Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage
. . . . Mijn Pleidooi
Zwolle 6 Februari 2005
A. van VelsenP/a A & S Promotions 8032 KC Zwolle
Aan; De Ambassade van Canada
: verzoek tot schadevergoeding : Protestactie vanwege onterechte detentie.
In verband met een conflict met de Nederlandse justitie die een onhoudbare zet in conflict met de mensenrechten pleegde welke mijn asielclaim in Canada ten gevolge had, is door gedragingen van I.R.B. Canada de kwestie ook in Canada geëscaleerd. (Prod. 1 + Prod. 2) Normaliter is een wrede en ongebruikelijke behandeling door regerende autoriteiten in het land van herkomst van een vluchteling een legale grond om asiel te claimen in Canada. (Prod. 3) Dat dit echter afhankelijk is van de mate van vriendschap tussen naties en aangepast regeer en staats beleid was nog niet publiekelijk bekend. Dat dit hechte samenlevingsverband tussen twee staten echter tot gevolg had dat ik als vluchteling uiteindelijk 14 dagen als een crimineel in een Canadese gevangenis terecht kwam (Prod. 4) Vervolgens zwaar bewaakt per vliegtuig naar Quebec werd getransporteerd en aldaar aan handen en voeten geketend tien dagen in een inrichting welke niet anders dan een concentratiekamp mag worden genoemd, werd opgesloten is even wonderbaarlijk als ongeloofwaardig. (Prod.5) Te meer daar ik in overleg met mediators, in alle vertrouwen op de Canadese overheid met haar sociale en morele hoogstandjes hoopte op een nieuw leven, daar gedurende bijna twee jaar alles voor deed om dat zelf te realiseren, uiteraard zonder enige problemen met politie of justitie te veroorzaken. Een nieuw leven en eindelijk, na vier jaren gescheiden van mijn relatie en kind in Cuba waar ik vanwege de leugens van de Nederlandse justitie niet meer naar toe kon, zag ik weer licht in mijn gezinssituatie en problemen. (Prod. 6) Vanaf het moment dat ik een werkvergunning kreeg werd ik belastingbetaler en deed tot zeer grote tevredenheid van mijn werkgever mijn werk en werd binnen 8 maanden chef over een aantal Canadese jongeren. (Prod. 7 +8) Toen de Immigratie dienst waarvan ik door informatie in de media (Prod.9) intussen vernomen had dat de Canadese overheid het niet zo nauw nam met de rechten van vluchtelingen als zij in binnen en buitenland wel deed vermoeden, mijn claim afwees, (Prod.10) wenste ik ondanks de protesten van mijn werkgever (Prod. 11) zo snel mogelijk het land te verlaten, ik was immers niet welkom. Het ontmaskeren van gemene zaken tussen I.R.B. en mijn advocaat en een psycholoog (Prod.12) had mijn zaak geen goed gedaan. Tekenend voor het falende beleid van de Canadese vluchtelingen en Immigratie dienst was de mededeling van Immigratie beambten omtrent het krantenbericht over het onmiddellijk ontslag op 14 januari 2005 van de Canadese Immigratie minister mevrouw Sgro. Dit in verband met verregaande corruptie en collaboratie met een Pizza koning. Op grond van het feit dat de Canadese Immigration en Refugee Board na bericht van I.R.B. dat mijn claim was afgewezen, zonder enige relevante informatie heeft geweigerd mijn reisdocumenten terug te geven, werd ik tegen mijn wil gedwongen in Canada te blijven. Ik heb al hetgeen mogelijk was gedaan om mijn reisdocumenten terug te krijgen of met een Lessee Passee mijn uitreis mogelijk te maken.