Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage . . . . Mijn Pleidooi

Zwolle: 7 maart '05

Van: A.v. Velsen
Tel 038-4549300
p/a A & S Promotions
Dollard 123
8032 KC ZWOLLE

Aan:

    Prof. Dr. W.A. Wagenaar
    Wilhelmina laan 22
    3701 BK Zeist


Hooggeleerde Heer,

Dank voor uw antwoord op mijn brief.

In verband met het 1e punt in uw brief is het mijn wens om wat wijzer te worden in de afdwingende gedachtegang van justitie, in bijzonder die van het college van procureurs-generaal. Een gedachtegang die voor het volk waaraan zij dienstbaar dient te zijn, met de dag moraal onrechtvaardiger en onbegrijpelijker wordt. Gezien de loop der dingen, met name die der onwilligheid van justitie om rechtvaardigheid te betrachten in zaken waarin zijzelf het boetekleed aan dient te trekken, ben ik mij ervan bewust dat ik waarschijnlijk geen advocaat zal vinden die voor mijn zaak zijn goede verstandhouding met die justitie op het spel zal zetten. Advocaten zijn, als andere gerechtelijk deskundigen, n.l. beroepsmatig van justitie afhankelijk.

Om die reden verzoek ik u slechts om strikt persoonlijk advies zonder naamsverbondenheid welke ten doel heeft mijzelf te wapenen om justitie te bewegen tot het plegen van wat "morele rechtvaardigheid" Dit met oog op in Nederland gehanteerd Romeins recht hetgeen moraal en rechtvaardigheid voorrang geeft op door huidige bestuurders geconstrueerde en in specifieke gevallen onrechtvaardige gerechtelijke beslissingen. Ik kan en mag een deskundige die uit hoofde van zijn vakgebied oprecht zijn bijdrage (o.a. door publicaties) doet aan de geestelijke voortgang der mensheid niet vragen in onmin met justitie te geraken. Dit vanwege eventueel advies, mijn vragen en mijn aanvallende en beschuldigende houding ten aanzien van hen die recht plegen te spreken en dit soms niet wensen.

Ten aanzien van het tweede punt mag ik opmerken dat uw persoonlijke kennis en inzicht m.i. veel verder reiken dan uw bescheiden uitleg over uw deskundigheid en ik mij zeker wel gebaat voel bij een persoonlijk advies om mijn kennis hierover te vergroten. In verband met de noodzaak om de overheid, in bijzonder justitie weer aanzien en respect te laten genieten onder het volk en terreur en opstand te voorkomen mogen in deze zaak en op dit gebied geen fouten worden gemaakt. (kopie bijgevoegd)

Dat het contraproductief zal zijn door een advies ten behoeve van de rechtspraak te doen en daarmee buiten uw deskundigheidsterrein te treden is mij na uw uitleg duidelijk. Desondanks heb ik na lezing van uw artikel in o.a. Dagblad de Limburger de indruk dat u mede als deskundige van de landelijke expertisegroep in deze zaak kunt adviseren. Immers er zijn op dit gebied, gedurende het onderzoek op mijn exgenote voor, tijdens en na mijn aanhouding een groot aantal fouten gemaakt welke gedeeltelijk werden bevestigd door politie en Burgemeester Opstelten van Rotterdam.

Ook zal een eventueel advies betreffende mijn capaciteiten op gebied van waarneming en geheugen van nut kunnen zijn. Derhalve verzoek ik u om persoonlijk advies.

Hoogachtend,

A. van Velsen


Blz. TA 389

Prof. P.J. van Koppen in een publicatie in het Overijsels Dagblad.

Het enige probleem in het herstel van dat respect en aanzien is het toegeven van overigens menselijke tekortkomingen bij de justitie top, rechtzetten wat is verkeerd gelopen en hen die binnen die top onvoldoende hebben gefunctioneerd te ontslaan. Verder zal het beleid ten aanzien van het erkennen van fouten dienen te worden gewijzigd en er wereldwijze functionarissen die zelf verantwoordelijkheid durven nemen binnen het college van procureur-generaal moeten komen i.p.v. zwakkelingen.Tussen de regels van rapporten en brieven van vele deskundigen door lezend mag men opmaken dat justitie de opvatting heeft dat ten behoeve van de eigen orde en imago, het morele recht geweld mag worden aangedaan.

