Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage . . . . Mijn Pleidooi

26-Aug-04 Edmonton
A. van Velsen
12335-45 street
Edmonton Alberta
T5W-5C1 Canada


Ministerie van Justitie
Zijne excellentie, de Minister van Justitie Mr. P.H. Donner
Postbus 20301
2500 EH Den Haag


Subject: verzoek bemiddeling in onmenselijk conflict Justitie/van Velsen

Kenmerk; 363 TA


Geachte Minister Donner,

Op voorstel van 1e kamerlid en lid v/d vaste kamercommissie voor justitie, de heer Mr. G. Holdijk verzoek ik u om hulp inzake het steeds voortdurende conflict met het ministerie van justitie, met name de officier van justitie welke vanwege eerdere opzettelijke manipulaties, leugens in het z.g. justitieel document heeft genoteerd. Alsmede verzoek ik u om met uw hulp te komen tot een relevante materiele en immateriële schadeloosstelling van hetgeen mij door politie en justitie optreden is overkomen en een oplossing te vinden in de voortdurende, onmenselijke situatie waarin zowel mijn partner, haar kind en ikzelf mij bevind.

Deze zijn;

  1. Na onterechte arrestatie voor vermeende criminele feiten welke na hulp van mediators werden onderzocht, door een klachtencommissie en alsmede door het vermeende slachtoffer werden toegegeven, bleven door justitiefunctionarissen gefantaseerde leugens toch vermeld in het justitieel document staan.

  2. Ik kan mede vanwege dat justitieel document mijn relatie (partner) reeds vier jaar niet meer bezoeken in Cuba en zij is ondanks de beloften van justitiezijde hieraan mede te werken, niet gemachtigd tot verblijf in Nederland. In Cuba wordt zij gerekend tot diegenen die vanwege partnerschap verzorgd worden door die partner. Ik verzorg mijn partner en haar kind al vier jaar zonder haar en haar kind in die tijd gezien te hebben. Onze huwelijksplannen werden in 2001 geblokkeerd omdat ik toen vanwege het justitieel document niet meer in Cuba werd toegelaten. Ik kreeg bij aankomst op het vliegveld en inzage van een vertaling van het bedrieglijke justitiedocument te horen dat er in Cuba geen plaats was voor verkrachters en moordenaars. Hierdoor raakte ik ook mijn boerderij, antieke meubels en een aantal antieke auto`'s kwijt.

  3. In een later stadium werd in opdracht van justitie en geheel in tegenstelling tot eerdere én latere rapporten en vele getuigen/bekenden, een opvolgend psychiatrisch rapport opgemaakt. Dit rapport was dusdanig ondeugdelijk dat het, nadat mijn advocaat dit ter discussie stelde tijdens de zitting, de beslissing niet heeft beïnvloedt. Wat het wel deed was dat ik mijn vak als tankwagenchauffeur niet meer kon uitoefenen. Twee transportbedrijven hebben mij, in tegenstelling tot eerdere overeenkomsten niet meer ingehuurd of tewerkgesteld nadat bekend werd dat het rapport aanleiding gaf tot vraagtekens omtrent mijn geestesgesteldheid, met alle gevolgen van dien.

  4. Tengevolge het brandmerk welke het vals justitieel document mij bezorgde enerzijds en gezien de bekendheid van deze kwestie, rancunes en onwil van instanties en bepaalde politiefunctionarissen anderzijds, is mij drie maal het recht op een rechtmatige woning ontzegd. Ik ben zelfs zonder tussenkomst van een rechter of enig wettelijke rechtvaardiging uit de woningen gezet door politie en overheidsorganisatie en mijn daaropvolgende klachten werden niet in behandeling genomen.

In Canada heb ik getracht erkenning te krijgen voor de impact die de behandeling welke mij ten deel viel vanwege het optreden van de Nederlandse politie en vervolgens door het ministerie van justitie, op mijn leven heeft. Het is immers niet niets als je gebrandmerkt als verkrachter, mogelijke moordenaar en gijzelnemer te boek staat in een z.g. rechtstaat. Dit ondanks het bewijs dat het z.g. slachtoffer tijdens het getuigenverhoor bij de onderzoeksrechter, onder ede heeft toegegeven, dat zij niet vond dat ik haar had verkracht maar dat haar "vrienden" hadden gezegd dat tegen de politie te vertellen. Bovendien werd later door de politie toegegeven dat de recherche de fout had begaan door zonder onderbouwing, doch begiftigd met veel fantasie het aanhoudingsbevel te vervalsen door poging doodslag en gijzelneming toe te voegen.