(Prod. 13) Ik heb zelfs geprobeerd om op een redelijke wijze protesterend tegen hetgeen mij werd aangedaan in Halifax via de I.R.B. een oplossing te forceren. Anders dan een oplossing aan te bieden voor het ontstane oponthoud werd ik zonder pardon tussen criminelen in een gevangenis opgesloten. Hierover beklaag ik mij en zou in overleg tot een redelijke oplossing willen komen, eventueel via de bemiddelaars Drs. Mevr. H.M.S. Videler en/of de heer P.R.F. baron Groeninx van Zoelen. Om de kwestie duidelijkheid te geven en onnodige vertraging door een vraag en antwoord correspondentie te voorkomen volgt hieronder een beknopt verslag van de vele gebeurtenissen met verwijzing naar bewijslast in bijlagen. Het zal de lezer duidelijk zijn dat elke twee regels op zich al een schandaal zijn dat indien het een functionaris betrof de wereld te klein zou zijn. Het verslag van gebeurtenissen is een onderdeel van een verzoek tot studie omtrent gedragingen van Nederlandse topfunctionarissen verbonden aan het ministerie van Justitie. Dit verslag is verzonden aan rechtspsychologisch adviseurs van het College van procureurs generaal van justitie in Den Haag en enige hoogleraren van diverse universiteiten alsmede internationale mensenrecht organisaties en Ambassades. Binnen 1 maand wordt dit gepubliceerd op verschillende sites waaronder www.sdnl.nl Stichting Data Bank Nederland en in het boek "Mijn Peidooi". |
|
Zwolle: 07-02-05
Van: A.v. VelsenTel 038-4549300 p/a A & S Promotions Dollard 123 8032 KC ZWOLLE Aan:
Wilhelmina laan 22 3701 BK Zeist
Allereerst mijn excuus in verband met adressering aan uw privé-adres. Graag vraag ik uw aandacht voor mijn probleem: Een valse aangifte en onterechte arrestatie, n.l. verkrachting, poging doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving. (prod. A) Na drie dagen verhoor werd ik op voorwaarde mij te onderwerpen aan een psychiatrisch onderzoek in vrijheid gesteld. Ik bleek niet gestoord te zijn. (prod. B) Op dinsdag 2 oktober '01 las ik een onderwerp betreffende ondeskundig recherchewerk i.v.m. zedenmisdrijven. Zoekend naar punten van belang om de onterende situatie het hoofd te kunnen bieden ben ik als slachtoffer van ondeskundig politieverhoor zeer geïnteresseerd in uw advies. Er zijn door de politie ontoelaatbare overheidsdaden gepleegd die mijn leven enorm hebben beïnvloedt. De politie heeft na arrestatie voor mij belangrijke zaken ingepakt, meegenomen en aan het vermeende slachtoffer afgegeven. Deze goederen waren niet van belang voor onderzoek en werden niet opgenomen in de lijst van beslag genomen goederen. Daarmee werd al wat ik bezat afgenomen. Deze feiten werden na twee jaar liegen en ontkennen door politie toegegeven. Echter de 'gestolen' goederen zijn nimmer teruggegeven. (prod. C) Erger zijn de enorme leugens en manipulaties die politie en justitie aangevoerd hebben om rehabilitatie (herziening van het justitieel document hetgeen door "fouten" van de hulpofficier van justitie valselijk tot stand kwam) en excuus en schadeloosstelling te voorkomen. Ik startte een aantal protestacties waarmee krant, radio en uiteindelijk de televisie werd gehaald. (prod. D) Dit heeft uiteindelijk geleid tot arrestatie wegens "stalking" van functionarissen waarvoor ik zes maanden in voorarrest zat. Feitelijk betrof dit enige vreedzame protestacties en enkele brieven aan hoge justitie en politiefunctionarissen. (prod. E). Ik werd veroordeeld tot één jaar gevangenis straf waarvan een halfjaar voorwaardelijk. Hiertegen ging ik in hoger beroep op 26 April 2002. Daaropvolgend werd door de officier van justitie ook beroep aangetekend op 07 Mei 2002 waarna de O.v. J. op 01 December 2003 zijn beroep weer introk nadat hij kennis nam van het feit dat ik naar aanleiding van de gedragingen van politie en justitie politiek asiel had aangevraagd in Canada. (prod 