Pleitnotie in de procedure voor de Raad van State t.b.v. St. tot behoud leefmilieu Buggenum,
Haelen, Horn, Nunhem en naaste omgeving, Holstraat 17, 6082 BA Buggenum


EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens

't Achterom 9a
5491 XD
Sint Oedenrode
Tel. 0413-490387
Fax. 0413-490386

AANTEKENEN

Per fax 070-3651380

Voorzitter van de Raad van State,
Afdeling bestuursrechtspraak,
Postbus 20019,
2500 EA 's-Gravenhage.

Sint Oedenrode, 16 oktober 2001.

    PLEINOTITIE

  • Stichting tot behoud leefmilieu Buggenum, Haelen, Horn, Nunhem en naaste omgeving, Holstraat 17, 6082 BA Buggenum.
  • J. Hoebers, Haelenerweg 9, 6082 AA Buggenum.
  • J. Rulkens, Dorpsstraat 94, 6082 AR Buggenum.
  • P. Topeeters, Neel Doffstraat 18, 6082 AE Buggenum.
  • H. Slabbers, Galgenberg 35, 6082 AZ Buggenum.
  • L.G.G.M. Mom, Bergstraat 13, 6082 AJ Buggenum.
  • H.P.J. Vissers, Holstraat 6, 6082 BC Buggenum.
  • A.M. Schreuder, Thorbeckestraat 24, 6042 CR Roermond.
  • J. Schuermans, Roermondseweg 92, 6081 NW Haelen.
  • C.J. Schreuder, Eikendreef 23, 6081 EA Haelen.
  • C.J.M. Wijers, Poelakkerweg 3, 6082 NC Buggenum.
  • H.J.J. Sleutels, Holstraat 9, 6082 BA Buggenum.
    Appellenaten.

Tegen:

    Minister van Verkeer en Waterstaat.
    Verweerder.


Ons kenmerk: SBL/rijksw/23091/VV
Uw nummer: 200104739/1/M2.


Tijdstip hoorzitting 16 oktober 2001 om 12.45 uur.


    Geachte voorzitter,

De volgende zaken zijn in het geschil van belang:

  1. Ontvangen stukken.

    • Ons verzoek om het treffen van voorlopige voorziening van 23 september 2001 (kenmerk: SBL/rijksw/23091/vv) met bijbehorend bezwaarschrift van 23 september 2001 (kenmerk: SBL/Rijks/23091/bz) aan de minister van Verkeer en Waterstaat (66 pagina's).
    • Onze bij brief van 25 september 2001 (kenmerk: SBL/rijksw/23091/vv) toegezonden correctie op ons verzoek om voorlopige voorziening van 23 september 2001 (2 pagina's).
    • Onze bij brief van 11 oktober 2001 (kenmerk: SBL/rijksw/23091/VV) nader toegezonden stukken (24 pagina's).

    Wij verzoeken u de inhoud van deze stukken volledig te betrekken in uw beslissing.

  2. De Feiten.

    Voor de feiten verwijzen wij u naar de "bezwaren 1 t/m 8" in ons bij dit verzoek behorend bezwaarschrift van 23 september 2001 aan de minister van V en W. De daarin genoemde feiten zijn zo helder dat die geen toelichting behoeven.

    Waar draait het in deze zaak met name om?

    Het draait in deze zaak met name om de volgende vragen:


    Vraag 1.

Zijn de lozingen van gevaarlijke stoffen (zwarte lijststoffen) vanuit de 75 meter hoge schoorsteen van Demkolec B.V. direct dan wel indirect op en in het oppervlaktewater in Nederland, Duitsland en BelgiŽ Wvo-plichtig?

Appellanten zeggen "ja"

De minister van Verkeer en Waterstaat zegt "nee".

Appellanten motiveren de "ja" met het uitgesproken arrest van 29 september 1999 van het Europese Hof van Justitie in de zaak C-231/97, een geschil tussen A.M.L. van Rooij en het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel. Het Europese Hof van Justitie heeft in dat arrest letterlijk het volgende uitgesproken. (zie bijlage 1+2).

  1. Het begrip "lozing" in artikel 1, lid 2, sub d, van richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd, dient aldus te worden uitgelegd, dat de emissie van verontreinigde stoom die op oppervlaktewater neerslaat, daaronder valt. De afstand tussen het oppervlaktewater en de plaats van uitstoot van de verontreinigde stoom is slechts relevant voor de vraag of het uitgesloten dient te worden geacht dat de verontreiniging van het water volgens de algemene ervaringsregels als voorzienbaar kan worden beschouwd, hetgeen zou beletten dat deze verontreiniging wordt toegeschreven aan de veroorzaker van de stoom.

