Brief aan de Vice-President van de Raad van State Mr. H.D. Tjeenk Willink
inzake wraking in een bestuursrechtelijk aangelegenheid


EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens 't Achterom 9a
5491 XD
Sint Oedenrode
Tel. 0413-490387
Fax. 0413-490386

Per fax 070 -3651380

Sint-Oedenrode, 13 april 2003.

AAN:
    de Vice-President van de Raad van State Mr. H.D. Tjeenk Willink
    Kneuterdijk 22
    Postbus 20019,
    2500 EA 's-Gravenhage.

    OPEN BRIEF

Ons kenmerk: NBJ/13043/wr.

BETREFT:

    Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA/Minister van Financien.
  • Verzoek tot Herziening van de uitspraak Wrakingskamer Rechtbank Den Haag;
  • beschikking d.d. 7 april 2003, wrakingsnummer 8/2002; Reg.nr AWB 01/17 WOB,
  • inzake wraking in een bestuursrechtelijk aangelegenheid


    Geachte Vice President,

Namens drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA, wonende aan de Van Polanenpark 58, te 2241 RS Wassenaar, hierna te noemen: cliŽnt, protesteer ik ten scherpste tegen de bovenvermelde wrakingsbeschikking, waarvan ik kopie insluit (zie bijlage 1). Mijn protest betreft de rechters die daarin hebben geparticipeerd, evenals de President van de rechtbank Den Haag Mr. H.F.M. Hofhuis en Mr. Von Maltzahn, kennelijk de voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.

Ik verzoek u om herziening wegens volgende feiten en omstandigheden:

  1. de feiten worden stelselmatig en evident intentioneel verdraaid. Zie in concreto in het bijzonder punt 2.1 van de wrakingsbeslissing: "Verzoeker is van mening dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt, aangezien mr. Bosma in het verleden een functie heeft bekleed bij de FNV". "Nu de heer Kok en mr. Bosma beiden werkzaam zijn geweest bij de FNV, kan er volgens verzoeker geen sprake meer zijn van rechterlijke onpartijdigheid".
    Dit is apert en aantoonbaar ONWAAR en het is verregaand verdraaid voorgesteld.

    Recht dient gebaseerd te zijn op Feit en niet op Fictie, zoals in casu gecreŽerd door de rechters. Op géén wijze heb ik de rechterlijke onpartijdigheid als zodanig in twijfel getrokken, zoals de rechtbank het voorstelt. Als verzoeker heb ik steeds aangesloten bij de wettelijke formulering: Öfeiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De rechtbank heeft de feiten volstrekt verdraaid gepresenteerd, waarmee rechtsbeginselen zoals de feitelijke basis en zorgvuldigheid geschonden zijn.

  2. De rechtbank heeft zich schuldig gemaakt aan apert onjuiste uitleg en toepassing van de wet. Zie onder meer punt 3.2 van de wrakingsbeslissing. De rechtbank voert eigen standpunten in die haaks staan op de wet, c.q. aan de wet voorbijgaan. In feite voert de rechtbank, in strijd met de wet, een geheel nieuwe eigen methodiek in:
    • men moet uitgaan van de aanname van de rechterlijke onpartijdigheid
    • de wraker heeft niet het tegenovergestelde, te weten partijdigheid, aangetoond
    • DUS: de wraking wordt afgewezen.

    Deze gedachtegang komt neer op een verborgen variant van de dubbele ontkenning, die dan ook tot een onjuiste conclusie leidt. In de kern van de zaak ontneemt de rechtbank met deze drogredenering de individuele burger het fundamentele rechtsmiddel van wraking.

    Dit is in strijd met het EVRM, met de Grondwet, met de wet. Natuurlijk kan van een wraker niet verwacht worden de partijdigheid van een gewraakte rechter aan te tonen, want dan zou hij zich boven de gewraakte rechter stellen als ware hij zelf rechter. Als verzoeker heb ik niet, zoals wel en ten onrechte gesuggereerd door de rechtbank, gepretendeerd op de stoel van de rechter te gaan zitten en heb ik mij wel steeds uitgelaten in de termen van de wet: "feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden". Niet meer, en niet minder.

  3. In een democratische rechtsstaat behoren de rechten van het individu (en de bescherming daarvan) fundamenteel uitgangspunt en oogmerk te zijn. De wet geldt - gelijkelijk - voor een ieder. Maar in casu wordt dat uitgangspunt geschonden omdat de rechters de wet terzijde schuiven; aldus plaatst zich de rechterlijke macht boven de wetgevende macht, zulks volledig in strijd met de scheiding der machten, zoals die conform Montesquieu aan de wortels ligt van de democratische rechtsstaat.

    Recht op basis van feit, rechtsbeginselen, grondwet, wet en recht (zoals dat zou passen in een democratische rechtsstaat) is en wordt hier vervangen door "recht" van de rechter, diens vooroordelen, hallucinaties, relaties en machtsverhoudingen (zoals dat past bij een "rechts" bestel dat zich laat kennen als een repressief totalitair bewind).
    Deze rechters maken misbruik van macht en schenden hun ambtseed, waarbij zij beloofden recht te spreken conform de wet; dat betekent dus ook in het belang van ieder Nederlands staatsburger. Omdat zij die eed aflegden als burgers, zijn en blijven zij ook persoonlijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor de schending van hun eed.

KORT en BONDIG:
de genoemde wrakingsbeslissing komt neer op verkrachting van rechtsbeginselen, wet en recht en op misbruik van bevoegdheden.

Ik verzoek u dan ook dringend om HERZIENING, maar dan wél op basis van de juiste feiten, van fundamentele rechtsbeginselen en conform wet en recht. De machtiging van cliënt vindt u bijgevoegd (zie bijlage 2).

Een zeer spoedig antwoord van uw zijde lijkt mij in de rede te liggen.


    Hoogachtend

    ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige Ecologisch Kennis Centrum BV
    Voor deze

    Ing. A.M.L. van Rooij,
    directeur.


Bijlage: wrakingsbeslissing d.d. 7 april 2003 wrakingsnummer 8/2002; Reg.nr.: AWB 01/17 WOB.

C.c.

  • Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA (www.sdnl.nl/burhoven.htm)
  • Sociale Databank Nederland (www.sdnl.nl/ekc-rvs15.htm)