3). Inmiddels wacht ik bijna drie jaar op beroep tegen dit schandelijke vonnis. Gesprekken met de toenmalig secretaris generaal van justitie, de heer H.C.J.L. Borghouts, de plv. Korpschef van de Rotterdamse politie de heer C.M. Ottevanger, enerzijds en de heer P.R.F. baron Groeninx van Zoelen, psychiater de heer S.J. Matthijsen en mevrouw H.M.S. Videler als bemiddelaars anderzijds, teneinde een oplossing te zoeken betreffende de problemen tussen politie, justitie en mijn persoon, mochten niet baten. Kern van het probleem is dat vanwege het enorme leed wat ``echte slachtoffers`` ondergaan door toedoen van "moreel ontoelaatbare gedragingen" van hoge functionarissen, dit soort onrecht op de burger niets anders dan een zuiver rechtvaardige oplossing vereist. Het vinden van de waarheid is bij goed geplande valse beschuldigingen erg moeilijk en wordt als de zaak in het onderzoek vastloopt vaak onmogelijk gemaakt om het imago van politie te redden. Om dito redenen worden plegers van strafbare feiten betreffende opzettelijke valse aangiften die ten doel hebben om iemand te benadelen, niet vervolgd, zoals uit mijn geval naar voren komt. Inmiddels heeft deze kwestie vanwege mijn naar het buitenland verlegde protestactie in Canada de nodige consternatie te weeg gebracht, hetgeen nog kan escaleren met eventuele protestacties bij de Canadese Ambassade in Den Haag en elders in Europa. Mr. Will Moore, President van Canadian Institute for Law, Theology and Public Policy Inc. (prod F) was zo verbaasd over de keerzijde van wat de Nederlandse overheid laat zien van onze "rechtstaat"dat hij mij in contact heeft gebracht met de Secretary of State van Canada en Member of Parliament Mr. David Kilgore die deze kwestie een belachelijke dwaling van het rechtssysteem noemde. Mijn asiel claim strandde ondanks het feit dat ik wreed en ongebruikelijk werd behandeld door de Nederlandse justitie én een groot aantal verklaringen kon overleggen die fouten van justitie aantoonden. Dit is mede te wijten geweest aan de voortreffelijke vriendschapsbanden tussen Canada en Nederland welke door de premiers van beide landen nog eens werden herbevestigd op 23 September 2003 te New York en uitgebreid met vergaande samenwerking en totale afstemming het politieke beleid. Dat 1e kamerlid en lid van de vaste kamer commissie voor justitie Mr. G. Holdijk voor de Canadese Immigratierechtbank voor mij getuigde (Prod. 10 (I.R.B. motivation) dat ik in Nederland kans liep om in een instituut voor geestgestoorden te worden opgesloten, zou een crisis binnen het justitieapparaat teweeg hebben gebracht indien dit door de media was opgepakt. Als ik met deze kwestie als analfabete vluchteling en potentiële veelpleger uit donker Afrika, illegaal Canada was binnengehuppeld zou ik beslist met open armen door de gezamenlijke Immigratie farizeeërs omarmd en liefdevol zijn doodgeknuffeld, dat is namelijk wél politiek correct. Ik wenste Canada te verlaten omdat dat ik niet wens te vertoeven in een land of omgeving waarvan de overheid mij ongastvrij gezind is. Ik vroeg mijn paspoort terug om het land te verlaten. Drie maanden lang verzocht ik de Immigratie dienst mondeling en schriftelijk om teruggave van mijn paspoort. (prod 13) Er kwam geen enkele reactie. Tenslotte, na weigering van een verzoek hiertoe aan het Nederlands consulaat en de Ned.ambassade in Ottawa zette ik mijn auto op de boot naar Nederland. Daarna werd ik om tot op heden onverklaarde redenen gearresteerd, 24 dagen geketend aan handen en voeten in een soort concentratiekamp gehouden, waarna ik op het