Antecedentenregister RM . . . . SDN homepage . . . . Mijn Pleidooi


    Rotterdam 29-10-01.

    A. v. Velsen
    Pa. Mathennesse dijk 223 F
    3027 BL ROTTERDAM

    Aan het Ministerie v. Algemene Zaken
    Zijne excellentie Minister-president W. Kok
    Binnenhof 20 2500 EA Den Haag.

    Onderwerp;

      in kennisstelling van ontoelaatbaar overheidsgedrag en de gevolgen van verkeerd justitiebeleid en onderzoek betreffende zedenzaken, alsmede ten gevolge hiervan, de door mij aangekondigde zelfverbranding.


    Zeer geachte heer Kok,

    Reeds 2 jaar verzoek ik rehabilitatie en schadeloosstelling vanwege de buitengewoon onrechtvaardige aangifte, ten gevolge van ondergane hechtenis, en de vernederende, ondeskundige onderzoeksmethode door de recherche. Ook het onwettig wegnemen van eigendommen uit mijn huis en de pertinent onhumane behandeling van de politie en Justitie om tot 5 maal te pogen mij wegens geestgestoordheid in een inrichting te krijgen, nadat duidelijk werd dat ik de misdaden waarvan ik werd beschuldigd niet gepleegd had. Het karakter van de vermeende halsmisdaden speelt een rol in mijn voornemen met een dergelijke justitiŽle aantekening niet te willen of kunnen leven, het is immers geen fietsdiefstal.

    De gebeurtenissen hebben zijn oorsprong gevonden in het feit dat ik na mijn scheiding, begin 1991 niet in aanmerking kwam voor een woning, hierover ligt nog steeds een beroepszaak voor bij de rechtbank te Utrecht. Mijn Cubaanse echtgenote waar ik in 1993 mee huwde raakte in 1999 door ons zwervend en uitzichtloos bestaan het vertrouwen in mij kwijt, en werd overspannen. Zij kwam onder invloed van belanghebbenden en sensatiebeluste kennissen, waarna zij is aangezet tot aangifte van verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving tegen mij, wat door vooringenomenheid van de politie totaal uit de hand is gelopen. Zo is vermeende poging tot doodslag door de hulpofficier op eigen initiatief en fantasie, zonder andere aanleiding dan vooringenomenheid toegevoegd aan het proces-verbaal, dit feit en talloze andere zijn in de klachten procedures gegrond verklaard.

    Ik wil U verzoeken om de ingesloten kopie brief, alsmede de bijlagen hiervan die ik reeds aan de 2e kamerleden richtte om dit onderwerp onder de aandacht te brengen, te bezien, en indien mogelijk in een rechtvaardige, de rechtstaat waardige richting te manoeuvreren. Aanvullend zal ik de kamerleden inlichten omtrent mijn angst voor de gevolgen van de nieuwe ideeŽn van diverse kamerleden die dwangverpleging voorstellen bij zedenmisdaden. Het zou ondanks de wenselijkheid van zware bestraffing van dergelijke misdaden beter zijn deskundigheid en vooringenomenheid van de recherche te toetsen ter voorkoming van herhaling in deze. De ideeŽn van deze kamerleden bekrachtigen het nut van mijn voornemen tot zelfverbranding immers na de kwestie Lancee heeft Justitie nog niets geleerd.

    Deze zaak ligt tevens voor aan de ombudsman, doch hierover heeft de officier van Justitie al gezegd dat hij of de overheid niet verplicht zijn het oordeel van de ombudsman te volgen. Dit is misbruik van machtsoverwicht, uit angst voor eigen falen, hetgeen tevens door de weigering om een voor beroep en bezwaar vatbaar antwoord te geven op mijn laatste klacht aan de officier gericht, onderstreept wordt.

    De bijlage is omvangrijk maar beslist de moeite van bestudering waard, daar reeds enige slachtoffers van dit halsstarrige justitiebeleid en de onmenselijke afhandeling, zelfmoord hebben gepleegd en in principe iedereen het slachtoffer van valse aangifte en dergelijk beleid kan worden. Het is niet vreemd dat ik U smeek om deze kwestie met aandacht te bezien, immers mijn respect en leven is mijn inzet.

    Hoogachtend,

    A. van Velsen


    Blz. TA 160

gepubliceerd bij: St. Sociale Databank Nederland