Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage . . . . Mijn Pleidooi

Untitled
Zwolle 16 juni-2005
A.v. VELSEN
P/a Dollard 123
8032 KC Zwolle


Aan: OPENBAAR MINISTERIE
       T.a.v. de Hoofdadvocaat-generaal, Resortsparket 's-Gravenhage
       Postbus 20302
       2500 EH 's-Gravenhage


Onderwerp:

    Melding van manipulatie en opzettelijke verstoring van onderzoek en de rechtsgang door de Korpsbeheerder te Utrecht.


Geachte heer/mevrouw,

In verband met immorele gedragingen en bandeloze bestrijding van slachtoffers van ontoelaatbare politie en justitiegedragingen, althans door en/of met medeweten en/of toestemming van hoge politie en justitiefunctionarissen gepleegd, is een ter zake doend manuscript geschreven. Dit manuscript welke in boekvorm met veel publiciteit in buitenland en binnenland zal worden uitgegeven, handelt over een strijdonderdeel tegen politie en justitiefunctionarissen die normen en waarden, wettelijke bepalingen en algemene bestuursregels systematisch aan hun laars lappen.

Dit boek waarbij namen van prominente politie en justitiefunctionarissen niet worden gespaard zal het Nederlandse volk en daarbuiten, de haren te bergen doen rijzen omtrent illegale justitiële witwaspraktijken betreffende ontoelaatbare overheidsdaden, staatscensuur en gepleegde misdaden vanwege verduistering van bewijsmiddelen ten voordele van het slachtoffer. Hier betreft het misbruik van machtsoverwicht, wegnemen en voorkomen van waarheidsvinding bij strafbare feiten welke door justitie en politie zijn gepleegd. Het is onvoorstelbaar hoe de edelachtbaren met behulp van de door hen uitgebroede rechtstaatonterende Pikmeer arresten onder hun gemaakte fouten en tekortkomingen uitkomen.

Er is een tijd geweest dat leden van de rechtbank, zoals rechters en officieren van justitie in hoog aanzien stonden. Zij hadden een glanzend koperen bord op de deur waarop vol terechte trots hun naam en titel stond aangegeven. Echter naarmate het imago van justitie en de goede persoonlijke faam van voornoemden door zelf veroorzaakte schandalen deuk op deuk te incasseren kreeg, verdwenen al die prachtige naamborden. De borden maakten in verband met schande en schaamte gevoelens van de vermeende rechtsgeleerde en hun naaste familieleden, plaats voor geheime adressen, valse namen of vermelding van de tweede familie naam b.v. naam partner van betrokken.

In China is deze naamsverduistering met voorbedachten rade, in het kader van de democratisering onlangs terug gedraaid. In Noord Korea, Cambodja de meeste Arabische landen en een paar hardvochtige Dictaturen staat deze aanfluiting door de z.g. normen en waarden en rechtvaardigheid onder de eendendonzen zware druk van vooral Nederlandse overheidsfarizeeërs die te zwak zijn hun gemaakte fouten toe te geven en herstellen. Een verraderlijk fascistisch gedrag wat dat zich in de onderhavige zaak bij persoon en familienamen bevestigd ziet.

Oorzaak van deze trend is dat slachtoffers, zoals ik er een ben, hun recht gaan zoeken en zelfs via protestacties de opzettelijk verduisterde maffiose gedragingen van justitie publiekelijk aan de kaak gaan stellen. Met gevolg dat rechters die onder invloed van advocaat generaals machtsmisbruik, collaboreren met de fouten van justitie en denken dat het slachtoffer van die justitie zijn verlies maar moet nemen. Zoals een officier mij vertelde; ik moest er maar mee leren leven. Mijnheer de Hoofdadvocaat generaal, zulk onrecht hoort niet thuis in de door de overheid uitgeroepen en bejubelde 'rechtstaat'.

Daarom accepteer ik dat niet, ik ben in opstand gekomen. Ik wil namelijk in publiek vertellen dat deze ontoelaatbare overheidsgedragingen geen pas geven, ik wil mijn recht halen, levend of dood. Na publicatie van het boek dat ik over de schandknapen van justitie schreef zal ik opnieuw actie voeren waarbij ik waar zal maken wat ik beloofde op televisie, in de media en in brieven zoals in brief TA 324, wel bekend bij justitie. Deze kwestie zal zowel in Nederland en Canada aan betrokkenen bekendheid verschaffen. In alle gevallen komt de waarheid aan het licht.

Ten gevolge van 15 jaar onnodige ellende en frustratie rondom een huisvestingsprobleem stond ik met de rug tegen een muur van functionarissen die zich met de hakken in het zand zetten om van mij af te komen. Toen ik uiteindelijk wel een woning kreeg toegewezen, het huurcontract had ondertekend, de huurpenningen en borg had betaald en aan alle voorwaarden had voldaan, kreeg ik de sleutels waarna ik de woning inrichtte en betrok. Inmiddels was ik al drie jaar gescheiden omreden dat mijn echtgenote door de aanhoudende frustraties van functionarissen m.b.t. huisvesting, het vertrouwen in mij en onze gezamenlijke toekomst verloren had.

Na een jaar kreeg ik een nieuwe relatie waarvan ik melding maakte bij de betreffende instanties. Tot verbazing heeft de politie met de woning stichting zes dagen later en zonder tussenkomst van de rechter noch enige wettige onderbouwing de juist betrokken woning ontruimd en wel direct na een telefonische mededeling van de woningstichting dat ik toch niet aan de voorwaarden zou hebben voldaan. Dat zou zijn omdat de instantie niet zou weten dat ik een andere partner had die nog in Cuba, het land van herkomst woonde.

