Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage . . . . Mijn Pleidooi


    Rotterdam 18-10-01.

    A. v. Velsen
    Pa. Mathennesse dijk 223 F
    3027 BL ROTTERDAM

    Een reeks van misbruiken en rechtsverkrachtingen hebben mij het bewijs geleverd, de houding van Justitie en politie te rangschikken onder,wellicht onbewust despotisme, gericht tegen mijn absoluut koppige weerstand tegen ongerechtvaardigd gedrag.

    Rekening houdende met mijn wens om zo mogelijk een rechtvaardig en nobel leven te leiden, is het mijn plicht om ondervermelde inbreuk op de passende eerbied voor de burger te weerstaan, en zo mogelijk te bestrijden om nieuwe waarborgen te stellen voor een toekomstige zekerheid.


    Aan de 2e kamer der Staten Generaal
    T.a.v. alle fractie secretariaten
    Postbus 20018
    2500 EA Den Haag.


    Onderwerp:
    1e Opzettelijk immoreel en ongerechtvaardigd Justitie gedrag na onterechte arrestatie en valse beschuldiging van de zijde van Justitie en politie.

    2e Vragen aan de 2e kamer of zij op de hoogte is van onrechtvaardig en asociaal Justitie gedrag ter zake schadeloosstellingen aan slachtoffers van ontoelaatbaar en ondeskundig Justitie optreden.

    3e Het op de hoogte brengen van de 2e kamer van mijn voornemen tot zelfverbranding op een overheidslocatie uit protest tegen Justitie gedrag en de discriminerende feodale onwil van het kabinet.


    Geachte kamerleden,

    Sinds de kerstdagen 1999 ben ik enorm bezig met rehabilitatie, excuses, duidelijkheid van zaken en relevante materiŽle en immateriŽle schadeloosstelling in verband met mijn onterechte arrestatie in de woning en diefstal door de politie van goederen uit mijn woning nadat ik daaruit afgevoerd was.

    De klachten die op grond van door de politie gepleegde daden voorlagen, zijn door de commissies beoordeeld en uiteindelijk gegrond verklaard. Dit door de combinatie van de klachtcommissies van de Rotterdamse politie, de Burgemeester van Rotterdam en resultaten van besprekingen met het ministerie van Justitie in den Haag. Hierbij gaven de officier van Justitie en de Secretaris generaal van justitie, de heer mr. H.C.J.L. Borghouts mondeling tijdens de bespreking toe dat zij ervan overtuigd zijn dat ik het feit niet heb gepleegd, d.w.z. verkrachting, poging doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving.

    Door bovenstaande ben ik, mede als gevolg van de manipulaties van de politie en justitie, die hun daden op deze wijze meenden te verdoezelen enorm geschaad, en bovendien op grond van onware en hypocriete tot 3 maal toe gewijzigde sepotgronden uitgewezen uit Cuba waar ik mijn gezin en thuis gevonden had.

    Herhaaldelijk worden mensen gedupeerd door valse aangiftes op zedengebied en door ondeskundig, in dit geval ontoelaatbaar gedrag van de zedenpolitie zwaar beschadigd. Over dit onderwerp is door professor doctor W.A. Wagenaar verbonden aan de Leidse Universiteit in opdracht van het Openbaar ministerie een rapport gemaakt. (Persbericht van 2 okt. 01) Hierop geeft de raad van hoofdcommissarissen toe dat er verbeteringen mogelijk zijn. Ik wens om bovenstaande niet blijvend justitieslachtoffer of dat van terughoudend 2e kamerbeleid te zijn.

    Ondanks alle juridische ongerechtvaardigde, immorele dwarsliggerij en leugens van politie en Justitie ben ik zover gekomen dat de Secretaris- generaal v. Justitie twee maal op reis ging om te trachten met mijn vertrouwenspersonen de heren S.J. Matthijsen (psychiater) en baron P.R.F. Groeninx van Zoelen tot een oplossing te komen. Niet vermoedend dat Justitie en politie alleen een oplossing zochten om hun daden van tafel te vegen, had ik deze heren medewerking gevraagd als bemiddelaars.

    Het resultaat werd een absolute belediging en bevestiging dat deze Justitie functionarissen enkel verlegen zitten om juridische ontkenningen en onredelijk bochten werk. Een bewijs van ongekend machtsmisbruik, dubbel gedrag en discriminatie ten opzichte van de burger, omdat het kabinet meent dat de overheid niet aansprakelijk gesteld mag worden voor haar fouten.

    Blz. TA 150 A

    Vele malen heb ik geprotesteerd tegen dit gedrag, immers fatsoenlijke mensen maken excuus en vergoeden de schade indien zij een ander letsel of schade hebben toegebracht. De overheid geeft hierin niet het goede voorbeeld. Ondanks de medewerking van de vertrouwenspersonen, van waaruit een duidelijk advies is uitgegaan om deze zaak eerlijk en moreel rechtvaardig op te lossen is op slechts een punt een twijfelachtige toezegging van de zijde van politie en Justitie betreffende excuses gedaan. Overige toezeggingen zijn niet relevant en beledigend

    Mijn klachten omtrent onbeantwoorde brieven aan Justitie en politie betreffende de handelswijze jegens mij en andere slachtoffers van dit vooringenomen en vernederend discriminerend overheidsgedrag zal ik op demonstratieve wijze in het zoeklicht zetten.