Om deze reden is er een groep van mensen die zich als justitieslachtoffer gedupeerd voelen en hen die zich niet kunnen verenigen met het immorele karakter van volksverraderlijke beleidsmakers van justitie zijn opgestaan en zich hebben verenigd in hun ideologie. Zij vragen zich af of zij zich nog wel kunnen onderwerpen aan een rechtelijke macht met rechters en wetten die de zo fantastisch mooie uitgangspunten van ons rechtssysteem, het moreel - rechtvaardig Romaanse recht, aan hun laars lappen.

Hetzelfde geldt, in andere mate en uit andere invalshoeken voor hen die slechts vanuit de Sharia geregeerd wensen te worden. (Zie hiervoor bijgesloten kopie). Sharia betekent letterlijk "wetgeving"in dit geval die van Mohammed en zijn God Allah welke Christenen en Joden vervloeken. In het heilige boek der Mohammedanen wordt 37 maal verklaard dat die Christenen en Joden op de meest verschrikkelijke manieren uitgeroeid moesten worden. Zij die hieraan gevolg geven, (een bepaald soort terroristen), worden volgens Mohammed de profeet in hun hemel beloond met het gezelschap van 70 eeuwige maagden met amandelvormige donkere ogen. Zelfs in Mohammed zijn hemel zou ik mij persoonlijk niet zo op mijn gemak voelen met 70 van die eeuwige maagden en ik zou er op den duur maar vreselijk moe van worden. Maar ja, ik ben, net als u, een ongelovige.

Het mag gezegd dat ten gevolge het grote onrecht dat justitie produceert ten aanzien van haar slachtoffers, noodzakelijkerwijs contacten zijn ontstaan met deze anders denkenden die inmiddels als een vijfde colonne in alle en tevens belangrijkste en meest vertrouwelijke overheidsorganen zijn binnengetreden. Een buitengewoon slimme zet van de Islamitische wereld die tot gevolg heeft dat de invloed van de Islam over een groot deel van de wereld wordt verspreid, zoals de profeet dat wenst. Samenwerking met hen die zeer terecht de overtuiging hebben dat de Christelijk georiënteerde regeringen vanwege hypocrisie, lafheid en dwaze angsten, kortzichtig de eigen bevolking afvallen, moedwillig blijven benadelen en aldus de macht zullen verliezen, is een gemakkelijke stap.

Tot ontsteltenis van hen die zich binnen de rechtelijke macht reeds afschermen achter kogelvrije ramen, beveiligingen en door middel van "geheime" adressen en telefoonnummers hun gezinnen en familie uit de wind trachten te houden zal gaan blijken welke gevolgen hun zwakte en leugenachtige lafheid reeds heeft. Het korte termijn beleid, struisvogel politiek en de mentaliteit van "Het zal mijn tijd wel duren" gaat de toekomst van onze gehele cultuur en vele van onze kinderen kosten en die van de rest zwaar negatief beïnvloeden.

Ik probeer hiermee geen profetieën te verkondigen maar verklap iets van een verborgenheid die niet gezien word door de regeerders omdat zij dit niet wensen te zien en in te zien. Ik schrijf hier mede uit feitelijke informatie welke, door de historische vijand van het absoluut niet vrije doch gedeeltelijk Christelijk geregeerd te noemen westen, tot op heden wijselijk geheim gehouden wordt. In het paard van Troje zat tenslotte ook een verrassing die pas werd geopenbaard toen het te laat was.

Zwolle: 15-02-05
Van: A.v. Velsen
Tel 038-4549300
p/a A & S Promotions
Dollard 123 8032 KC ZWOLLE

Aan: Prof. Dr. W.A. Wagenaar
Wilhelmina laan 22
3701 BK Zeist


Hooggeleerde Heer,

Allereerst mijn excuus in verband met adressering aan uw privé-adres. Graag vraag ik uw aandacht voor mijn probleem: valse aangifte en onterechte arrestatie, n.l. verkrachting, poging doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving. (prod. A) Na drie dagen verhoor werd ik op voorwaarde mij te onderwerpen aan een psychiatrisch onderzoek in vrijheid gesteld. Ik bleek niet gestoord. (prod. B)

Op dinsdag 2 oktober '01 las ik een onderwerp betreffende ondeskundig recherchewerk i.v.m. zedenmisdrijven. Zoekend naar punten van belang om de onterende situatie het hoofd te kunnen bieden ben ik als slachtoffer van ondeskundig politieverhoor zeer geïnteresseerd in uw advies.