De politie had niet mogen ingrijpen in een situatie welke bij uitstek een civiel rechtelijke zaak was. Ik voldeed, in strijd met hetgeen de woningstichting stelde, wel aan de voorwaarden en had een bindend huurcontract, het was dus een zaak voor de rechter i.p.v. de politie. De Burgemeester van Driebergen weigerde de uitzonderingsbevoegdheid te gebruiken om deze uit de hand gelopen onwettige en sociaal ongerechtvaardigde situatie op te lossen. Ik wenste een verklaring van de Politie en woningstichting waarom de politie en gemeente dit deed. Men weigerde echter om te praten waarna ik weigerde om het kantoor van de woning stichting te verlaten.

Ik beschik immers over documenten waaruit blijkt dat ik wel had gemeld dat mijn nieuwe, inmiddels twee jaar oude relatie nog in Cuba verbleef in afwachting van een woonmogelijkheid. Die weigerde men in te zien, dat zou immers tonen dat de uitzetting onwettig was. De politie en de woningstichting hadden n.l. het door mij gehuurde op onwettige wijze ontruimd en ik eiste uitleg en een oplossing, zou dát mogen bij zo`n behandeling en inmiddels 12 jaar dakloosheid? Gevolg was een arrestatie voor lokaalvredebreuk.

Een terechtzitting met veel publiek, grote hilariteit en een pagina groot artikel in De Telegraaf was het gevolg. (zie kopie TA 287) Een kleine boete of hechtenis was het resultaat, waarna ik hoger beroep aantekende. Ik ging gezien het aangedane ambtelijke onrecht door met acties en wilde een klacht indienen naar aanleiding van het ontoelaatbare politie optreden. De hulpofficier van justitie weigerde na ruggespraak met zijn chef echter deze klacht op te nemen, dit is tegen de wettelijke verplichting om klachten te behandelen en op te nemen. Dat zou zijn als gevolg van de onwil van het college van procureurs generaal die erop tegen zijn om burgers die ten gevolge van overheidsfouten of daden beschadigd zijn excuus te maken, de schade te vergoeden (en aldus lering te trekken van gemaakte fouten).

Uiteindelijk werd de situatie, mede door de ernstig te nemen mogelijkheid dat ik ten gevolge mijn protestacties om bovenstaande, tegen het college van procureurs generaal in een eerder conflict, in een inrichting zou worden geplaatst, zo be- dreigend dat ik als politiek vluchteling naar Canada vluchtte. Ook vanuit Canada verzond ik herinneringen om de klacht alsnog te behandelen aan o.a. de verantwoordelijke burgemeesters (korpsbeheerders), klachtinstanties, politiechefs en zelfs de hoofdofficier van justitie te Utrecht, mede omdat ook de rechter op klachtmogelijkheden had gewezen. De zoals gebruikelijk met grote tegenzin ontvangen klachten werden echter niet behandeld.

Nu is het echter zover gekomen dat ik, zowel als mijn tussenpersoon mevrouw H.M.S. Videler door de Utrechtse korpsbeheerder A.H. Brouwer als leugenaar wordt bestempeld omdat wij de klacht zouden hebben ingetrokken. Na al de moeite en de tienduizenden Euro`s die apart van nog vier kwesties zijn geïnvesteerd om gedragingen van de functionarissen aan het licht te brengen, moge duidelijk zijn dat de uitlatingen van de korpsbeheerder wel heel erg ver naast de werkelijkheid staan. Laat vooralsnog duidelijk zijn dat ik, noch tussenpersoon Videler de klacht nooit hebben ingetrokken, niet telefonisch en niet schriftelijk en dat, ondanks de wens hiertoe van de zijde van de betrokken functionarissen ook niet van plan zijn (zie kopie brief aan korpschef TA 412 en 413).

Langs deze weg verzoek ik u teneinde meer ontoelaatbare overheidsdaden, misbruik van machtsoverwicht en onwettig handelen van hoge functionarissen te voorkomen, de zaak kort te sluiten en voornoemde beambten opdracht te geven deze kwestie humaan, redelijk en volgens het wettelijk vastgelegde rechtvaardigheidsbeginsel te regelen.

De z.g. ombudsman is geen optie omdat andere in 'Mijn Pleidooi' genoemde voorbeelden aantonen dat het hier een verlengstuk en satelliet betreft van exact diegenen welke verkiezen schandelijk eigen gedrag in de vergetelheid te brengen. Deze brief is een onderdeel van drie andere, opzettelijk door functionarissen gepleegde ontoelaatbare overheidsdaden die elk op zich te ver strekken om in deze brief nader op in te gaan (zie bijlage)

Vr. groet, bij voorbaat dank

Hoogachtend, A. van Velsen

C.c.: alle betrokkenen.

Bijlagen; artikel Telegraaf TA 287, Pleidooi- TA 283, antw. op verzoek van korpschef- TA 281, herhalingen klacht aan politie TA 292 + 290, klacht aan korpschef- TA 299b, Gevolg van ambtelijk falen - TA 397a, 2e herhaalde klachteis aan politie- TA 403, 2e herhaalde klachteis aan korpsbeheerder TA 400, brief met ontwijkende manipulatie van korpsbeheerder- TA 409, Antwoord op moedwillig ontoelaatbaar gedrag van korpsbeheerder- TA 412, + 413, aan econ. Zaken, klokkeluiders- TA 417, zie ook www.mijnpleidooi.nl

Hoogachtend,

A. van Velsen


Blz. TA 416

gepubliceerd bij: St. Sociale Databank Nederland