Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage
. . . . Mijn Pleidooi
Zwolle 14 April 2005
VAn A. van VelsenP/a Dollard 123 8032 KC Zwolle Aan:
Postbus 2064 3500 GB Utrecht Subject: Herleven rechten arbeidsgeschiktheid W.A.O. Uw Kenmerk; 090100153 857.200949.0
In antwoord op uw kopie brief van 22 maart 2005 met bijvoegsel van 11 April 2005, bericht ik u dat uw schrijven mijn aanvulling op de op 25 maart door mij ingevulde vragenlijst, (naar ik aanneem heeft gekruist). (Dit is nog enigszins aannemelijk) Indien dit niet het geval is begrijp ik er niets meer van!! en is nog slechts te hopen dat ik bij volgende brieven niet nog meer namen bij de aanhef dien te zetten. Even een historisch overzicht; Ten gevolge van ontoelaatbare overheidsdaden raakte ik arbeidsongeschikt waarop ik u verzocht de daaruit voortvloeiende kosten door te berekenen aan justitie. Het beleid is tenslotte dat de veroorzaker of dader aangesproken wordt en de schade dient te betalen. Dit werd niet gedaan zodat de ellende die justitie en politiefunctionarissen in hun stommigheid aanrichtten zonder gevolgen door de verzekerden werden gefinancierd. Ik mocht mijn beroep als tankwagenchauffeur niet meer uitoefenen en dientengevolge kreeg ik een aanvullende W.A.O. uitkering. Ook heb ik een kwalificerend intake gesprek gehad met een specialist van het arbeidsbureau Zeist (C.W.I.) Na een enorm kostbaar en zo ingewikkeld mo-gelijk heen en weer gepraat en gecorrespondeer liep dit spoor dood vanwege een plotseling ambtelijk stilzwijgen. Solliciteren naar passend werk deed ik geruime tijd, maar kandidaat werkgevers deden zandzakken voor de deur toen zij vernamen van mijn verleden en geestelijke beoordeling door bedenkelijk partijdige psychiatrische breinbewerkers in dienst van justitie. Op deze manier was het niet mogelijk om zowel mijn werkzaam en mijn privé leven (hereniging met levenspartner en kind) weer op de rit te krijgen. Dit tengevolge zocht ik in overleg met het G.A.K ( Mevrouw Bonouvrié) i.v.m. behoud van W.A.O. en overeenkomsten met Canada betreffende uitkeringen, mijn heil in dat land. Sindsdien belde en schreef ik aan G.A.K. (C.W.I.) Utrecht brieven waar ik nimmer enig antwoord op mocht krijgen. Ook nadat mijn uitkering zonder bericht werd stopgezet schreef ik een brief, echter met hetzelfde resultaat. In Canada mocht ik in het kader van mijn vluchtelingenclaim niet werken maar daar kwam na mijn verzoeken verandering in per april 2004 waarna ik in mei begon als seizoen arbeider bij een boerderij voor een salaris van 10 dollar per uur. In september is mijn loon opgetrokken naar 12 dollar. Toen is ook mijn claim ondanks de vele getuigen o.a. van eerste kamerlid en lid vaste commissie voor justitie de heer Mr. Holdijk afgewezen waarna ik het land moest verlaten. Ik gaf mijn baan en woning op en in December werd ik gevangen genomen waarna ik op 14 januari 2005 uitgezet werd en in Nederland weer 12 dagen in de gevangenis terecht kwam. Intussen heb ik de Canadese autoriteiten aansprakelijk gesteld voor mijn gevangenhouding waarvoor zij geen verklaring kunnen geven anders als dat ik volgens de Nederlandse justitie een gevaar voor de samenleving zou zijn. Vooralsnog is het voor vriend en vijand (justitie) onbekend en onduidelijk welke motivatie eraan ten grondslag ligt om mij een dusdanig stempel op te drukken, mits dit natuurlijk bedoeld is om de fouten eertijds van die justitie te verdonker-manen. Eind januari kwam ik vrij en ging naar Zwolle waar ik "tijdelijk" (tot op heden) door vrienden ben opgevangen en melde ik mij bij het C.W.I. in Zwolle. Sinds ik terug ben in Nederland mogen wij dus concluderen dat ik in de twee jaar dat ik (met medeweten en toestemming) ben weggeweest de laatste 7 maanden in Canada heb gewerkt in seizoen arbeid als los arbeider zonder enige vaste verbintenis. (Mei 4-nov-04) Buiten schuld, vanwege ambtelijk falen uitgewezen en terug in Nederland heb ik mij gemeld bij C.W.I. die met herhaaldelijk onduidelijke, niet te beantwoorden vragen als reactie komt. Feit is dat CWI zonder in kennisstelling de uitkering stopzette en blijkbaar geen gesprek met mij wenst aan te gaan om vanwege de; zacht gezegd vreemde vraagstelling in uw vragenformulier, uit de onduidelijkheden te komen. Door verschillende CWI (GAK) medewerkers die de zaak behandelen en volledig op de hoogte zijn en derhalve niet ingaan op belangrijke en relevante vragen die ik in een brief aan u richtte, blijkt mijn situatie niet ten goede te komen. Inmiddels leef ik al 4 maanden op kosten van vrienden en kennissen die mij omreden van het absurde van de kwestie door dik en dun, zelfs tot in de rechtszaal supporten. Bovendien loop ik tot schande van uw beleid in deze, onverzekerd rond en heb dringend een tandarts nodig. Door uw vraagstelling en indruk die deze wekt ten aanzien mijn vroegere werkzaamheden en in belang van de te hervatten uitkering, komt niet uit de verf dat ik door de abrupte uitwijzing onvoldoende bezittingen w.o. papieren mee heb kunnen nemen en sindsdien en (daardoor) ook geen werk meer heb. Het is dus niet relevant dat inkomsten die ik een korte periode als los seizoen arbeider in een andere arbeidscultuur heb genoten, worden gebruikt bij de vaststelling van een nieuw uitkeringsbedrag i.p.v. die inkomsten te verrekenen met de uitkering. De soort arbeid en de betaling brengt met zich mee dat er gedurende de lange Canadese winter niet wordt gewerkt terwijl er in mijn geval geen wintercompensatie wordt gegeven, ik ben immers niet meer in Canada. Door mijn besluit om, in overleg met G.A.K. naar Canada te vertrekken heb ik het uiterste gedaan om passend werk te vinden, dat justitie de hakken in het zand zet en alles deed de Canadese Immigratie zover te krijgen tegen alle feiten in te oordelen is niet aan mij te verwijten. Derhalve verzoek ik u om rekening te houden met bovenstaande en de W.A.O. uitkering te doen herleven op grond van eerste gegevens in relatie tot de onbeantwoord gebleven brieven waardoor ik geen kennis kon nemen van antwoord en informatie. Als bijlage vind u een net gearriveerde Canadese loonstrook van Oktober 2004 Vr. groet,
|
![]()