  2. Het begrip "lozing" in artikel 1, lid 2, sub d, van richtlijn 76/464 dient aldus te worden uitgelegd, dat de emissie van verontreinigde stoom die eerst neerslaat op terreinen en daken en vervolgens via een hemelwaterriool in het oppervlaktewater terechtkomt, daaronder valt. Wat dit betreft is het niet van belang of het desbetreffende hemelwaterriool aan de betrokken inrichting dan wel aan een derde toebehoort.

Een vaststaand feit is dat Demkolec B.V. vanuit een vergunningplichtig werk via de schoorsteen (deels in water oplosbare) gevaarlijke stoffen (waaronder de zwarte lijststoffen als kwik, cadmium, nikkel, chroom VI, arseen) in de lucht brengt. Een ander vaststaand feit is dat deze via de schoorsteen uitgestoten gevaarlijke stoffen (zwarte lijststoffen) vroeg of laat neerslaan op het oppervlaktewater, op daken, verharde wegen en verharde (bedrijfs)terreinen, direct dan wel indirect op het oppervlaktewater worden geloosd.

Een vaststaand feit is ook dat wanneer de verontreinigde pluim uit de schoorsteen over de Maas waait op het moment dat het regent en het regenwater valt door die pluim heen in de Maas, grote hoeveelheden van die (al dan niet in water oplosbare) gevaarlijke stoffen met het regenwater mee de Maas ingaan. Het overige met deze stoffen verontreinigde regenwater valt grotendeels op daken, verharde wegen en terreinen binnen de inrichting en in de nabije omgeving buiten de inrichting en komen vervolgens via een hemelwaterriool, sloten en beken in de Maas terecht.

Een vaststaand feit is ook dat wanneer de verontreinigde pluim uit de schoorsteen richting Duitsland of richting BelgiŽ waait op het moment dat het niet regent deze gevaarlijke stoffen (over een groot gebied in verdunde vorm) in Duitsland of BelgiŽ neerslaan op het oppervlaktewater, daken, verharde wegen en terreinen en ingevolge het op 29 september 1999 uitgesproken arrest in de zaak C-231/97 van het Europese Hof van Justitie ook Wvo-plichtig zijn.

De minister van V en W motiveert de "nee" op de volgende feiten:

  1. In Nederland regent het nooit.
  2. Het vanuit Nederland in Duitland en BelgiŽ lozen van deze gevaarlijke stoffen (zwarte lijststoffen) is niet erg. De verdunning met de lucht is dan groot genoeg.

Het moge u duidelijk zijn dat in geval het in geding zijnde besluit niet wordt geschorst, - en u de minister van V en W niet dwingt tot het stopzetten van deze illegale lozingen via de lucht in Nederland, Duitsland, en BelgiŽ onder het opleggen van een dwangsom van f.100.000,- per dag tot een maximum van f. 300.000.000,-- wij deze zaak aan de Duitse en Belgische regering zullen voorleggen. Daarbij zal een afschrift van deze pleitnotitie worden overlegd.


Vraag 2.

Een tekortkoming in de bestrijdingsmiddelenwet, - die de werkzame stof 'arseenzuur' verzwijgt en geen rekening hield met de uitloging en de afvalfase van het geïmpregneerde hout -, heeft het bouw- en sloophout en RWZI-slib vergiftigd met "arseenzuur" of tijdelijke zouten daarvan. (zie bijlage 3). Mag dit "arseenzuur" deels via de Demkolec schoorsteen in water, bodem en lucht van Nederland, Duitsland en BelgiŽ worden gebracht en deels via het Demkolec-vliegas in cement worden verwerkt en via betreffend cement naar alle Europese lidstaten worden geŽxporteerd??

Appellanten zeggen "nee".

De Minister van Verkeer en Waterstaat zegt "ja".

Appellanten motiveren de "nee" op de rechtstreeks vanuit de Europese Commissie voor alle EU lidstaten opgelegde verordening (EG)nr. 142/97. Daarin staat letterlijk het volgende: (zie bijlage 4 en 5).

Art.1. De fabrikant(en) en importeur(s) van de in de bijlage van deze verordening vermelde stoffen, waaronder arseenzuur, verstrekken de Commissie binnen vier maanden na de inwerkingtreding van deze verordening alle relevante en beschikbare informatie over de blootstelling van mens en milieu aan deze stoffen.

De informatie over de blootstelling heeft betrekking op de emissie van die stof (arseenzuur) of de blootstelling van menselijke populaties of milieucompartimenten aan die stof (arseenzuur) tijdens de verschillende fasen van de levenscyclus van de stof overeenkomstig artikel 3, lid 3, en bijlage I, deel A, van Verordening (EG) nr. 1488/94, met:

  • als menselijke populaties: werknemers, consumenten en via het milieu blootgestelde personen;
  • als milieucompartimenten: lucht, water en bodem met inbegrip van informatie over de lotgevallen van de stof in afvalwater-zuiveringsinstallaties (RWZI-slib) en de accumulatie van de stof in voedselketen;
  • als levenscyclus van de stof (arseenzuur): de vervaardiging, het vervoer, de opslag, de formulering in preparaten of andere vormen van verwerking, gebruik en verwijdering of terugwinning.