De politie heeft ontoelaatbare overheidsdaden gepleegd die mijn leven enorm hebben beïnvloedt. De politie heeft na arrestatie voor mij belangrijke zaken ingepakt, meegenomen en aan het ver-meende slachtoffer afgegeven. Deze goederen waren niet van belang voor onderzoek en werden niet opgenomen in de lijst van beslag genomen goederen. Daarmee werd al mijn bezit afgenomen. Deze feiten werden na twee jaar liegen en ontkennen door politie toegegeven. Echter de door de politie 'gestolen' goederen zijn nimmer teruggegeven. (prod. C)

Erger zijn de enorme leugens en manipulaties die politie en justitie aangevoerd hebben om rehabilitatie (herziening van het justitieel document hetgeen door "fouten" van de hulpofficier van justitie valselijk tot stand kwam) en excuus en schadeloosstelling te voorkomen. Ik startte een aantal protestacties waarmee krant, radio en uiteindelijk de televisie werd gehaald. (prod D)

Dit heeft uiteindelijk geleid tot arrestatie wegens "stalking" van functionarissen waarvoor ik zes maanden in voorarrest zat. Feitelijk betrof dit enige vreedzame protestacties en enkele brieven aan hoge justitie en politiefunctionarissen. (prod. E).

Ik werd veroordeeld tot één jaar gevangenis straf waarvan een halfjaar voorwaardelijk. Hiertegen ging ik in hoger beroep op 26 April 2002. Daaropvolgend werd door de officier van justitie ook beroep aangetekend op 07 Mei 2002 waarna de O.v. J. op 01 December 2003 zijn beroep weer introk nadat hij kennis nam van het feit dat ik naar aanleiding van de gedragingen van politie en justitie politiek asiel had aangevraagd in Canada. (prod 3).

Inmiddels wacht ik bijna drie jaar op beroep tegen dit schandelijke vonnis. Gesprekken met de toenmalig secretaris generaal van justitie, de heer H.C.J.L. Borghouts, de plv. Korpschef van de Rotterdamse politie de heer C.M. Ottevanger, enerzijds en de heer P.R.F. baron Groeninx van Zoelen, psychiater de heer S.J. Matthijsen en mevrouw H.M.S. Videler als bemiddelaars anderzijds, teneinde een oplossing te zoeken betreffende de problemen tussen politie, justitie en mijn persoon, mochten niet baten.

Kern van het probleem is dat vanwege het enorme leed wat ``echte slachtoffers`` ondergaan door toedoen van "moreel ontoelaatbare gedragingen" van hoge functionarissen, dit soort onrecht op de burger niets anders dan een zuiver rechtvaardige oplossing vereist. Het vinden van de waarheid is bij goed geplande valse beschuldigingen erg moeilijk en wordt als de zaak in het onderzoek vastloopt vaak onmogelijk gemaakt om het imago van politie te redden. Om dito redenen worden plegers van strafbare feiten betreffende opzettelijke valse aangiften die ten doel hebben om iemand te benadelen, niet vervolgd, zoals uit mijn geval naar voren komt.

Inmiddels heeft deze kwestie vanwege mijn naar het buitenland verlegde protestactie in Canada de nodige consternatie te weeg gebracht, hetgeen nog kan escaleren met eventuele protestacties bij de Canadese Ambassade in Den Haag en elders in Europa.

TA 389

Mr. Will Moore, President van Canadian Institute for Law, Theology and Public Policy. (prod F) was verbaasd over de keerzijde van wat de Nederlandse overheid laat zien van onze "rechtstaat" en bracht mij in contact met de Secretary of State van Canada en Member of Parliament Mr. David Kilgore die deze kwestie een belachelijke dwaling van het Nederlandse rechtssysteem noemde.

Mijn asiel claim strandde ondanks het feit dat ik wreed en ongebruikelijk werd behandeld door de Nederlandse justitie én een groot aantal verklaringen kon overleggen die fouten van justitie aantoonden. Dit is mede te wijten aan de voortreffelijke vriendschapsbanden tussen Canada en Nederland welke door de premiers van beide landen nog eens herbevestigd werden op 23 Sept. 2003 te New York en uitgebreid met vergaande samenwerking en totale afstemming van het politieke beleid.

