Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage . . . . Mijn Pleidooi


    Driebergen 02-08-01.

    A. v. Velsen
    Pa. Soesterbergse straat 6b
    3768 EH SOEST


    Ministerie van Justitie
    Zijne excellentie Secretaris-Generaal
    De heer H.C.J.L. Borghouts
    P.B. 20301
    2500 E.H. `s GRAVENHAGE


    Uw kenmerk, 5111117/01/BSG.

    Onderwerp; Onvoldoende medewerking bij schadeloosstelling.


    Geachte heer Borghouts ;

    Vandaag is mij duidelijk geworden dat, ondanks Uw moeite, geen van de betrokken Justitie en politie functionarissen zich in voldoende mate hebben ingezet de ernstige en voortdurende onhumane situatie, noch de schade door die functionarissen en/of het uit de hand gelopen beleid ten nadele van mij aangericht, op een rechtvaardige wijze te regelen.

    De verantwoordelijke functionarissen van de korpsleiding en Justitie die de taak hebben om de schade op een behoorlijke wijze af te wikkelen leggen een niet aflatende arrogante en discriminerende onwil aan de dag die elke mogelijkheid tot een oplossing in de weg staat. Het enige doel dat deze heren nastreven is zo voordelig mogelijk uit deze voor hun compromitterende situatie te raken, waarbij op geen enkele wijze het uitgangspunt van een redelijke, sociale en humane regeling beoogd wordt. De enige suggestie van deze top functionarissen was de asociale verwijzing naar de sociale dienst, de W.A.O., een psychiatrische inrichting, de gemeente en woon corporaties voor een andere woning.

    Er is n oplossing en dat is een woning, én onafhankelijke arbitrage wat betreft de schade, omdat anders de aanwezigheid van de Off. van Justitie tussen de vooringenomen en belanghebbenden in het tegenovergestelde, het doorslaggevende woord zal hebben. Het hemd is nu eenmaal nader dan de broek, zeker in de aangetoonde ongelijke persoonsbehandeling tussen burger en overheidspersoneel.

    Er zijn te weinig verantwoordelijke moreel en sociaal gemotiveerde functionarissen die in een geval als dit een rechtvaardige situatie binnen ons rechtssysteem waarborgen. Niemand zal uit de ontmaskerde van overheidswege pathologische leugens enige rechtvaardigheid kunnen destilleren. De enige reden om mijn reeds eerder aangekondigde drastische protest uit te voeren is dat ik nu de leugenachtigheid, de bevoorrechting van functionarissen en het foute en incompetente werk van de zedenpolitie en het beleid van Justitie op dit gebied, waardoor mensen onschuldig in de gevangenis kunnen komen, aan de kaak kan stellen. Het aantal functionarissen wat zich hierdoor onmogelijk maakt, en de kans op een rechtvaardiger toekomst op dit gebied, maakt mijn actie tot een goede investering

    Mijn wens om een degelijk onderbouwde aangifte te doen van valse aangifte is door politie en Justitie gedurende meer dan 8 maanden geweigerd, terwijl politie verplicht is aangifte op te nemen. De Off. v. Justitie weigerde om bewijsmiddelen die ter ontlasting van het mij ten laste gelegde van belang waren op te nemen in het onderzoek. De zojuist door mij ontvangen beslissing van de Off. van Justitie om de aangifte tegen aangeefster te seponeren is een resultaat van het beleid van Justitie om de zaak in de doofpot te stoppen,

    Blz. TA 073 A

    Hierdoor zijn mijn kansen om mijn onschuld te kunnen bewijzen aanzienlijk verminderd, de oorzaak is te vinden in de enorme fouten die zijn begaan door de politie en te wijten aan dit vreemde Justitie beleid op dit gebied. Om deze grote ontoelaatbare overheidsdaden te camoufleren hebben intussen 3 Off. v. Justitie zich alle moeite getroost om mij klein te krijgen. Een groot aantal feitelijke leugens in de verklaringen van aangeefster die haaks op de waarheid staan ondermijnen in alle gevallen mijn situatie als verdachte die alleen onderbouwd werd door deze ene verklaring op een ongerechtvaardigde en onbetrouwbaar wijze.(de andere 2 zijn in feite weergaven van hetgeen aangeefster verteld had aan deze verklaarders die elkaar en aangeefster dikwijls tegenspreken)

