Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage . . . . Mijn Pleidooi


    A. v. Velsen
    Pa. L. v. Vollenhove 63
    3607 CB ZEIST

    Soest 26 februari 2001.


    Aan de President van de Rechtbank van Rotterdam
    Wilhelminaplein 100
    Rotterdam.

    T.a.v.: de rechter, belast met het schadevergoedingsverzoek van 21 december 2000, wegens het feit dat ik onterecht als verdachte ben aangemerkt, enz, enz.

    Edelachtbare,

    Naar aanleiding van de onrechtvaardige klachtbehandelingen van respectievelijk het hoofd van de districtsrecherche de heer A.D.M. Scheepsbouwer, de regionaal korpschef de heer B.A. Ludken en tot slot de korpsbeheerder en Burgemeester Mr. I.W. Opstelten heb ik een groot aantal brieven geschreven aan verantwoordelijken en functionarissen.

    Tot op heden bleven de door mij zo gewenste rechtvaardige reacties uit en diegenen die uit piŽteit of op grond van hun directe verantwoording reageerden draaiden zich in allerlei bochten om toch maar niet in deze vervelende zaak betrokken te raken.

    Vervolgens ben ik mijn heil gaan zoeken in het plegen van acties op de betrokken overheids locaties wat geen nut had. toen heb ik de betroken functionarissen in hun privé leven geconfronteerd met wat zij teweeg hebben gebracht, wat tot gevolg had dat er een onderhoud kwam met de off. V. Justitie met als bemiddelaar de heer Baron P.R.F. Groeninx van Zoelen.

    Aan de schriftelijke reactie van de off. de heer Mr. P.G. Blanken heb ik op kunnen maken dat hij niet onderkennen kan dat ik niet kan leven met de seponering in de vorm zoals deze door hem is geformuleerd, immers het kan niet anders zijn dat deze formulering de indruk met zich meebrengt dat men te maken heeft met een persoon die waarschijnlijk zijn vrouw wel verkracht heeft.

    Dat deze seponering is voortgekomen uit een aangifte die bestaat uit een groot aantal leugens, onderbouwd met 2 verklaringen met nog meer leugens, welk product voorts is ondergraven door het onderzoek en de enorme vooringenomen blunders van de zedenrecherche. Dit is door de Justitie op geen enkele wijze onderzocht, onderkent of in de beoordeling betrokken. Ik meen om bovenstaande, en velen met mij dat de seponering in deze vorm in strijd is met de morele rechtvaardigheid en dat het manipuleren van de gesprekken en het ontwijken van deze specifieke feiten door alle betrokken functionarissen een goede rechtsgang hindert.

    Gezien de aard van de verdachtmaking leg ik mij niet neer bij deze situatie en leg alle verantwoording in handen van Justitie en begrijp ook niet dat de off. mij de mogelijkheid tot schadevergoeding aan de hand doet en anderzijds mij nog voor een mogelijke verdachte houd.

    Hoogachtend;

    A. van Velsen

    Blz. 182

gepubliceerd bij: St. Sociale Databank Nederland