Dat 1e kamerlid en lid van de vaste Kamercommissie voor Justitie Mr. G. Holdijk voor de Canadese Immigratierechtbank voor mij getuigde (Prod. 10- (I.R.B. motivation) dat ik in Nederland kans liep om in een instituut voor geestgestoorden te worden opgesloten, zou een crisis binnen het justitieapparaat teweeg hebben gebracht, indien dit door de media was opgepakt. Als ik met deze kwestie als analfabete vluchteling en potentiële veelpleger uit donker Afrika, illegaal Canada was binnengehuppeld zou ik beslist met open armen door de gezamenlijke Immigratiefarizeeërs omarmd en liefdevol zijn doodgeknuffeld, dat is namelijk wél politiek correct.
Ik wenste Canada te verlaten daar ik niet wens te vertoeven in een land waarvan de overheid mij ongastvrij gezind is. Ik vroeg mijn paspoort terug om het land te verlaten. Drie maanden verzocht ik de Immigratiedienst mondeling en schriftelijk om teruggave van mijn paspoort. (prod 13)

Er kwam geen reactie. Tenslotte, na weigering van een verzoek hiertoe aan het Nederlands consulaat en de Nederlandse ambassade in Ottawa zette ik mijn auto op de boot naar Nederland. Daarna werd ik om tot op heden onverklaarde redenen gearresteerd en 24 dagen geketend aan handen en voeten in een soort concentratiekamp gehouden, waarna ik op het vliegtuig naar Nederland werd gezet. Leden van de Canadese Immigratiedienst, o.a. diegenen die mij begeleidden naar Nederland en andere leden van de Immigratiedienst waren geïnteresseerd naar mijn motivatie omtrent de weigering als gewoon immigrant in Canada te blijven, dat zou volgens hen eventueel wel mogelijk zijn geweest. Ik antwoordde dat dit naar mijn mening een wel erg goedkope medewerking aan een miserabele en onrechtvaardigde afwijzing van de vluchtelingen status zou zijn.

Door het nieuwe vriendschapverband van Canada en Nederland met het daaraan verbonden afgestemde staatsbeleid is het logisch dat Nederland nooit schuldig kan worden bevonden aan misdaden tegen de menselijkheid. Die crimes behoren exclusief toegeschreven te worden aan 3e wereldlanden, het is dus niet politiek correct een vriendelijke natie hiervan te betichten. Terug in Nederland werd ik vanwege veroordeling wegens protestacties tegen de starre weigering van justitie om het justitieel document te wijzigen en het protest tegen moreel ontoelaatbare overheidsgedrag, aangehouden en twaalf dagen in hechtenis genomen. De protestacties, binnenkort onderbouwd met de verspreiding van het boek "MIJN Pleidooi" en de kostbare aanhoudingen, terechtzittingen, hoger beroepen, en gevangenisstraffen zullen voortduren totdat justitie recht zal plegen en zal overgaan tot rehabilitatie en relevante schadevergoeding!

De publiekelijk verworpen, als achterlijk beschouwde denkwijze en bestuurlijk ontoelaatbare gedragingen van het college van procureur-generaal onder de wereldvreemde juridische dictator de Wijkerslooth, hebben het justitieapparaat gemaakt tot het nu gehate, slechtst functionerende en kostbaarste overheidsapparaat aller tijden. Informatie zal i.v.m. de onhoudbare functie binnen het justitieapparaat en de benoeming van de Wijkerslooth als hoogleraar aan de Leidse Universiteit onder studenten worden verspreid.

Dit, en de twijfelachtige eer die mij ter beurt viel enige malen met deze herrezen Gorgias die aangaf zich te verschuilen achter adviezen van het psychologisch recht, te discuteren over moraal en juridisch recht, bracht mij ertoe enkele punten uit het boek van de gerechtspsychologen, de heren Crombach, van Koppen en Hessing, "Het Hart van de Zaak" ter discussie te stellen. Aangezien de tijd omreden van de uitgave van het boek "Mijn Pleidooi" dringt en hiermee een aantal discutabele opvattingen het licht zien verzoek ik u om hieromtrent eventueel in een persoonlijk gesprek van gedachten te wisselen. Met als doel om het justitiebeleid van het college van procureurs-generaal op een ietwat moreel rechtvaardiger spoor te laten functioneren.