vliegtuig naar Nederland werd gezet. Leden van de Canadese Immigratiedienst, o.a.diegenen die mij begeleidden naar Nederland en andere leden van de Immigratie Dienst waren geïnteresseerd naar mijn motivatie omtrent de weigering als gewoon immigrant in Canada te blijven, dat zou volgens hen eventueel wel mogelijk zijn geweest. Ik gaf ten antwoord dat dit naar mijn mening een wel zeer goedkope, lees: laffe medewerking aan een miserabele en ongerechtvaardigde afwijzing van de vluchtelingen status zou zijn. Gezien het nieuwe samenlevingsverband tussen Canada en Nederland met het daaraan verbonden afgestemde staatsbeleid is het begrijpelijk dat Nederland nooit schuldig kan worden bevonden aan een misdaad tegen de menselijkheid. Die misdaden behoren exclusief toegeschreven te worden aan 3e wereldlanden, het is aldus niet "politiek correct"een vriendelijke natie hiervan te betichten. Terug in Nederland werd ik vanwege een veroordeling wegens een protestactie tegen de starre weigering van justitie om het justitieel document te wijzigen en het moreel ontoelaatbare overheidsgedrag, aangehouden en twaalf dagen in hechtenis genomen. De protestacties, binnenkort onderbouwd met de verspreiding van het boek "MIJN Peidooi" en de kostbare aanhoudingen, terechtzittingen, hoger beroepen, en gevangenisstraffen zullen voortduren totdat justitie recht zal plegen en zal overgaan tot rehabilitatie en relevante schadevergoeding! De publiekelijk verworpen, als achterlijk beschouwde denkwijze en bestuurlijk ontoelaatbare gedragingen van het college van procureur-generaal onder de m.i. wereldvreemde juridisch dictator de Wijkerslooth de Weerdestijn hebben het justitie apparaat gemaakt tot het nu gehate, slechtst functionerende en kostbaarste overheidsapparaat aller tijden. Informatie zal i.v.m. de onhoudbare functie binnen het justitieapparaat en de benoeming van de Wijkerslooth als hoogleraar aan de Leidsche Universiteit onder studenten worden verspreid. Dit, en de twijfelachtige eer die mij ter beurt viel enige malen met deze herrezen Gorgias die aangaf zich te verschuilen achter adviezen van het psychologisch recht, te discuteren over het verschil tussen moraal en juridisch recht, bracht mij ertoe enkele punten uit het boek van de gerechtspsychologen, de heren Crombach, van Koppen en Hessing, "Het Hart van de Zaak" ter discussie te stellen. Aangezien de tijd omreden van de uitgave van het boek "Mijn Pleidooi" dringt en hiermee een aantal discutabele opvattingen het licht zien verzoek ik u om hieromtrent eventueel in een persoonlijk gesprek van gedachten te wisselen. Met als doel om het justitiebeleid van het college van procureurs generaal op een ietwat moreel rechtvaardiger spoor te laten functioneren. Onderstaande tekst is overgenomen uit hierboven genoemd boek (ISBN 90-387-0525-5). De vragen hebben rechtstreeks betrekking op de zoektocht om antwoorden tegen het gevecht met ongelijke wapenen van de vele slachtoffers van falend of misdadig justitie en politiegedrag. Het doel van mijn acties en het binnenkort te publiceren boek "Mijn Pleidooi" is een betere verdeling van recht en orde tussen overheidsfunctionarissen en burger te bevorderen. Er is een praktische utilitaristische reden om te zoeken naar een instrument dat kan dienen om het algemeen geluk in een samenleving en dat van de afzonderlijke leden daarvan te verhogen (gedragregels, regels van moraal en recht. Dit formuleert in hoeverre men om praktische redenen het eigen geluk mag nastreven en op welke wijze en hoeverre men om praktische redenen het geluk van anderen moet