De minister van Verkeer en Waterstaat zegt "ja".

De minister van VROM motiveert de "ja" met: De oorzaak van dit alles is een tekortkoming in de bestrijdingsmiddelenwet waarvoor de landelijke overheid (Nederlandse politiek) verantwoordelijk en aansprakelijk is. Dit heeft van het democratische Nederland een dictatuur gemaakt die omwille winst voor enkelen letterlijk alles mogen vergiftigen. Voor deze Nederlandse dictatuur is de EG-verordening nr. 142/97 niet van toepassing. Voor onderbouw verwijzen wij u naar bijgevoegd artikel "De Nederlandse dictatuur vergiftigt letterlijk alles" uit InterDisciplinair van april 2000 van de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit van Twente (zie bijlage 6).

Het is hierbij goed te weten dat "arsenicum" als chemische en biologische wapens wordt toegepast in de "atoombommen voor arme landen", (zie bijlage 7) en ruim de helft, krap 80 miljoen mensen, van de inwoners van Bangladesh met kanker bedreigt (zie bijlage 8).

Met het in geding zijnde besluit zullen vanuit Nederland, miljoenen Europeanen met kanker worden bedreigd.

Het moge u duidelijk zijn dat in geval het in geding zijnde besluit niet wordt geschorst, - en u de minister van V en W niet dwingt tot het stopzetten van deze met de EG-verordening 142/92 strijdige lozingen van 'arseenzuur' via de lucht in Nederland, Duitsland en BelgiŽ en via het vliegas in cement naar alle Europese lidstaten, - onder het opleggen van een dwangsom van f.100.000,- per dag tot een maximum van f.300.000.000,- wij deze zaak niet alleen aan de Duitse en Belgische regering zullen voorleggen, maar ook aan alle andere EU-lidstaten die vanuit Nederland cement importeren. Daarbij zal ook een afschrift van deze pleitnotitie worden overlegd.


Vraag 3.

Moet lidstaat Nederland zich houden aan de definitie van "biomassa" zoals die staat beschreven in de op 28 december 2000 in werking getreden Europese richtlijn (EG) nr. 52/2000 van 2 november 2000??

Appellanten zeggen van "ja".

De minister van Verkeer en Waterstaat zegt van "nee".

Appellanten baseren hun "ja" op artikel 2 punt 11 van de op 28 december 2000 in werking getreden Europese richtlijn (EG) nr. 52/2000 van 9 november 2000. De definitie van "biomassa" staat daarin als volgt verwoord (zie bijlage 9):

"biomassa": producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit plantaardige landbouw- of bosbouwmateriaal dat gebruikt kan worden als brandstof om de energetische inhoud ervan te benutten, alsmede de volgende als brandstof gebruikte afvalstoffen:

  • plantaardige afvalstoffen uit land- en bosbouw;
  • plantaardige afvalstoffen van de voedingsindustrie;
  • plantaardige afvalstoffen van ruwe pulpproductie en van papierproductie uit pulp;
  • kurkafval;
  • houtafval, met uitzondering van houtafval dat ten gevolge van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of door het aanbrengen van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten, wat in het bijzonder het geval is voor houtafval afkomstig van bouw- en sloopafval;

De minister van Verkeer en Waterstaat baseren hun "nee" op gebakken lucht en stellen gewoonweg dat onder biomassa ook moet worden verstaan:

  1. ABI-slib (gevaarlijk afval)
  2. met houtbeschermingsmiddelen en gehalogeneerde organische verbindingen en zware metalen besmet bouw- en sloopafval.
  3. RWZI-slib.
  4. kippenmest.

Het moge u duidelijk zijn dat, - mede uit het oogpunt van concurrentievervalsing binnen de EU-lidstaten, - de definitie van "biomassa" in Nederland niet anders kan zijn dan in Duitsland, BelgiŽ en overige EU-lidstaten en dat al deze lidstaten zich te houden hebben aan de definitie zoals die is vastgelegd in de sinds 28 december 2000 in werking getreden Europese richtlijn (EG) nr. 52/2000 van 9 november 2000.

Mocht u hierop niet tot schorsing van het in geding zijnde besluit overgaan dan werkt u daarmee een enorme concurrentievervalsing tussen de (gevaarlijk)afval toeleverende bedrijven en de "groene stroom" opwekkende elektriciteitsmaatschappijen binnen Europa in de hand. In dat geval zullen wij deze zaak voorleggen aan alle EU-lidstaten. Daarbij zal een afschrift van deze pleitnotitie worden overlegd.


