoen kilogram chroomtrioxide (chroom VI). Duizenden en mogelijk miljoenen mensen zullen als gevolg daarvan ernstig ziek worden totdat de vreselijke kankerdood daarop volgt. Dit alles heeft dr. E.M.H. Hirsch Ballin persoonlijk op zijn geweten. Voor veel minder dan dit gaat men al levenslang de gevangenis in. Geldt dat ook voor dr. E.M.H. Hirsch Ballin ?

 

Het is dezelfde zware georganiseerde misdaad die ook het bedrijf Gebr. Smetsers al jarenlang gebruiken als dekmantel. Daarmee heeft Hirsch Ballin zich een politiek leider van deze mens- en milieuvernietigende zware georganiseerde misdaad gemaakt.

 

Het is dr. E.M.H. Hirsch Ballin, als politiek leider van deze georganiseerde misdaad, er dan ook alles aan gelegen dat deze georganiseerde misdaad, via de Gebr. Smetsers als dekmantel, kan blijven doorgaan met het dumpen van levensgevaarlijk in tuinen en lichamen van kinderen.

Omdat dezelfde dr. E.M.H. Hirsch Ballin nu voorzitter is van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betekent dat hij in deze zaak onmogelijk onafhankelijk kan zijn. Omdat alle staatsraden van de Afdeling onder voorzitterschap van dezelfde dr. E.M.H. Hirsch Ballin werkzaam zijn ( zie bijlage 21 ) betekent tevens dat al deze staatsraden in deze zaak onmogelijk onafhankelijk kunnen zijn.

 

Hiermee is feitelijk komen vast te staan dat de zware georganiseerde misdaad, onder voorzitterschap van dr. E.M.H. Hirsch Ballin, de gehele Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar macht heeft. Degene die ondanks deze wetenschap toch nog durft te beweren dat onze Raad van State onafhankelijk is, zegt dat onder druk van deze georganiseerde misdaad. De grote media mogen en durven hierover niet schrijven. Zo ziek is de zogenaamde onafhankelijke rechtspraak in Nederland.

 

Om de 16 miljoen Nederlanders hierover toch te informeren heb ik dit verzoekschrift laten publiceren bij de Sociale Databank Nederland (SDN) op internet, adres: www.sdnl.nl/ekc-rs130.htm

Uw beslissing hierop zal eveneens bij de SDN op internet worden geplaatst.

Tevens zal ik de Europese Commissie een afschrift van dit verzoekschrift laten toekomen met het verzoek er bij dr. E.M.H. Hirsch Ballin op aan te dringen dat hij in het belang van de onafhankelijke rechtspraak in Nederland zich onmiddellijk op vrijwillige basis terugtrekt als voorzitter en staatsraad bij de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State.

 

Hoogachtend,

 

 

Ecologisch Kennis centrum B.V.

voor deze,

ing. A.M.L. van Rooij,

directeur.

 

Bijlage:

  1. Uitspraak 200306119/1 van 28 oktober 2003 van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (5 pagina's)
  2. De op 14 februari 2000 ingekomen melding Besluit houtbewerkende bedrijven milieubeheer van houthandel Smetsers (3 pagina's).
  3. Het besluit van 24 maart 2000 van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode waarbij de op 14 februari 2000 ingekomen melding nr. M2000.8, akkoord is bevonden (1 pagina).
  4. De bij besluit van 24 oktober 2003, nummer 03/5013, toegezonden mandateringsregeling van 13 december 1992 van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode die geld tot 4 april 2000 (12 pagina's).
  5. De bij besluit van 31 oktober 1989 verleende Hinderwetvergunning aan A.A. Smetsers (7 pagina's).
  6. Het van toepassing zijnde plankaartdeel en legenda uit het bij besluit van 17 oktober 1980 onherroepelijk geworden bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Sint Oedenrode (3 pagina's).
  7. Het op 5 november 1992 ingekomen verzoek van A.A. Smetsers om uitbreiding/ wijziging van zijn Hinderwetvergunning (3 pagina's)
  8. Het besluit van 5 maart 1993 van burgemeester en wethouders waarbij de aan A.A. Smetsers verleende Hinderwetvergunning is gewijzigd (5 pagina's).
  9. Drie van toepassing zijnde pagina's uit het afdoeningsmandaat besluit van 18 december 1990 van Burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode (3 pagina's)
  10. Ons bestuursdwangverzoek van 10 juli 2003, kenmerk SDN/10073/VZ, van Burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode (3 pagina's).
  11. Uittreksel KvK van de SDN, dossiernummer 41052377, van 6 mei 2004 (2 pagina's).
  12. De statuten van de SDN, dossiernummer: SC/CS 9401413 (7 pagina's).
  13. Het artikel 'Aan die 13 miljoen kilo arsenicum en die 30 miljoen kilo chroom VI kan het niet gelegen hebben' d.d. 19 januari 2004 van Pamela Hemelrijk (5 pagina's).
  14. Mijn brief van 29 maart 1991 aan de minister van Justitie E.M. Hirsch Ballin

    (7 pagina's).

  1. Verslag d.d. 18 augustus 1992 van de geheime bespreking op het parket te 's-Hertogenbosch onder voorzitterschap van de officier van Justitie mr. G. Bos

     (2 pagina's).

  1. Het artikel 'Burgemeester schakelt vertrouwensarts in' uit het Eindhovens Dagblad van 1 september 1992 (1 pagina).
  2. Brief van 3 september 1992, nummer: Dir/MvB/sw/u92-4662, van directeur M.A.J.M. van Bakel van de GGD-Stadsgewest Breda (1 pagina).
  3. Uitnodiging uitreiking provinciale milieuprijs 1993 aan drs. H.W.A. Jans van mr. F.J.M. Houben, commissaris der Koningin van Noord Brabant (1 pagina)
  4. Verleende bouwvergunning d.d. 26 oktober 1973 aan C. Tissen te Luyksgestel met verklaring van B en W (mr. F.J.M. Houben) van Luyksgestel (2 pagina's).
  5. Brief d.d. 21 juni 1993, kenmerk: A-22-89 FB/am, van criminoloog prof.dr.F. Bovenkerk aan de hoofdofficier van Justitie mr. Ficq (2 pagina's)
  6. Het bewijs dat dr. E.M.H. Hirsch Ballin als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State boven alle staatsraden staat opgesteld (3 pagina's).