ontzien. Justitie ontziet in bepaalde situaties het geluk van anderen niet. Sterker, zij vernietigd dan doelbewust andermans levensgeluk. In unieke gevallen weigert zij gewenst gedrag te tonen en gaat zij er zelfs toe over ongewenst gedrag te gebruiken en gewenst gedrag te bestrijden. De mens (ook overheidsfunctionarissen) is van nature niet sociaal maar een Hedonistisch wezen dat gericht is op het bevredigen van directe behoeften. Omdat deze directe behoefte - bevrediging in conflict kan komen met de bevrediging van behoeften van anderen is een zekere wederzijdse afstemming noodzakelijk. Het aanleren van gedrag dat dergelijke afstemming mogelijk maakt is voorwerp van studie in de psychologie die ervan uitgaat dat de mens van nature enkel gericht is om zijn directe behoeften te bevredigen. Gaat de psycholoog of andere deskundige er gewoonlijk vanuit dat de mens die hij op grond van een onderzoeksopdracht van Justitie ontmoet, vaardigheden op dit gebied mist? Denkt de Psycholoog of deskundige dat hij die mens die vaardigheden bij kan brengen? Acht de psycholoog of andere deskundige het in alle gevallen uitgesloten dat justitie zelf te kort schiet in vaardigheden welke gedragsregels, regels van moraal en recht bepalen? Is het zo dat menselijke psychologen en/of andere deskundigen in functie afhankelijk van opdrachtgevers, alsmede de (mede) mens klant/patiënt beiden vallen onder het bovenomschreven fenomeen van het Hedonistisch wezen, dus van nature gericht op het bevredigen van hun directe behoeften waaronder "MACHT" niet zitten te wachten op een zelfveroordeling en derhalve primair hun eigen directe belangen vooropstellen? Kan het zijn dat de psycholoog of deskundige die in contact komt met een mens die door omstandigheden in conflict is met regulaire opdrachtgevers van die deskundige, er van uitgaat met een probleemgeval te doen te hebben? Of wordt er door de opdrachtgever van die deskundige verwacht dat hij ervan uitgaat (of dient te gaan) met een probleempersoon te doen te hebben die niet of onvoldoende over bovengenoemde sociale afstemming (vaardigheden) beschikt? Wat is er de oorzaak van, dat na overtuigend bewijs van onvoldoende sociale vaardigheden van de opdrachtgever, de psycholoog of andere deskundige persisteert in zijn onderzoek en poogt uit alle macht een enigszins verantwoord defect bij de te onderzoeken mens te vinden? Zelfs als dit protest en klachten bij het medisch tuchtcollege ten gevolge kan hebben. Is de macht der overheden hiermee tot een zichzelf bevredigende potentiële onmacht verworden om menselijke fouten te erkennen die daarmee de ambtelijke en deskundige bereidheid nodig acht om over morele en gerechtvaardigde drempels te stappen? Onrechtvaardigheid is een bedreiging van hen die hebben geïnvesteerd in "persoonlijk contract", wat het geval is als jezelf iets overkomt en je krijgt niet wat je met veel frustratie verdiend hebt, wat ook geldt voor onrechtvaardigheid die anderen overkomt. Is het "Justitiebeleid" inmiddels niet een rechtstreekse bedreiging ten aanzien van hen die slachtoffer werden van ontoelaatbaar overheidsgedrag terwijl zij, (zoals omschreven in "Het Hart van de Zaak") "hebben geïnvesteerd in een persoonlijk contract"? Soms zien wij dingen niet, die er in werkelijkheid wel zijn en soms voegen wij dingen aan de waarneming toe die er in werkelijkheid niet zijn. Als niet in werkelijkheid lukt om die onrechtvaardigheid kwijt te raken doen wij dat in onze eigen geest, de z.g. attributietheorie Heeft het feit dat het college van procureurs-generaal of het openbaar