Vraag 4.

Gelden voor Demkolec B.V. andere eisen voor het binnen de inrichting vallende regenwater, dat via een werk op het oppervlaktewater wordt geloosd, als voor Edelchemie Panheel B.V.??

Appellanten zeggen van "nee".

De minister van Verkeer en Waterstaat zegt "ja".

Appellanten baseren hun "nee" op grond van de op 5 november 1998; (nr. V97-164), door het Zuiveringschap Limburg aan Edelchemie Panheel B.V.verleende Wvo-vergunning. Daarin zijn voor de lozing van het binnen de inrichting vallende regenwater, dat via een werk op het oppervlaktewater wordt geloosd, de volgende eisen opgelegd.

Europese normen

    ** Stoffen
    *Concentratie proportioneel  Hoeveelheid in  Hoeveelheid in
     etmaalmonster in mg/l            g/week        g/4 weken
    
    koper 1 960 1000 chroom 1 480 1500 nikkel 1,5 1440 3000 lood 1,5 900 2135 zink 1,5 1125 3200 zilver 0,5 350 525 kwik 0,05 10 10 cadmium 0,1 48 100 onopgeloste delen 10

Bij onherroepelijke uitspraak E03.98.1703 van 22 december 2000 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn deze lozingseisen van het op daken en verharde terreinen binnen de inrichting vallende regenwater onherroepelijk geworden. Deze jurisprudentie geldt voor alle Nederlandse bedrijven dus ook voor Demkolec B.V.

De minister van Verkeer en Waterstaat zegt "ja" en baseert die "ja" op gebakken lucht.

Het moge u duidelijk zijn dat u als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op grond van bovengenoemde jurisprudentie voor het lozen van het binnen de inrichting vallende regenwater op het terrein van Demkolec B.V. dezelfde eisen zult moeten opleggen als voor Edelchemie Panheel B.V. Doet u dat niet dan werkt u daarmee grove concurrentievervalsing tussen de afvalverwerkende bedrijven in Nederland in de hand. Ook hierop bent u, op grond van uw eigen jurisprudentie, wettelijk verplicht het in geding zijnde besluit te schorsen.

CONCLUSIE.

Op grond van bovengenoemd 4-tal vragen en antwoorden kan het in geding zijnde besluit nooit in stand blijven.

Wij richten aan u dan ook het nadrukkelijke verzoek:

  • het in geding zijnde besluit hierop onmiddellijk te schorsen.
  • Demkolec B.V. onder oplegging van een last onder dwangsom van f.100.000,- per dag tot een maximum van f.300.000.000,- te dwingen tot onmiddellijke verwijdering van alle binnen de inrichting aanwezige (gevaarlijke) afvalstoffen, als RWZI-slib, kippenmest e.d., en hen te verbieden deze nog langer te vergassen.

Het ingevulde proceskostenformulier vindt u bijgevoegd.


Hoogachtend,

ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige Ecologisch Kennis Centrum BV
Voor deze

Ing. A.M.L. van Rooij,
directeur.




Bijlage:

  1. Blz. 1 en 10 uit het arrest C-231/97 van 29 september 1999 van het Europese Hof van Justitie (2 pagina's).
  2. Het artikel "Giftige stoffen via lucht lozen mag niet meer" uit de Leeuwarder Courant van 7 oktober 1999 (1 pagina)
  3. Het verslag chemisch onderzoek van superwolmanzout-Co van 19 maart 1991 van de Keuringsdienst van Waren (2 pagina's).
  4. Publicatie "EEG/793/93; parallelle lijst vastgesteld" uit het RIVM/Informatiebulletin milieugevaarlijke stoffen van maart 1997, jaargang 4, nummer 1 (1 pagina).
  5. Verordening (EG)nr. 142/97 van 27 januari 1997 van de commissie van de Europese Gemeenschappen (4 pagina's).
  6. Het artikel "De Nederlandse dictatuur vergiftigt letterlijk alles" uit InterDisciplinair, april 2000 van de Faculteit der bestuurskunde aan de universiteit Twente (4 pagina's).
  7. Het artikel "Atoombommen voor arme landen" Uit Blikopener 2, oktober 1998 (1 pagina).
  8. Het artikel "Arsenicum is doodsgevaar voor helft Bengalezen" uit Eindhovens Dagblad van 9 september 2000 (1 pagina).
  9. Blz. 12, 14 en 20 uit publicatieblad C375/12, betreffende richtlijn Gemeenschappelijk standpunt (EG) nr. 52/2000 (3 pagina's).