Homepage De Werd « Schotschrift, strafrechtelijk immuun
t.a.v. de Griffier mevr. mr. T. De Paula Lopes. Amsterdam d.d. 27 maart 2004 Weledelgestrenge Vrouwe,Hartelijk dank voor de door u verstrekte informatie in uw schrijven d.d. 25 februari 2004, ik moge daar met uw welnemen als volgt op reageren. Wat uw verwijzing betreft naar de rechtsbijstand zou ik gaarne rechtsbijstand verkrijgen van de advocate Brigitte Böhler. Echter, tienduizenden burgers waaronder ikzelf blijven van rechtsbijstand verstoken vanwege de hoge griffiekosten en de eigen bijdrage voor pro Deo rechtsbijstand. Wat dat betreft heeft het geen zin om naar rechtsbijstand te verwijzen. Nu dit toch is gebeurd schept dat de verplichting dat de Staat der Nederlanden op haar kosten toestaat dat de door mij gewenste rechtsbijstand geheel kosteloos wordt verleend.
Het hiernavolgende dient op straffe van wraking mijnerzijds door het Gerechtshof in acht te worden genomen: Het College van Procureurs-generaal, de Minister van Justitie en de Nationale Ombudsman, hebben op 23 juli en 13 november onder mijn juridische dwang formeel bevestigd dat de Officier van Justitie meerdere bevelen van het Gerechtshof ex art. 12i Sv tot het strafrechtelijk vervolgen van meineed ter verjaring heeft opgelegd. Dit ten laste van mijn juridische belangen c.q. ter uitschakeling van de Nederlandse rechtsorde, in strijd met de Formele Wet met name art. 246 Sv. Nu het OM het eindelijk eens is geworden met de Werd, dat de bevelen van het Gerechthof ex art. 12i Sv door het OM ten spoedigste dienen te worden opgevolgd, is die strijd definitief in het voordeel van de Werd beslecht. Indien het OM hieraan de enig juiste conclusie verbindt, dat het niet opvolgen van genoemde bevelen ten laste van zijn juridische belangen c.q. deugdelijke procesgang, een onrechtmatige overheidsdaad vertegenwoordigt, en daaruit de enig juiste juridische conclusie trekt, lijkt het mij mogelijk om deze onverkwikkelijke affaire middels een Akte van Dading tot wederzijdse tevredenheid, in ieder geval tot mijn tevredenheid, definitief uit de wereld te helpen. Indien die bereidheid niet aanwezig is, dan geldt het hiernavolgende. Alvorens de zitting aanvang neemt dient de Advocaat-generaal c.q. het OM Uw Hof en mij als klager ex art. 12 Sv formeel kenbaar te maken wat het OM doet met het vierde bevel ex art. 12i Sv, indien het door uw Hof ten vierde male in dit conflict aan de Officier van Justitie wordt gegeven. Voorts, waarom werden de drie eerdere bevelen van het Gerechtshof niet ten spoedigste door het OM opgevolgd, c.q. door de Officier van Justitie in strijd met art. 246 Sv ter verjaring opgelegd? Met ingang van welke datum heeft het OM zich formeel uit de stoel van de Formele Wetgever en de Zittende Magistratuur verwijderd door er thans met de Werd vanuit te gaan, dat de bevelen van het Gerechthof ex art. 12 i Sv door het OM ten spoedigste worden opgevolgd? Tot slot, waarom heeft het OM als Wetshandhaver ex art. 4 Ro formeel de stelling betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed ter aanranding van een behoorlijke procesgang, in casu de juridische belangen van de heer de Werd, niet strafrechtelijk diende te worden vervolgd? Deze vragen dienen deugdelijk te zijn beantwoord in aanwezigheid van de Werd ten overstaan van het Gerechtshof. Wordt aan de voorwaarden zoals vernoemd in punt 1 t/m zeven niet voldaan, dan dient het Hof terzake zich te beschouwen als zijnde formeel door klager gewraakt, waarvan akte! Het doen horen van onderstaande juristen ter informatie van uw Hof. Klager ex art. 12 Sv terzake verzoekt de hiernavolgende juristen te doen horen, waarvan akte! Het horen van deze personen door het Gerechtshof is noodzakelijk, omdat zij uitsluitsel kunnen en dienen te geven over de vraag, waarom het OM als wetshandhaver ex art. 4 Ro formeel de stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed ter aanranding van de een behoorlijke procesgang c.q. mijn juridische belangen en de Nederlandse rechtsorde niet strafrechtelijk diende te worden vervolgd; en waarom er ondanks drie bevelen van het Gerechtshof Ressort Amsterdam tot het strafrechtelijk vervolgen van meineed er formeel nimmer een meineedprocedure heeft plaatsgevonden; en zodoende door het OM werd plaatsgenomen op de stoel van de Formele Wetgever en de Zittende Magistratuur. Dit ondanks mijn heftige onafgebroken protesten daartegen, hetgeen uiteindelijk en formeel er in resulteerde dat er ondanks drie bevelen van het Gerechthof ex art. 12i Sv er formeel nimmer een meineedprocedure heeft plaatsgevonden, waarvan akte! Klager ex art. 12 Sv terzake persisteert, onder aanbieding van wettig overtuigend bewijs, waarvan akte! K.H. de Werd
|