ministerie erop tegen zijn dat slachtoffers van ontoelaatbare overheidsdaden de redelijke mogelijkheid hebben om een rechtvaardige rehabilitatie en schadeloosstelling te kunnen verkrijgen én het daar tengevolge omstreden handelen van deskundigen, te doen met de attributietheorie? Vanwege de door justitie en politie uitgebreide strategie om verantwoordelijkheid ten aanzien van haar morele en wettelijke verplichtingen te ontlopen en de veelheid van onrecht welke die strategie tot gevolg had is de reden dat deze brief noodzakelijkerwijs een ellenlange lijst van ontoelaatbare overheidsdaden laat zien, zonder welke de inhoud onduidelijk zou blijven. Voorbeeld van een onvolledige en daarmee op een miezerige wijze aan de feitelijkheid voorbijgaande e-mail van een zekere Pieter A. Valkenburg, Hoofd bedrijfsvoering/Consulaire zaken van de Nederlandse Ambassade te Ottawa, betrof informatie omtrent mijn uitwijzing. De redactie v.h. mailtje was zo geformuleerd dat de schandelijke redenen van mijn vlucht naar Canada en de arrestatie op wenselijkheid van de Nederlandse vertegenwoordiging in Canada hierin niet te lezen waren. Ondanks de poging van functionarissen dit schandaal onder tafel te houden o.a. d.m.v. een disclaimer te vermelden dat openbaarmaking van berichten omtrent deze zaak verboden zijn, zal dit publiekelijk verspreid worden. (Prod.G) Alle pogingen mijnerzijds om Canada spoedig te verlaten staan diagonaal op de vreemde bewering van die mijnheer Pieter, het hoofd bedrijfsvoering consulaire zaken, die verteld dat ik weigerde Canada te verlaten terwijl ik vanaf September 2004 de deur bij het I.R.B. platliep om mijn paspoort terug te krijgen om te vertrekken. Terwijl ik mijn auto nota bene al op de boot naar Antwerpen had gezet. Die man is een knappe grappenmaker of een lelijke leugenaar die liever zag dat ik in Canada bleef i.p.v. opnieuw de justitie zou aanmanen om eindelijk de rekening eens te betalen en eerlijk te worden. De reden van mijn aanhouding in Halifax was een kopie van de opvatting van de hoofdofficier van justitie in Rotterdam Mr. van Brummen; "Ik zou een gevaar voor de samenleving zijn". (prod H) Deze zeer geraffineerde en achterlijke aantijging werd tijdens een hoorzitting van de I.R.B. Canada teruggetrokken waarna ik mijn zin kreeg en weg kon uit dat land. I.R.B. noemt dat uitwijzen. Onnodig, zinloos en wetteloos zat ik 24 dagen in een Canadees concentratiekamp (Prod. 1+4+5) waartegen ik bij de Canadese Ambassade in Den Haag een klacht indiende. Mijnheer Wagenaar, ik vraag u in alle eenvoud als voormalig tankwagenchauffeur die door omstreden psychiatrische rapportages (prod.B+I) tot paria en maatschappelijk gevaarlijk individu wordt versleten en bovendien als een mens met uitstekende referenties binnen de maatschappij bekend is (prod J+8+11), om deze brief de aandacht te gunnen die het verdient. De uitgebreidheid van deze kwestie maakt hopelijk duidelijk dat het, mede gezien de ongeveer 300 zelfmoorden welke jaarlijks omreden van 'ons' justitiebeleid*(1) plaatsvinden, mijn medestanders en mijzelf ernst is justitie tot verandering te bewegen en haar fouten toe te geven. Zulk justitiebeleid is een risico voor het democratisch karakter van de samenleving. Bij voorbaat dank, vr. groet, A. van Velsen. 386 TA * (1) Zie: RECHTSPRAAK IN OPSPRAAK. Tevens: schurken in Jurken ISBN 90 80 74 77-2-6. Bijlagen A t/m J en 1t/m 13. |
|
Zwolle 6 Februari 2005
A. van VelsenP/a A & S Promotions 8032 KC Zwolle Aan;
Sophialaan 7 2515 JP Den Haag. Onderwerp: Klacht
: Protestactie vanwege onterechte detentie.