    De mening van de Officier dat de leugens niet als dusdanig beschouwd mogen worden omdat deze vergissingen zouden zijn die door de verwardheid zouden zijn ontstaan (inconsistent zoals hij sprak) laten zich bij specifiek onderzoek anders verklaren. De leugens zoals ik onderwerpen noem die geheel verschillen met de werkelijkheid op een dusdanige wijze dat zij een totaal andere voorstelling van zaken geven als datgene wat de waarheid is, en derhalve niets te maken hebben met een verwarring of verdraaiing door een slecht zicht of psychische omstandigheden vervormde beelden van de gebeurtenissen, zijn alle zonder uitzondering belastend voor mij. Er is in geen enkel geval een leugen, of zo de Officier spreekt een inconsistent onderwerp in de aangifte van mevrouw Bover te vinden welke de indruk wekt ontlastend te zijn voor de verdachte.

    Aangenomen mag worden dat de twee "getuigen" die op het moment van de vermeende verkrachting op minstens 50 kilometer afstand waren door het vermeende feit niet net zo in de war en inconsistent konden zijn, toch hebben alle 3 zich bediend van dezelfde leugens.

    Conclusie is dat de door de Officier omschreven inconsistente onderwerpen weloverwogen leugens zijn welke geen andere gronden voorstaan dan die welke mij in de gevangenis doen belanden. Het inconsistente woordgebruik is van doorslaggevende betekenis geweest voor mijn aanhouding, en heeft de politie volkomen misleid, terwijl nu diezelfde leugens, want dat zijn het, door de Off. worden gebruikt om de verdachte te verdedigen als ware hij haar advocaat. Wat heb ik misdaan dat ik zo wordt gediscrimineerd door deze officier van Justitie.

    Indien aangeefster dusdanig inconsistent was dan is het des te meer aan de recherche te verwijten dat er geen hulpverlener is ingeschakeld en op een andere wijze is omgegaan met ons beiden. De leugens in de verklaringen zal ik onderzoeken, waarna ik U hiervan een verslag zal toezenden. De manipulaties en de grote verschillen in onderzoek en behandeling van de politie en Justitie betreffende de aangifte tegen mij gericht enerzijds, en anderzijds de eenvoud waarmee Justitie zich afdoet van het ernstige feit van valse aangifte van een dergelijk misdrijf heeft mij doen besluiten om hierover een separate klacht neer te leggen bij Justitie.

    Om mijn onvrede omtrent de gang van zaken, en het twijfelachtige gedrag van politie om haar daden aan de kaak te stellen, heb ik mij voorgenomen om dat wat ik al in Blz TA 72 melde ten uitvoer te brengen, omwille van een rechtvaardiger samenleving. Door het gevolgde Justitie beleid, de incompetentie en goedgelovigheid ten voordele van aangeefster door de politie en Justitie, de weigering van Justitie om ontlastende bewijsmiddelen te onderzoeken en tevens de eerdere weigering van de Officier v. Justitie om aangifte op te nemen van valse aangifte en nu de beslissing tot politie sepot, wordt duidelijk dat Justitie haar fouten die er oorzaak van zijn dat ik een sepotcode 2 aan mijn broek heb op onrechtvaardige wijze terzijde schuift en dit accepteer ik niet.

    Hoogachtend,

    A. van Velsen


    C.c. Off.v. Justitie Mr. Mos, korpsleiding Rotterdam, Rechter Mr. Van Klaveren.

    Blz.TA. 073 B



gepubliceerd bij: St. Sociale Databank Nederland