    Mededelingen van officieren van Justitie dat dit soort problemen voortkomen vanuit de terughoudendheid van verschillende politieke partijen en de onwil van het kabinet om in geval van schade door onrecht of fouten van de zijde van de overheid aan een burger toegebracht, een fatsoenlijke regeling tot schadeloosstelling mogelijk te maken. Hierdoor ontstaat de ambtelijke wens over te gaan tot verdoezeling en ontkenning van het gebeurde. De vernederende gevolgen hebben mij bewogen tot een aantal protestacties en honderden brieven. Na een gesprek op het min. van binnenlandse zaken heb ik besloten om deze kwestie, die mijn leven beheerst aan U voor te leggen, alvorens tot acties in Den Haag over te gaan. Het door Justitie voorkeur geven aan het opwerpen van juridische barricaden om openheid van zaken en daarmee excuus, rehabilitatie en relevante schadevergoeding te voorkomen hebben mij bewogen alle politieke partijen te vragen wat de gedachten hierover zijn.

    De verschillen van behandeling die overheidsfunctionarissen ten deel vallen ten opzichte van de burger, zoals boeren en minderheden die in aantal politiek oninteressant zijn, en zoals ik onterecht gestraft of slachtoffers van politiegeweld of andere ontoelaatbare overheidsdaden zijn, zijn ongekend groot en moreel zo onrechtvaardig dat ik inmiddels overtuigd ben van het feit dat hier iets ernstig mis is.

    Zijn de politieke partijen op de hoogte van de schrijnende problemen van hen die door ontoelaatbare overheidsdaden, waaronder ik die van mijzelf tot voorbeeld neem, ernstig benadeeld worden door de betreffende functionarissen die met alle middelen schade aan hun persoonlijke imago en dat van de door hen geleide, direct betrokken instanties trachten te voorkomen uit louter angst voor aantasting van persoonlijke eer?

    Zijn de politieke partijen op de hoogte dat officieren van Justitie onwaarheden, diefstal en pogingen van een hulpofficier om met behulp van onwettige middelen een verdachte dusdanig met verzonnen tekst in een proces verbaal belasten, juridisch immoreel beschermen met alle middelen en ten koste van een eerlijke rechtsgang?

    Doel dezer verachtelijke overheidsdaden was genoeg onderbouwing te hebben om tot aanhouding over te kunnen gaan, terwijl tezelfdertijd de hulpofficier zijn taak niet goed vervulde door een aangifte die gedaan is tegen mij als verdachte niet, of onvoldoende op leugens te controleren. Door dit politieoptreden is een sneeuwbal aan het rollen gegaan die tot heden beweegt in het nadeel van mijn positie als onterecht verdachte, door dit ondeskundig en ontoelaatbaar optreden ben ik levenslang gemerkt als crimineel a`la zedendelinquent Mark Dutroux. Immers in mijn justitieel document staat dat ik "als verdachte van verkrachting, poging tot doodslag ( hetgeen geheel en alleen door de Hulpofficier is verzonnen met als doel de zaak voor de rechter te krijgen) en wederrechtelijke vrijheidsberoving" bekend ben en de zaak wegens "onvoldoende bewijs" door de officier van Justitie is geseponeerd. Dit is in tegenstelling tot hetgeen, zoals in deze brief is vermeld, door de Secretaris generaal van de Justitie word opgemerkt, n.l. "Ik ben er van overtuigt dat U het niet hebt gedaan" op zijn minst fout.

    In het eerste geval blijkt dat ik het gedaan heb maar dat de officier te weinig bewijs in handen heeft om mij voor de rechter te brengen. In het 2e geval blijkt in de, en tevens uit de leugens valse aangifte, dat ik het niet heb gedaan. Uit de aanwezige motieven van de aangeefster, welke de officier middels de door mij gewenste aangifte tegen de aangeefster weigerde te onderzoeken vanwege het risico van schade aan Justitie imago, "de gepleegde ontoelaatbare overheidsdaden zouden hierdoor immers uitkomen", blijkt hoe zeer de aangeefster en haar familie gebaat waren bij mijn arrestatie en veroordeling.

    Uit protest tegen het gedrag van Justitie zal ik mij, na een kleine actie tegen de discriminerende en niet ter zake doende beslissing van de rechter in Rotterdam (Fl. 900,-- schadeloosstelling), zelf verbranden. Mijn doel hiermee is om het slechte voorbeeld en mening van het kabinet ( zie bijl ) en tevens het gedrag van Justitie aan de kaak te stellen. Ik ben n.l. niet van plan om het zoveelste doodgezwegen slachtoffer van asociaal kabinetsgedrag te zijn, immers het kabinet is er op tegen dat de overheid aansprakelijk gesteld kan worden voor haar fouten, terwijl zij ten opzichte van haar eigen functionarissen wel overtuigd is van moreel rechtvaardig gedrag in het kader van de verworvenheden van de rechtstaat, maar dat zijn immers geen burgers.

    Hierbij smeek ik de leden van de 2e kamer zo snel mogelijk al het mogelijke te betekenen om het kabinet en de verantwoordelijke beleidsmakers op deze asociale en absurde dwaling te wijzen. Het feodale leenherentijdperk is reeds lang vervangen door de rechtstaat, waar dit overheidsgedrag zeker niet in past.

    Met de meeste hoogachting,

    A. van Velsen

    Bijlage 1 dossier met 45 brieven.


    Blz. TA 150 B

gepubliceerd bij: St. Sociale Databank Nederland