Onderstaande tekst is overgenomen uit hierboven genoemd boek (ISBN 90-387-0525-5). De vragen hebben rechtstreeks betrekking op de zoektocht om antwoorden tegen het gevecht met ongelijke wapenen van de vele slachtoffers van falend of misdadig justitie en politiegedrag. Het doel van mijn acties en het binnenkort te publiceren boek "Mijn Pleidooi" is een betere verdeling van recht en orde tussen overheidsfunctionarissen en burger te bevorderen.

Er is een praktische utilitaristische reden om te zoeken naar een instrument dat kan dienen om het algemeen geluk in een samenleving en dat van de afzonderlijke leden daarvan te verhogen (gedragregels, regels van moraal en recht. Dit formuleert in hoeverre men om praktische redenen het eigen geluk mag nastreven en op welke wijze en hoeverre men om praktische redenen het geluk van anderen moet ontzien.

Justitie ontziet in bepaalde situaties het geluk van anderen niet. Sterker, zij vernietigd dan doelbewust andermans levensgeluk. In unieke gevallen weigert zij gewenst gedrag te tonen en gaat zij er zelfs toe over ongewenst gedrag te gebruiken en gewenst gedrag te bestrijden.

De mens (ook een functionaris) is van nature niet sociaal maar een hedonistisch wezen dat gericht is op het bevredigen van directe behoeften. Omdat deze directe behoefte - bevrediging in conflict kan komen met de bevrediging van behoeften van anderen is een zekere wederzijdse afstemming noodzakelijk. Het aanleren van gedrag dat dergelijke afstemming mogelijk maakt is voorwerp van studie in de psychologie die ervan uitgaat dat de mens van nature enkel gericht is om zijn directe behoeften te bevredigen.

Gaat de psycholoog of andere deskundige er gewoonlijk vanuit dat de mens die hij op grond van een onderzoeksopdracht van Justitie ontmoet, vaardigheden op dit gebied mist? Denkt de psycholoog of deskundige dat hij die mens die vaardigheden bij kan brengen? Acht de psycholoog of andere deskundige het in alle gevallen uitgesloten dat justitie zelf tekortschiet in vaardigheden welke gedragsregels, regels van moraal en recht bepalen?

Is het zo dat menselijke psychologen en/of andere deskundigen in functie afhankelijk van opdrachtgevers, alsmede de (mede) mens klant/patiënt beiden vallen onder het bovenomschreven fenomeen van het hedonistisch wezen, dus van nature gericht op het bevredigen van hun directe behoeften waaronder "MACHT" niet zitten te wachten op een zelfveroordeling en derhalve primair hun eigen directe belangen vooropstellen?

Kan het zijn dat de psycholoog of deskundige die in contact komt met een mens die door omstandigheden in conflict is met regulaire opdrachtgevers van die deskundige, er van uitgaat met een probleemgeval te doen te hebben? Of wordt er door de opdrachtgever van die deskundige verwacht dat hij ervan uitgaat (of dient te gaan) met een probleempersoon te doen te hebben die niet of onvoldoende over bovengenoemde sociale afstemming (vaardigheden) beschikt?

Wat is er de oorzaak van, dat na overtuigend bewijs van onvoldoende sociale vaardigheden van de opdrachtgever, de psycholoog of andere deskundige persisteert in zijn onderzoek en poogt uit alle macht een enigszins verantwoord defect bij de te onderzoeken mens te vinden? Zelfs als dit protest en klachten bij het medisch tuchtcollege ten gevolge kan hebben. Is de macht der overheden hiermee tot een zichzelf bevredigende potentiële onmacht verworden om menselijke fouten te erkennen die daarmee de ambtelijke en deskundige bereidheid nodig acht om over morele en gerechtvaardigde drempels te stappen?

Onrechtvaardigheid is een bedreiging van hen die hebben geïnvesteerd in "persoonlijk contract", wat het geval is als jezelf iets overkomt en je krijgt niet wat je met veel frustratie verdiend hebt, wat ook geldt voor onrechtvaardigheid die anderen overkomt. Is het "Justitiebeleid" inmiddels niet een rechtstreekse bedreiging ten aanzien van hen die slachtoffer werden van ontoelaatbaar overheidsgedrag terwijl zij, (zoals omschreven in "Het Hart van de Zaak") "hebben geïnvesteerd in een persoonlijk contract"?