De Canadese Immigratie en Refugee Board oordeelde met vermelding van het merendeel der ontoelaatbare gedragingen van de Nederlandse politie en justitie autoriteiten en functionarissen dat er geen gronden zijn om te vrezen voor aanhouding of opname in een inrichting voor psychisch gestoorden. Met grote omzichtigheid werd in de 17 pagina`'s tellende beslissing getracht om feiten van tafel te vegen, welke in conflict zijn met de mensenrechten en/of morele verantwoordelijkheid van overheden. Om deze redenen heb ik mijn weerwoord direct onder de vijftig verdraaiingen van feiten in de beslissing ingevoegd (Zie kopie). Hetzelfde deed ik in het rapport van de gerechtelijk psycholoog die in dezelfde positie verkeerde als zijn Nederlandse collega. "Wiens brood men eet, diens taal men spreekt"

Het komt mij zeer onwaarschijnlijk over dat de justitietop niet beseft hoe ernst ik maak met de situatie maar niet de moed, noch de mogelijkheden heeft dit conflict redelijkerwijze op te lossen. In dit geval valt justitie en de verantwoordelijken die met naam in eerdere documenten betreffende deze kwestie zijn genoemd, persoonlijk kwalijk te nemen dat zij zowel juridisch zakelijk, rechtvaardig, moreel alsook op gebied van de mensenrechten hebben gefaald. Dit apart van het feit dat er vanuit het ministerie van justitie en het college van procureurs-generaal geen of onvoldoende controle is en is geweest op het ambtelijk apparaat.

Ik verzoek u dringend maatregelen te nemen om aan deze onmenselijke situatie en vele andere vergelijkbare ontoelaatbare justitie gedragingen een einde te maken en wettelijke mogelijkheden te scheppen voor slachtoffers van de zwakheid van justitie functionarissen die niet in staat blijken hun fouten te beamen.

Daar de dringende noodzaak bestaat om aan dit soort wantoestanden iets te doen wat aanzet tot verandering, mag duidelijk zijn óf worden na het lezen van hetgeen mij is overkomen, dat is een vanwege rancunes door justitie gearrangeerde en opgedrongen ontbinding van mijn relatie en vernietiging van mijn levensgeluk.

Immers, gangbaar protest en brieven met verzoeken en bezwaren helpen al net zo min als klachten bij de ombudsman, die in dit soort conflicten ook slechts een satelliet van de justitietop blijkt te zijn. Om nog enig doel in mijn leven te bereiken, een leven zonder doel heeft immers geen zin, heb ik mij voorgenomen om mijn manuscript omtrent mijn ervaringen met justitie in relatie tot mijn leven in Cuba te publiceren. Hiervoor is enige promotie nodig. Uit kopie brief TA 359 van 07 aug. aan de uitgever blijkt hoe ik dat ga realiseren. Jammer maar de enige wijze om het onmenselijk gedrag en de feodale stijfkoppigheid van het college van procureurs-generaal aan te passen aan de 21e of al was het voorlopig maar de 20e eeuw!!!

Tot slot hebben mijn contacten met de heer Holdijk geleid tot zijn bereidheid om met u in contact te treden om tot een mogelijke oplossing van het conflict te komen. De heer Holdijk zal ik met een kopie van deze brief berichten omtrent het verzoek tot bemiddeling.

Hoogachtend,

A. van Velsen

Bijl.

  • Kopiebrif met advies mediator aan politie TA 112,
  • afronding klacht politie Rotterdam TA 171,
  • een van zes krantartikelen van Telegraaf ,
  • Faxbericht advocaat Vink,
  • Br. A.S. Promotions aan Can. Autoriteit,
  • CD-rom. met enkele van de ruim 1100 brieven en
  • documenten omtrent deze kwestie.
  • Br. Aan Mr. G. Holdijk.


Blz. TA 162

gepubliceerd bij: St. Sociale Databank Nederland