In verband met een conflict met de Nederlandse justitie die een onhoudbare zet in conflict met de mensenrechten pleegde welke mijn asielclaim in Canada ten gevolge had, is door gedragingen van I.R.B. Canada de kwestie ook in Canada geëscaleerd. (Prod. 1 + Prod. 2) Normaliter is een wrede en ongebruikelijke behandeling door regerende autoriteiten in het land van herkomst van een vluchteling een legale grond om asiel te claimen in Canada. (Prod. 3) Dat dit echter afhankelijk is van de mate van vriendschap tussen naties en aangepast regeer en staats beleid was nog niet publiekelijk bekend. Dat dit hechte samenlevingsverband tussen twee staten echter tot gevolg had dat ik als vluchteling uiteindelijk 14 dagen als een crimineel in een Canadese gevangenis terecht kwam (Prod.4) Vervolgens werd ik zwaar bewaakt per vliegtuig naar Quebec werd getransporteerd en aldaar aan handen en voeten geketend tien dagen in een inrichting welke niet anders dan een concentratiekamp mag worden genoemd, werd opgesloten is even wonderbaarlijk als ongeloofwaardig. (Prod.5) Te meer daar ik in overleg met mediators, in alle vertrouwen op de Canadese overheid met haar sociale en morele hoogstandjes hoopte op een nieuw leven, daar gedurende bijna twee jaar alles voor deed om dat zelf te realiseren, uiteraard zonder enige problemen met politie of justitie te veroorzaken. Een nieuw leven en eindelijk, na vier jaren gescheiden van mijn relatie en kind in Cuba waar ik vanwege de leugens van de Nederlandse justitie niet meer naar toe kon, zag ik weer licht in mijn gezinssituatie en problemen. (Prod. 6) Vanaf het moment dat ik een werkvergunning kreeg werd ik belastingbetaler en deed tot zeer grote tevredenheid van mijn werkgever mijn werk en werd binnen 8 maanden chef over een aantal Canadese jongeren. (Prod. 7 + 8) Toen de Immigratie dienst waarvan ik door informatie in de media (Prod.9) intussen vernomen had dat de Canadese overheid het niet zo nauw nam met de rechten van vluchtelingen als zij in binnen en buitenland wel deed vermoeden, mijn claim afwees, (Prod.10) wenste ik ondanks de protesten van mijn werkgever (Prod. 11) zo snel mogelijk het land te verlaten, ik was immers niet welkom. Het ontmaskeren van gemene zaken tussen I.R.B. en mijn advocaat en een psycholoog (Prod.12) had mijn zaak geen goed gedaan. Tekenend voor het falen van het Canadese vluchtelingen en Immigratie was de mededeling van Immigratie beambten omtrent het krantenbericht over het onmiddellijk ontslag op 14 Januari 2005 van de Canadese Immigratie minister mevrouw Sgro, wegens verregaande corruptie in verband met collaboratie met een Pizza koning. Op grond van het feit dat de Canadese Immigration en Refugee Board na bericht van IRB dat mijn claim was afgewezen, zonder enige relevante informatie heeft geweigerd mijn reisdocumenten terug te geven, werd ik tegen mijn wil gedwongen in Canada te blijven. Ik heb al hetgeen mogelijk was gedaan om mijn reisdocumenten terug te krijgen of met een Lessee Passee mijn uitreis mogelijk te maken.(Prod. 13) Ik heb zelfs geprobeerd om op een redelijke wijze protesterend tegen hetgeen mij werd aangedaan in Halifax via de I.R.B. een oplossing te forceren. Anders dan een oplossing aan te bieden voor het ontstane oponthoud werd ik zonder pardon tussen criminelen in een gevangenis opgesloten. Hierover beklaag ik mij en zou in overleg tot een redelijke oplossing willen komen, eventueel via de bemiddelaars Drs. Mevr. H.M.S. Videler en/of de heer P.R.F. baron Groeninx van Zoelen. Om de kwestie duidelijkheid te geven en onnodige vertraging door een vraag en antwoord correspondentie te voorkomen volgt hieronder een beknopt verslag van de vele gebeurtenissen met verwijzing naar bewijslast in bijlagen. Het zal de lezer duidelijk zijn dat elke twee regels op zich al een schandaal zijn dat indien het een functionaris betrof de wereld te klein zou zijn. Het verslag van gebeurtenissen is een onderdeel van een verzoek tot studie omtrent gedragingen van Nederlandse topfunctionarissen verbonden aan het ministerie van Justitie. Dit verslag is verzonden aan rechtspsychologisch adviseurs van het College van procureurs generaal van justitie in Den Haag en enige hoogleraren van diverse universiteiten alsmede internationale mensenrecht organisaties en Ambassades. Binnen 1 maand wordt dit gepubliceerd op verschillende sites waaronder www.sdnl.nl Stichting Data Bank Nederland en in het boek "Mijn Pleidooi". Bij voorbaat dank, vr. groet,
|
![]()