Soms zien wij dingen niet, die er in werkelijkheid wel zijn en soms voegen wij dingen aan de waarneming toe die er in werkelijkheid niet zijn. Als niet in werkelijkheid lukt om die onrechtvaardigheid kwijt te raken doen wij dat in onze eigen geest, de z.g. attributietheorie. Heeft het feit dat het college van procureurs-generaal of het openbaar ministerie erop tegen zijn dat slachtoffers van ontoelaatbare overheidsdaden de redelijke mogelijkheid hebben om een rechtvaardige rehabilitatie en schadeloosstelling te kunnen verkrijgen én het daar tengevolge omstreden handelen van deskundigen, te doen met de attributietheorie?

Vanwege de door justitie en politie uitgebreide strategie om verantwoordelijkheid ten aanzien van morele en wettelijke verplichtingen te ontlopen en de veelheid van onrecht welke die strategie tot gevolg had is reden dat deze brief noodzakelijkerwijs een ellenlange lijst ontoelaatbaar overheids-daden laat zien, zonder welke de inhoud onduidelijk zou blijven. Voorbeeld van een onvolledige en daarmee op miezerige wijze aan de feitelijkheid voorbijgaande e-mail van een zekere Pieter A. Valkenburg, hoofd Consulaire zaken van de Nederlandse Ambassade te Ottawa, betrof informatie omtrent mijn uitwijzing. De redactie van het mailtje was zo geformuleerd dat de schandelijke redenen van mijn vlucht naar Canada en de arrestatie op wenselijkheid van de Nederlandse vertegenwoordiging in Canada hierin niet te lezen waren. Ondanks de poging van functionarissen dit schandaal onder tafel te houden o.a. d.m.v. een disclaimer te vermelden dat openbaarmaking van berichten omtrent deze zaak verboden zijn, zal dit publiekelijk verspreid worden. (Prod. G)

Alle pogingen mijnerzijds om Canada spoedig te verlaten staan diagonaal op de vreemde bewering van dat hoofd bedrijfsvoering consulaire zaken, die verteld dat ik weigerde Canada te verlaten terwijl ik vanaf September 2004 de deur bij het I.R.B. platliep om mijn paspoort terug te krijgen om te vertrekken. En, ik mijn auto nota bene al op de boot naar Antwerpen had gezet. Die man is een knappe grappenmaker of een lelijke leugenaar die liever zag dat ik in Canada bleef i.p.v. opnieuw de justitie zou aanmanen om eindelijk de rekening eens te betalen en eerlijk te worden.

De reden van mijn aanhouding in Halifax was een kopie van de opvatting van de hoofdofficier van justitie in Rotterdam Mr. van Brummen; "Ik zou een gevaar voor de samenleving zijn". (prod H) Deze zeer geraffineerde en achterlijke aantijging werd tijdens een hoorzitting van de I.R.B. Canada teruggetrokken waarna ik mijn zin kreeg en weg kon uit dat land. I.R.B. noemt dat uitwijzen. Onnodig, zinloos en wetteloos zat ik 24 dagen in een Canadees concentratiekamp (Prod. 1+4+5) waartegen ik bij de Canadese Ambassade in Den Haag een klacht indiende.

Mijnheer Wagenaar, ik vraag u in alle eenvoud als voormalig tankwagenchauffeur die door omstreden psychiatrische rapportages (prod. B+I) tot paria en maatschappelijk gevaarlijk individu wordt versleten en bovendien als een mens met uitstekende referenties binnen de maatschappij bekend is (prod J+8+11), om deze brief de aandacht te gunnen die het verdient. De uitgebreidheid van deze kwestie maakt hopelijk duidelijk dat het, mede gezien de ongeveer 300 zelfmoorden welke jaarlijks omreden van 'ons' justitiebeleid* plaatsvinden, mijn medestanders en mijzelf ernst is justitie tot verandering te bewegen en haar fouten toe te geven. Zulk justitiebeleid is een risico voor het democratisch karakter van de samenleving.

Bij voorbaat dank, vr. groet,

A. van Velsen






* Zie:, RECHTSPRAAK IN OPSPRAAK, Over schurken in jurken, ISBN 90 80 74 77-2-6.

Bijlagen A t/m J en 1t/m 13. + kopie brief aan Canadese Ambassade.

Blz. TA 389

gepubliceerd bij: St. Sociale Databank Nederland